Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 MH H6

Total questions: 36

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

2.

Op de afbeelding zie je een voorbeeld van...

a)

Stuwingsregen

b)

Stijgingsregen

3.
Op de lage breedte legt de zon een ..............................weg af dan op hoge breedte
a)
langere
b)
kortere
4.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
5.

Op lage breedte is het warmer dan op hoge breedte.

Dit komt doordat zonnestralen een kleinere afstand hoeven af te leggen & ze een kleiner oppervlakte hoeven te verwarmen (dan op hoge breedte).

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Wat ontbreekt er in bovenstaand klimaatdiagram?

a)

De temperatuur

b)

De maanden

c)

De namen van de assen

d)

De neerslag

7.

Breedteligging is de afstand van een plaats of gebied tot aan de Evenaar (in graden)

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

De rode lijn geeft .. weer.

a)

De temperatuur

b)

De neerslag

9.

Deze foto is genomen in een..

a)

Toendra

b)

Taiga (naaldbomenwoud)

c)

Steppe

d)

Savanne

e)

Tropisch regenwoud

10.

Deze foto is genomen in een..

a)

Toendra

b)

Taiga (naaldbomenwoud)

c)

Steppe

d)

Savanne

e)

Tropisch regenwoud

11.

Neerslag waarbij wolken niet over een berg heen kunnen en uitregen vanwege het stijgen. Aan de andere kant van de berg is het meestal droog.

a)

Stijgingsneerslag

b)

Stuwingsneerslag

c)

Frontale neerslag

12.

Europa ligt in de luchtstreek van de:

a)

Polen

b)

Tropen

c)

Gematigde zone

13.

De Golfstroom is een:

a)

warme zeestroom

b)

koude zeestroom

14.

In West-Europa waait er vaak een:

a)

aflandige wind

b)

harde wind

c)

aanlandige wind

d)

koude wind

15.

Het water uit de Golfstroom komt uit:

a)

De Zwarte zee

b)

De Middellandse Zee

c)

De Golf van Mexico

d)

De Golf van Biskaje

16.

De temperatuurverschillen tussen zomer en winter zijn in Oost-Europa:

a)

groot

b)

klein

c)

niet aanwezig

17.

Zee warmt sneller op dan land

a)

Fout

b)

Goed

18.

Waarom worden de subtropen apart genomen van van de gematigde zone?

a)

Het is daar veel warmer dan in de rest van de gematigde zone

b)

Het wordt zo genoemd omdat er tropische bomen groeien

19.

Welke drie luchtstreken komen voor in Europa

a)

Poolstreken

b)

Subtropen

c)

Tropen

d)

Gematigde Zone

20.

De Golfstroom zorgt voor?

a)

Een erg koude winter in West-Europa

b)

Een erg warme zomer in West-Europa

c)

Een niet zo koude winter in West-Europa

d)

Een niet zo warme zomer in West-Europa

21.

Een ander woord voor landwind is?

a)

Aanlandige wind

b)

Aflandige wind

22.

Een ander woord voor zeewind is?

a)

Aanlandige wind

b)

Aflandige wind

23.

Wat is een verschil tussen het middellandszeeklimaat en het gematigd zeeklimaat

a)

geen verschil

b)

Het middellandszeeklimaat ligt niet langs de zee

c)

Het middellandszeeklimaat is in de zomer warmer, en in de winter kouder

d)

Het middellandszeeklimaat is in de zomer droger

24.

Welke zin klopt volledig?

a)

Aanlandige wind zorgt in Nederland in de zomer voor warmere temperaturen

b)

Aanlandige wind zorgt in Nederland in de zomer voor verkoeling

c)

Aanlandige wind zorgt in Nederland in de winter voor verkoeling

25.

Wat is een kenmerk van een landklimaat?

a)

Het is er altijd warm.

b)

Het heeft hete zomers en zeer koude winters.

c)

Het is er altijd vochtig.

d)

Het sneeuwt er bijna het hele jaar door.

26.

In welk hoofdklimaat komen temperaturen bijna nooit boven de 0 graden?

a)

Poolklimaat

b)

Gebergteklimaat

c)

Gematigd ijsklimaat

d)

Extreem sneeuwklimaat

27.

In welk type hoofdklimaat valt gemiddeld het minste neerslag?

a)

Droog klimaat

b)

Tropisch regenwoudklimaat

c)

Poolklimaat

d)

Landklimaat

28.

Welk klimaat vinden we bij de oranje kleur

a)

Landklimaat

b)

Zeeklimaat

c)

Middellands zeeklimaat

d)

Toendraklimaat

29.

Welk klimaat vinden we in Palermo (Italië)?

a)

Landklimaat

b)

Middellands zeeklimaat

c)

Droog klimaat

d)

Zeeklimaat

30.

Welk klimaat vinden we in de Alpen?

a)

Landklimaat

b)

Hooggebergte klimaat

c)

Zeeklimaat

d)

Toendraklimaat

31.

Welk klimaat heeft geen bomen?

a)

Landklimaat

b)

Zeeklimaat

c)

Droog klimaat

d)

Toendraklimaat

32.

Wat kenmerkt een zeeklimaat?

a)

Warme zomers, zachte winters

b)

Koude zomers, warme winters

c)

Koele zomers, zachte winters

d)

Warme zomers, koude winters

33.

Klimaat met een groot verschil tussen zomer en wintertemperatuur.

a)

Woestijnklimaat

b)

Poolklimaat

c)

Landklimaat

d)

Tropisch regenwoudklimaat

34.

Wat is een zeeklimaat?

a)

Klimaat met koele zomers en zachte winters

b)

Klimaat met erg warme zomers en erg koele winters

35.

In een landklimaat is het in de winter ...kouder/warmer... dan in een zeeklimaat.

a)

Kouder

b)

Warmer

36.

Woestijn

a)

Zomer is warm en Winter is koud

b)

Grenst aan Steppe, Overdag warm, Droog

c)

Evenaar, Warm, Veel regen

d)

Grenst aan Savanne, Niet koud, Langer droog