Font size
Worksheets3M wiskunde tussenstand H3
Total questions: 15
Worksheet time: 10mins
Bereken 4a voor a = -6
(a)
Gegeven de formule
Inkomsten in € = 1 + 6,50t
Geef het vraagteken in de tabel.
(a)
Gegeven de formule
Inkomsten in € = 1 + 6,50t
Geef het vraagteken in de tabel.
(a)
Waar of niet.
De grafiek hiernaast hoort bi de formule:
hoogte = 20+8t
waar
niet waar
Waar of niet.
Bij een lineaire formule hoort altijd een vloeiende kromme als grafiek
waar
niet waar
Welke bewering klopt?
De grafiek is linear
De grafiek stijgt eerst snel, daarna langzaam
De grafiek daalt
De grafiek is geen vloeiende kromme
Geef van de volgende formule de variabelen
V = 6,50 + 4,50t
V en t
V
t
6,50
4,50
Geef van de volgende formule de richtingscoëfficiënt
V = 6,50 + 4,50t
V en t
V
t
6,50
4,50
Gegeven de formule K=20+0,25a .
Bereken K voor a = 60
(a)
Een heteluchtballon vaart op een hoogte van 270 meter.
De ballon gaat dalen met 15 meter per minuut.
Na hoeveel minuten staat de ballon op de grond?
(a)
Een heteluchtballon vaart op een hoogte van 270 meter.
De ballon gaat dalen met 15 meter per minuut.
Welke formule hoort hierbij?
H=270+15m
H=270-15m
m=270-15H
H=270-18m
H=270-0,15m
Ja
Nee
15 cm
3 cm
12 cm
5 cm
Bij welke tabel(len) hoort/horen een lineaire grafiek?
1
2
3
1 + 3
2 + 3
