wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brits Rijk (1585-1900) paragraaf 2+3

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk voordeel had het Britse handelsmonopolie ten opzichte van de Europese concurrenten?

a)

Britten mochten handelen in alle producten en de concurrenten niet.

b)

Britten hadden een sterker leger waardoor ze concurrenten verjoegen.

c)

Britten mochten alleen verdragen afsluiten met de Mogolvorsten.

d)

Britten maakten alleen handelsafspraken.

2.

Welke producten horen bij de handelsroutes? Maak de juiste combinaties.

a)

paars=opium

groen=katoen

rood=slaven

geel=plantage

b)

paars=plantage

groen=katoen

rood=slaven

geel=opium

c)

paars=slaven

groen=opium

rood=katoen

geel=plantage

d)

paars=plantage

groen=opium

rood=plantage

geel=katoen

3.

Het Verdrag van Allahabad (1765) was een breuk in de relatie tussen Groot-Brittannië en India omdat:

a)

Groot-Brittannië toen het monopolie kreeg over de handel met India

b)

Groot-Brittannië het bestuur in India overnam van de Indiase vorsten.

c)

Groot-Brittannië in veroverde provincies het bestuur overnam en belastingen hief.

d)

Groot-Brittannië haar cultuur ging opleggen aan India.

4.

Wat was een direct gevolg van de Grote Indiase Opstand in 1857?

a)

Britten verboden de Indiase cultuur en introduceerden Britse gebruiken.

b)

Britten stichtten fabrieken in India voor de verwerking van katoen.

c)

Britten verkleinden het aandeel aan Indiase militairen in het Brits-Indische leger.

d)

Britten legden spoorwegen aan en voerden basisonderwijs in.

5.

Welk economisch gevolg had het modern imperialisme voor India?

a)

India werd de leverancier van katoen voor Britse handelaren.

b)

India werd de belangrijkste handelspartner van de EIC

c)

India werd de belangrijkste producent van katoenen stoffen.

d)

India werd nu een plantage economie met handelsgewassen.

6.

Waarom was het onderwijs een oorzaak van het Indiase nationalisme?

a)

De Indiase elite kwam hierdoor in aanraking met Europese ideologieën.

b)

Zo ontwikkelde zich de Indiase bevolking waardoor het kritischer werd.

c)

Zo ontwikkelde zich de Indiase bevolking waardoor het rijker werd.

d)

De Indiase elite kwam zo in aanraking met de Europese cultuur en nam die over.

7.

Waarom begon de industriële revolutie juist in Groot-Brittannië?

a)

In GB was er een grote bevolking door de verbeterde hygiëne.

b)

In GB was er door het wereldrijk veel aanbod aan grondstoffen die verwerkt moesten worden.

c)

In GB was er veel aanbod aan arbeidskrachten uit het buitenland.

d)

In GB waren er grote steden die moesten worden voorzien van producten.

8.

Welk verband is er tussen de aanleg van spoorwegen in GB en India en het modern imperialisme?

a)

Door spoorwegen ontstond de handel in grondstoffen tussen de 2 landen.

b)

Door spoorwegen ontstond de industrialisatie van India.

c)

Door spoorwegen verliep de aanvoer van grondstoffen van India naar GB sneller.

d)

Door spoorwegen verliep de afvoer van producten uit India naar GB sneller.

9.

Wat was een gevolg van de Reform Bill ?

a)

Het politieke gewicht kwam nu meer bij de ondernemers in steden te liggen.

b)

Het politieke gewicht kwam nu meer bij de adel op het platteland te liggen.

c)

Groot-Brittannië werd nu een constitutionele monarchie

d)

Groot-Brittannië werd nu een democratie met algemeen kiesrecht.

10.

Is Robert Owen representatief voor de Britse ondernemers uit zijn tijd?

a)

Ja, hij zorgde ook voor goede leef- en woonomstandig-heden.

b)

Nee, hij zorgde als enige voor goede woon- en werkomstandig-heden.

c)

Ja, hij zorgde als enige voor goede woon- en werkomstandig-heden.

d)

Nee, hij zorgde ook voor goede leef- en werkomstandig-heden.