wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

OKAN 1: hebben/zijn

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

We ... in augustus geboren

a)

ben

b)

zijn

c)

is

d)

Ik weet het niet ... :-( !

2.

Hij ... een rode boekentas.

a)

heeft

b)

heb

c)

hebt

d)

hebben

3.

De beste vriend van Mihai ... Iulian.

a)

is

b)

heeft

c)

heb

d)

zijn

4.

Bassit ... een mooie jongen!

a)

heeft

b)

heb

c)

zijn

d)

is

5.

Jannat ... een nieuwe jas.

a)

heb

b)

heeft

c)

zijn

d)

is

6.

Raihana ... een meisje.

a)

heb

b)

heeft

c)

zijn

d)

is

7.

We ... in de klas van Uzair.

a)

hebben

b)

heb

c)

zijn

d)

is

8.

Wie ... je klassenlerares?

a)

heeft

b)

is

c)

zijn

d)

hebben

9.

Jullie leraar Nederlands ... mevrouw Griet.

a)

heeft

b)

zijn

c)

is

d)

hebben

10.

Mevrouw Francois ... de directrice van onze school.

a)

hebt

b)

is

c)

heeft

d)

zijn

11.

Ze ... een iPad !

a)

hebben

b)

heeft

c)

zijn

d)

is

12.

Meneer Jeffrey en Meneer Louis ... in hun klas.

a)

is

b)

hebben

c)

heeft

d)

zijn

13.

Waar ... je schoolagenda ?

a)

zijn

b)

is

c)

hebt

d)

heeft

14.

Ik ... geen schrift vandaag !

a)

heeft

b)

heb

c)

hebt

d)

hebben

15.

... je een groene balpen ?

a)

Hebt

b)

Heeft

c)

Heb

d)

Ben

16.

Siham leert veel bij.

Wat is het werkwoord ?

a)

Siham

b)

leert

c)

veel

d)

bij

17.

Van OKAN 1 heeft Marwa het langste haar.

Wat is het werkwoord ?

a)

Van OKAN 1

b)

heeft

c)

Marwa

d)

het langste haar

18.

Anna speelt graag in de tuin.

Wat is het werkwoord ?

a)

Anna

b)

speelt

c)

graag

d)

in de tuin

19.

Artem is goed in gamen.

Wat is het werkwoord ?

a)

Artem

b)

is

c)

goed

d)

in gamen

20.

Prince is een topvoetballer.

Wat is het werkwoord ?

a)

Prince

b)

is

c)

nu

d)

een topvoetballer

21.

In de turnzaal klimt Zakaria hoog in de touwen.

Wat is het werkwoord ?

a)

In de turnzaal

b)

klimt

c)

Zakaria

d)

hoog

e)

in de touwen

22.

Hij ... 18 jaar oud.

(a)  

23.

Zakaria en Asma (a)   een tweeling.

24.

Husna (a)   honger.

25.

Deze oefeningen (a)   moeilijk.

26.

Je (a)   in Namen geboren.

27.

We ... nieuwe vrienden ontmoet.

(a)  

28.

Jullie ... vandaag veel gewerkt.

(a)  

29.

Mevrouw Griet ... blij dat we morgen naar school komen.

(a)  

30.

... hij al een nieuwe gsm?

(a)  

31.

Je ... een mooie broek aan.

(a)