Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz 3 vwo

Total questions: 15

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een massaverhouding?

a)

De verhouding waarin twee moleculen met/tot elkaar reageren.

b)

De verhouding van verschillende atoomsoorten binnen een molecuul.

c)

De verhouding van verschillende moleculen in een mengsel.

d)

De verhouding van de massa van de verschillende isotopen.

2.

Reactie vergelijking: N2 + H2 --> NH3.

Als er 28,02 g N2 reageert met 2,016 g H2 hoeveel gram NH3 ontstaat er dan?

a)

28,02 g NH3

b)

26,04 g NH3

c)

2,016 g NH3

d)

30,036 g NH3

3.

O2 is een ...

a)

atoom

b)

molecuul

c)

isotoop

d)

neutron

4.

Maak de reactievergelijking kloppend:

(1) CH4 (g) + (2) O2 (g) --> (3) CO2 (g) + (4) H2O (l)

a)

1 = 1

2 = 2

3 = 1

4 = 2

b)

1 = 0

2 = 2

3 = 0

4 =2

c)

1 = 2

2 = 4

3 = 2

4 = 4

d)

1 = 1

2 = 1

3 = 1

4 = 2

5.

Een mengsel heeft een

a)

1 soort atoom

b)

meerdere soorten atomen

c)

1 soort molecuul

d)

meerder soorten moleculen

6.

Een zuivere stof heeft een ...

a)

kookpunt

b)

kooktraject

7.

Reactie vergelijking: 2 K (s) + Cl2 (g) --> 2 KCl (s)

Kalium reageert met Chloor in de verhouding 78,2:70,9. Hoeveel gram KCl ontstaat er hierbij?

a)

7,3 g KCl

b)

149,1 g KCl

c)

139,1 g KCl

d)

78,2 g KCl

8.

Maak de zin af:

De wet van behoud van (a)  

9.

Reactie vergelijking: 2 K (s) + Cl2 (g) --> 2 KCl (s)

Kalium reageert met Chloor in de verhouding 78,2:70,9. Hoeveel gram KCl ontstaat er Als er 50 g Kalium reageert?

a)

50 g KCl

b)

28,2 g KCl

c)

20,9 g KCl

d)

95,3 g KCl

10.

Noem de reactiesnelheidsfactor die aangeeft dat een reactie sneller gaat als je de stof verwarmt

(a)  

11.

Wat is geen reactiesnelheidsfactor?

a)

concentratie

b)

katalysator

c)

soort stof

d)

dichtheid

12.

Hoeveel elektronen heeft een atoom dan 15 protonen heeft?

a)

Dat kun je niet weten. Te weinig informatie

b)

15

c)

-15

d)

0

13.

Hoeveel protonen heeft Argon

a)

18

b)

39,95

c)

21,95

d)

18,95

14.

Wat is de molecuulmassa van CO2?

a)

44,02 u

b)

44,02

c)

38,02 u

d)

38,02

15.

... is het begrip voor atomen met hetzelfde aantal protonen/elektronen en een verschillend aantal neutronen.

(a)