WorksheetsPerfectumtraining 2: test
Total questions: 12
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Vul aan met de correcte vorm van 'hebben' of 'zijn'.
De trein ... te laat aangekomen.
(a)
2.
De kinderen .. na school naar huis gegaan.
(a)
3.
Ik ... in Hasselt station van de trein afgestapt.
(a)
4.
Mijn dochter ... voor haar verjaardag een mooi cadeau gekregen.
(a)
5.
Vul aan met het correcte participium.
Ali heeft lang in zijn bed ... (liggen)
(a)
6.
Zalando heeft mijn pakje ... (versturen)
(a)
7.
Ik heb veel kleren in de Zara ... (passen)
(a)
8.
Mijn dochter is op de grond ... (vallen)
(a)
9.
Heb jij lang op mij ... (wachten)?
(a)
10.
PSV heeft de wedstrijd ... (winnen)
(a)
11.
Selina heeft in haar nieuwe huis de muren ... (schilderen)
(a)
12.
Adriana is in Leuven ... (overstappen)
(a)
100 %
