Free Printable Worksheets
Font size
More settings
hebben
(a)
zijn
ik was (a)
ik had (a)
worden
nodig hebben (a)
scheiden/splitsen (a)
kletsen (a)
invullen (a)
ik heb gereserveerd (a)
ik heb getraind (a)
ik heb de trein gemist (a)
waar is het gebeurd (a)
wonen (a)
spelen (a)
leren (a)
duren (a)
laten zien / tonen (a)
kiezen (a)
delen (a)
wachten (a)
tekenen (a)
regenen (a)
praten (nicht sprechen!) (a)
View all
20 questions
Repaso-Noviembre
Worksheet
•
7th - 11th Grade
Lektion 10 , mein Terminkalender
3rd Grade
Consolidation of Reflexive Verbs in the Present Tense
7th Grade
Kleidung und Farbe
11th Grade
Spelling
Spelling Herhaling
2nd Grade
Германски Јазик тест
9th - 10th Grade
Imperfekt formy