wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordsoorten quiz

Total questions: 10

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel werkwoorden zitten er in de volgende zin?

Ik wil graag een boek gaan lezen.

a)

0

b)

1

c)

2

d)

3

2.

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin:

Ik wil graag een boek gaan lezen.

a)

Ik

b)

Lezen

c)

Wil

d)

Een boek

3.

Onderstreep alle zelfstandige naamwoorden.

4.

Welk woorden zijn samenstellingen?

LET OP: meerdere antwoorden zijn goed!!

a)

boekenkast

b)

kettinkjes

c)

schilderijen

d)

vloerkleed

5.

Wat is een voorzetsel?

a)

Een woord dat voor het zelfstandig naamwoord staat.

b)

Een woord dat iets zegt over het zelfstandig naamwoord.

c)

Een woord dat je voor 'de kast' of 'het feest' kan zetten.

d)

De, het, een

6.

Type in 1 minuut zoveel mogelijk voorzetsels.

4 lines
7.

Verander de volgende zin van t.t. naar v.t. :

Ik haal een brood bij de supermarkt.

(a)  

8.

Verander de zin van v.t. naar t.t. :

Wij waren tegelijk op school.

(a)  

9.

Wat is het onderwerp in de volgende zin:

Gisteren liep mijn vader door het park.

Let op: onderwerp vind je door 'wie/wat + persoonvorm'

a)

Gisteren

b)

mijn vader

c)

liep

d)

het park

10.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?

Fenna en Roos spelen graag met het springtouw.

a)

Fenna

b)

Spelen

c)

Fenna en Roos

d)

Roos