wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hfst 4 Goederenopslag Retaillogistiek

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Sommige winkels hebben geen magazijn omdat bijv. alle artikelen meteen in de winkel liggen.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Waarom staan veel grote magazijnen aan de rand van een stad?

a)

Grond is goedkoper

b)

Makkelijk bereikbaar openbaar vervoer

c)

Hier zijn veel mensen

3.

Wat is een distributiecentrum?

a)

Een magazijn in een winkel

b)

Centraal magazijn voor filialen van een grote winkel

c)

Verhuurbedrijf

d)

Transportcentrum

4.

Een magazijn van een leverancier is

a)

intern magazijn

b)

extern magazijn

5.

Wat is fullfilment?

a)

Een vol magazijn

b)

Een extern bedrijf regelt de opslag en verzending van artikelen.

c)

Een transportbedrijf dat extern is.

6.

Voordelen van fullfilment zijn:

a)

Je verkoopt zo meer aan klanten.

b)

Een ander bedrijf is expert op het gebied van logistiek

7.

Nadeel fullfilment:

a)

Je bent afhankelijk van een ander bedrijf

b)

Het duurt langer voordat producten bij de klanten zijn.

8.

Wanneer je mag kiezen voor een zelfgekozen plek in het magazijn dan is dit:

a)

Vast locatiesysteem

b)

Vrij locatiesysteem

9.

Een voorbeeld van een fast-mover op DIT moment is

a)

handschoenen

b)

kerstbal

c)

pepernoten

d)

bikini

10.

Voordeel vrij locatiesysteem is:

a)

Goedkoper

b)

je kunt alle ruimte benutten

c)

Overzichtelijker

11.

Bij een gemengd locatiesysteem hebben sommige producten een vaste plek en andere weer niet.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Een voorbeeld van een seizoensgebonden artikel is

a)

Douchegel

b)

Sla

c)

Sjaal

13.

Een voorbeeld van een rage artikel van een paar jaar geleden waren loombandjes

a)

waar

b)

niet waar

14.

Loom bandjes zijn op DIT moment snellopers

a)

waar

b)

niet waar

15.

Zonnebrandolie kun je NU het beste VOORAAN in het magazijn opslaan.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Op de foto zie je een

a)

vakstelling

b)

vlonder

c)

wandmeubel

17.

De temperatuur in een koelcel is

a)

-18

b)

0

c)

Tussen de 1 en 5

d)

Tussen de 5 en 10

18.

Wat is een nadeel van het opslaan van producten op de vloer?

a)

Kan snel beschadigen door vocht en vuil

b)

Duurder

c)

Kost weinig ruimte

19.

Welk product is geschikt om buiten op te slaan?

a)

drank

b)

tegels

c)

los zand

20.

De letters FIFO staan voor

a)

FIRST IN FIRST OUT

b)

FILIAAL IN FILIAAL UIT

c)

FIRST IN FIRST OPEN

21.

De meeste gebruikte manier van vullen is

a)

FIFO

b)

LIFO

22.

Een voorbeeld van onbekende derving is:

a)

Er wordt een overval gepleegd

b)

Je laat een product vallen en meldt dit niet

c)

Je hebt kasverschil en je geeft dit door aan je baas.

23.

Derving is verlies van geld en goederen

a)

waar

b)

niet waar

24.

Volgens de computer is nog 1 pen op voorraad. Echter kijkt de verkoper in het schap en er ligt niks meer. De voorraad in de computer is de:

a)

administratieve voorraad

b)

werkelijke voorraad

25.

Op de foto zie je een

a)

rolcontainer

b)

dolly

c)

hondje

d)

laadkar

26.

Op de foto zie je een

a)

rolplateau

b)

laadkar

c)

steekwagen

d)

pompwagen

27.

Dit symbool betekent:

a)

Deze zijde droog houden

b)

Deze zijde boven

c)

Niet stapelen

28.

Een pompwagen gebruik je voor pallets

a)

waar

b)

niet waar