wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SW4 - Kracht en druk

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat stelt de letter A voor?

a)

Richting

b)

Grootte (van de kracht)

c)

Aangrijpingspunt

d)

Zin

2.

Wat stelt de letter B voor?

a)

Richting

b)

Grootte (van de kracht)

c)

Aangrijpingspunt

d)

Zin

3.

Wat stelt de letter C voor?

a)

Richting

b)

Grootte (van de kracht)

c)

Aangrijpingspunt

d)

Zin

4.

Wat stelt de letter D voor?

a)

Richting

b)

Grootte (van de kracht)

c)

Aangrijpingspunt

d)

Zin

5.

Welke kracht is het sterkste?

a)

F1F_1

b)

F2F_2

c)

Dat kun je niet zeker weten.

6.

Wat is het symbool voor de grootheid druk?

a)

Pa

b)

p

c)

F

d)

A

e)

N

7.

Wat is het symbool voor de eenheid van kracht?

a)

Pa

b)

p

c)

F

d)

A

e)

N

8.

Vier identieke blokken worden op drie manieren gestapeld.

Bij welke opstelling is de totale massa het grootste?

a)

Opstelling A

b)

Opstelling B

c)

Opstelling C

d)

De totale massa is bij elke opstelling gelijk.

9.

Vier identieke blokken worden op drie manieren gestapeld.

Bij welke opstelling is het (contact)oppervlak het grootste?

a)

Opstelling A

b)

Opstelling B

c)

Opstelling C

d)

Het (contact)oppervlak is bij elke opstelling gelijk.

10.

Eenzelfde baksteen wordt op twee manieren op een spons gelegd.

Welke opstelling zorgt voor het meeste druk?

a)

Opstelling A

b)

Opstelling B

c)

Het is dezelfde baksteen, dus de druk is bij beide opstellingen gelijk.