Worksheets2BK unit 3
Total questions: 53
Worksheet time: 27mins
binnen- (binnenactiviteit)
(a)
boerderij
(a)
buiten- (buitenactiviteit)
(a)
hangplek
(a)
hectisch
(a)
locatie
(a)
openbaar vervoer
(a)
plaats
(a)
restaurantje
(a)
rondleiden
(a)
(stads)centrum
(a)
treinstation
(a)
vredig
(a)
kunst
(a)
laten zien
(a)
lijn
(a)
ontwerp
(a)
papier
(a)
schaar
(a)
schilderen
(a)
schilderij
(a)
schoonmaken
(a)
stip
(a)
tekenen
(a)
vertellen
(a)
bestellen
(a)
bezorgen
(a)
helft van de prijs
(a)
hoed
(a)
in de uitverkoop
(a)
klant
(a)
kwaliteit
(a)
leer
(a)
mandje
(a)
merk
(a)
rits
(a)
terugbetaling
(a)
terugbrengen
(a)
tweedehands
(a)
voorkeur geven aan
(a)
afzeggen
(a)
ballon
(a)
betoverend
(a)
bruiloft
(a)
een feestje geven
(a)
gast
(a)
optreden
(a)
reserveren
(a)
slaapfeest
(a)
thema
(a)
verlanglijst(je)
(a)
verrassingsfeest
(a)
versieren
(a)
