wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bouwstenen van verhalen

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Meestal wordt de ... voor een probleem geplaatst dat hij moet oplossen. Dit personage is de belangrijkste figuur. Rond dit personage draait het hele gebeuren.

a)

figurant

b)

protagonist

c)

antagonist

d)

nevenfiguur

2.

De ... of tegenspeler maakt het het hoofdpersonage moeilijker of onmogelijk om zijn doel te bereiken. In klassieke verhalen is de ... een slechterik die het hoofdpersonage tegenwerkt. Dit personage heeft een belangrijke invloed op het hoofdpersonage en is dikwijls de directe aanleiding voor een crisis.

a)

nevenfiguur

b)

antagonist

c)

figurant

d)

protagonist

3.

De ... kunnen verschillende rollen spelen. Ze zijn de helpers of tegenstanders van het hoofdpersonage. Over hen kom je minder te weten. Ze hebben meestal slechts een of twee duidelijke karaktertrekken en reageren vaak op dezelfde manier.

a)

protagonisten

b)

antagonisten

c)

nevenfiguren

d)

figuranten

4.

Ten slotte zijn er de ... . Zij zijn personages die kleur geven aan de achtergrond. Ze zijn niet echt belangrijk voor het verhaal.

(a)  

5.

Deze personages of karakters tonen verschillende karaktertrekken. Ze maken vaak ook een evolutie mee. Zij worden ... of ... genoemd.

a)

vol

b)

vlak

c)

stereotiep

d)

rond

6.

Deze personages of karakters hebben vaak een uitvergrote eigenschap. Ze zijn vast en onveranderlijk. Zij worden ... of ... genoemd.

a)

vol

b)

rond

c)

vlak

d)

stereotiep

7.

De middeleeuwen is een voorbeeld van ...

a)

verteltijd

b)

vertelde tijd

c)

kalendertijd

d)

ruimte

8.

Als men geen tijdsprongen maakt in een verhaal dan kent het verhaal een ... tijdsvolgorde.

(a)  

9.

Ik lees mijn boek. Mijn gedachten dwalen af. Binnen een uur moet ik naar de basketbaltraining. Ik zucht.

Dit is een …

a)

flashback

b)

flashforward

c)

terugwijzing

d)

vooruitwijzing

10.

Vandaag vertrekt Louise met haar zeilboot op wereldreis. Tien jaar geleden leerde ze het zeilen van haar papa. "Komaan, Louise, vier het zeil en trek het dan weer aan." De bood kwam in beweging. Er verscheen een lach op papa's gezicht...

Je spreekt hier van een …

a)

flashback

b)

flashforward

c)

terugwijzing

d)

vooruitwijzing

11.

Een verhaal speelt zich af in het heden, maar in het midden springt de verteller plots naar 2054.

Je spreekt hier van een …

a)

flashback

b)

flashforward

c)

terugwijzing

d)

vooruitwijzing

12.

Hij wandelt naar zijn nieuwe fiets. Intussen is het al vijf weken geleden dat zijn groene racefiets gestolen werd.

Dit is een …

a)

flashback

b)

flashforward

c)

terugwijzing

d)

vooruitwijzing

13.

Ik doe er tien minuten over om het verhaal te lezen. Dit noem ik de ...

a)

verteltijd

b)

vertelde tijd

14.

In het verhaal volgen we een jonge vrouw gedurende haar zwangerschap. Die negen maanden noemen we de ...

a)

verteltijd

b)

vertelde tijd

15.

Wat is een laag verteltempo?

a)

de vertelde tijd is veel langer dan de verteltijd

b)

de verteltijd is veel langer dan de vertelde tijd

16.

Vader en moeder verblijven in een hotel in Spanje. Dit is een voorbeeld van ...

a)

sfeerscheppende ruimte

b)

geografische ruimte

c)

symbolische ruimte

d)

sociale ruimte

17.

Het verjaardagsfeest van Marie-Eline wordt gevierd op het jacht van haar oom. Dit is een voorbeeld van ...

a)

geografische ruimte

b)

sfeerscheppende ruimte

c)

sociale ruimte

d)

symbolische ruimte

18.

Het was een donkere, regenachtige herfstdag toen de inspecteur aankwam bij het verlaten gebouw.

Dit is een voorbeeld van een...

a)

sociale ruimte

b)

sfeerscheppende ruimte

c)

geografische ruimte

d)

symbolische ruimte

19.

Louis zat eenzaam te huilen op zolder, omringd door spinnenwebben en gaten in de houten vloer. De zolder was net zo leeg als Louis. Dit begint problematisch te worden...

Dit is een voorbeeld van ...

a)

sociale ruimte

b)

sfeerscheppende ruimte

c)

symbolische ruimte

d)

geografische ruimte

20.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Ik voel me zo eenzaam...

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller

21.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Mo zat urenlang in zijn kamer te tobben.

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller

22.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Ik voelde me gisteren zo eenzaam.

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller

23.

Over welk vertelperspectief gaat het?

Wist Mo maar wie hij de dag nadien zou ontmoeten!

a)

vertellende ik-verteller

b)

belevende ik-verteller

c)

alwetende verteller

d)

personele verteller