wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KB3_H1_Ordening_Oefentoets

Total questions: 35

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Een ander woord voor levend wezen is...

a)

Organisme

b)

Orgaan

c)

Dieren

d)

Bioten

2.

Welke van onderstaande begrippen behoren tot de levenskenmerken? Tik de juiste antwoorden aan.

a)

Uitscheiden

b)

Poepen

c)

Voortplanten

d)

Bewegen

e)

Groeien

3.

Welk levenskenmerk past bij dit plaatje?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Ademen

d)

Uitscheiden

e)

Reageren

4.

Welk levenskenmerk past bij dit plaatje?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Ademen

d)

Uitscheiden

e)

Reageren

5.

Welk levenskenmerk past bij dit plaatje?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Ademen

d)

Uitscheiden

e)

Reageren

6.

Een paard en ezel zijn twee verschillende soorten omdat...

a)

Ze er te verschillend uit zien

b)

Ze geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

c)

Ze helemaal geen babies kunnen krijgen

7.

De tijger en de leeuw behoren tot dezelfde soort

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Tot welke groep van het dierenrijk behoort dit organisme?

a)

Eencellige

b)

Sponzen

c)

Holtedieren

d)

Stekelhuidigen

e)

Weekdieren

9.

Tot welke groep van het dierenrijk behoort dit organisme?

a)

Stekelhuidigen

b)

Reptielen

c)

Gewervelden

d)

Vissen

e)

Weekdieren

10.

To welke groep van de gewervelden behoort dit organisme?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

11.

To welke groep van de gewervelden behoort dit organisme?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Vogels

e)

Zoogdieren

12.

Een orgaan is een...

a)

Deel van het lichaam met een eigen taak

b)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

c)

Een groep organen die samenwerken om een grotere functie uit te voeren

d)

De kleinste bouwstenen van het lichaam

13.

Op deze afbeelding zien we een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

Orgaan

d)

Orgaanstelsel

14.

Bij welk orgaanstelsel hoort het hart?

a)

Beenderstelsel/bottenstelsel

b)

Bloedvatenstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

15.

Bij welk orgaanstelsel horen de longen?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Bloedvatenstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Zenuwstelsel

16.

Kruis de onderdelen die in een dierlijke cel te vinden zijn aan

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Celmembraan

d)

Bladgroenkorrels

e)

Vacuole

17.

Kruis de onderdelen die in een schimmel cel te vinden zijn aan

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Celmembraan

d)

Bladgroenkorrels

e)

Vacuole

18.

Kruis de onderdelen die in een planten cel te vinden zijn aan

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Celmembraan

d)

Bladgroenkorrels

e)

Vacuole

19.

Kruis de onderdelen die in een bacterie cel te vinden zijn aan

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Celmembraan

d)

Bladgroenkorrels

e)

Zweepharen

20.

Een bacterie plant zich voort door te delen

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Bij deze manier van conserveren verwarm je het product tot 120 graden of hoger

a)

Drogen

b)

Vacuüm

c)

Steriliseren

d)

Pasteuriseren

22.

Bij deze manier van conserveren neem je de zuurstof van de bacteriën / schimmels weg

a)

Drogen

b)

Vacuüm of met speciaal gas verpakken

c)

Steriliseren

d)

Koelen

23.

In een voedselketen worden planten de ...?... genoemd

a)

Producenten

b)

Consumenten

c)

Reducenten

d)

Afvaleters

24.

In een voedselketen worden dieren de ...?... genoemd

a)

Producenten

b)

Consumenten

c)

Reducenten

d)

Afvaleters

25.

In een voedselketen worden dieren die als eerste van een dood organismen gaan eten de ...?... genoemd

a)

Producenten

b)

Consumenten

c)

Reducenten

d)

Afvaleters

26.

In een voedselketen worden schimmels en bacteriën de ...?... genoemd

a)

Producenten

b)

Consumenten

c)

Reducenten

d)

Afvaleters

27.

Planten kunnen zelf hun eigen energierijke stoffen maken door het opnemen van water, zonlicht en CO2. Hoe noem je dit proces?

a)

Celdeleing

b)

Fotosynthese

c)

Elektroforese

d)

Verbranding

28.

Welk onderdeel van een plantencel zorgt voor de fotosynthese?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celkern

c)

Cytoplasma

d)

Vacuole

29.

Op de afbeelding is het proces van fotosynthese in een schema weergeven. Welke stof ontbreekt?

a)

Glucose

b)

Eiwitten

c)

Vetten

d)

Zetmeel

30.

Planten hebben mineralen nodig om andere energierijke stoffen te maken uit glucose. Welke andere stoffen kunnen planten van glucose maken? Tik de juiste antwoorden aan

a)

Vetten

b)

Zetmeel

c)

Eiwitten

d)

Water

e)

Mineralen

31.

Biotechniek is...

a)

Organismen gebruiken als slaven

b)

Organismen met een bepaalde techniek voor je laten werken

c)

Heel veel dieren in kleine boerderijen houden

d)

DNA mutaties

32.

Het gebruiken van gist is een voorbeeld van biotechniek

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

Door het gen voor de aanmaak van insuline bij bacteriën in te bouwen, hebben mensen insuline producerende bacteriën gemaakt.

Hoe noemen we dit proces?

a)

Fokken

b)

Genetische modificatie

c)

Gen mutaties

d)

DNA

34.

Leg uit hoe bacteriën rioolwater/afvalwater kunnen schoon maken.

4 lines
35.

Teken een plantencel met al de celkenmerken.