wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling - de winkel

Total questions: 24

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn dat?

a)

laarzen

b)

oorbellen

c)

vuilniszakken

2.

Ik ga naar de bouwmarkt om... te kopen.

a)

een bolletje

b)

een zaag

c)

een kippenpoot

3.

In de winter draag ik een broek met lange...

a)

mouwen

b)

een col

c)

pijpen

4.

Voor de soep heb ik... nodig.

a)

een kalender

b)

een krant

c)

een ui

5.

één keeltablet - twee...

(a)  

6.

Wat is dat?

a)

de badjas

b)

de handdoek

c)

de pantoffel

7.

Een vlaai koop ik bij de...

(a)  

8.

Voor mijn plant koop ik...

a)

de krentenbol

b)

het wc-papier

c)

potgrond

9.

één trui - twee...

(a)  

10.

Wat is dat?

a)

het horloge

b)

het ondergoed

c)

de jenever

11.

Bij het eten drinkt mijn oma altijd...

a)

wijn

b)

een prei

c)

het verband

12.

Ik de winter draag ik altijd een jas en...

a)

een tegel

b)

een muts

c)

speelgoed

13.

één bes - twee...

(a)  

14.

Kippen hebben geen voeten, zij hebben...

a)

poten

b)

kaplaarzen

c)

armbanden

15.

Wat is dat?

a)

een tijdschrift

b)

de spijker

c)

een schroevendraaier

16.

Wij gaan naar de drogisterij om... te kopen.

a)

zagen

b)

lamsvlees

c)

pleisters

17.

één tegel - twee...

(a)  

18.

Sokken kan je in een.. kopen.

a)

elektronicawinkel

b)

schoenenzaak

c)

slijterij

19.

Wat is dat?

a)

een aardbei

b)

een braam

c)

een pruim

20.

Ik zit in mijn...

a)

suiker

b)

rollade

c)

fauteuil

21.

Op mijn hand draag ik...

a)

een armband

b)

een stropdas

c)

een krant

22.

één colbert - twee...

(a)  

23.

Mijn man werkt niet. Hij is zo lui als...

a)

kaas

b)

een varken

c)

een koe

24.

De tijd is... om de volgende toets te plannen.

a)

hoog

b)

droog

c)

rijp