wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands op niveau H3 Alliteratie

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Hij vertrok met zijn hele ..... naar het buitenland.

a)

bont en blauw

b)

hebben en houden

c)

in vuur en vlam

d)

dubbel en dwars

2.

Na lang ..... besloot hij het boek toch maar te kopen.

a)

van top tot teen

b)

water bij de wijn

c)

wikken en wegen

d)

nooit ofte nimmer

3.

Je kunt niet alles krijgen wat je hebben wilt. Je zult dus .... moeten doen.

a)

water bij de wijn

b)

hebben en houden

c)

van hot naar her

d)

van top tot teen

4.

Romeo stond .... toen hij onder het balkon met Julia sprak.

a)

bont en blauw

b)

dubbel en dwars

c)

in vuur en vlam

d)

in vlam en vuur

5.

Ik ben van .... gefietst om een cadeau voor je te kopen, maar kon nergens iets vinden.

a)

paal en perk

b)

dubbel en dwars

c)

hot naar her

d)

voor dag en dauw

6.

Nederlanders fietsen ... naar hun werk. Zelf als het regent of hagelt laten ze de auto staan.

a)

door sneeuw en hagel

b)

door weer en wind

c)

door wind en weer

d)

door de regen

7.

Hij heeft een prijs voor de voorstelling gekregen. Hij heeft dat ..... verdiend. Het was prachtig.

a)

dwars

b)

dubbel

c)

dubbel en dwars

d)

dwars en dubbel

8.

Ik zou .... in Siberië willen wonen. Ik vind het daar veel te koud.

a)

nimmer en nooit

b)

nooit ofte nimmer

c)

door weer en wind

d)

van top tot teen

9.

De hele school was ... toen bekend werd dat het popidool op bezoek zou komen.

a)

in vuur en vlam

b)

in roer

c)

in rep en roer

d)

in roer en rep

10.

Een bakker moet altijd ... opstaan, zodat de mensen 's morgens vers brood kunnen eten.

a)

dubbel en dwars

b)

voor dauw en dag

c)

voor dag en dauw

d)

nooit ofte nimmer