Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Meander oefentoets thema 3

Total questions: 27

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Waarom is de Rijn een belangrijke rivier?

a)

De Rijn stroomt door veel landen.

b)

Veel goederen worden over de Rijn vervoerd.

c)

Het is de langste rivier van Nederland.

2.

Bij welke rivier is de waterstand gelijk in de zomer en in de winter?

a)

gemengde rivier

b)

regenrivier

3.

Wat voor soort rivier is de Maas?

a)

regenrivier

b)

gemengde rivier

4.

Wanneer komt er veel smeltwater in de Rijn?

a)

in de zomer

b)

in de lente

c)

in de herfst

d)

in de winter

5.

De bron van de rivier is de plek waar de rivier begint, de oorsprong.

a)

waar

b)

niet waar

6.

De hoogte van een sluis wordt verval genoemd.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Voor Basel zijn de hoogteverschillen in de Rijn te groot om er te kunnen varen.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Door welk land stroomt de Rijn als eerst?

a)

Duitsland

b)

Nederland

c)

Oostenrijk

d)

Zwitserland

9.

Door welk land stroomt de Rijn als tweede?

a)

Duitsland

b)

Nederland

c)

Oostenrijk

d)

Zwitserland

10.

Door welk land stroomt de Rijn als derde?

a)

Duitsland

b)

Nederland

c)

Oostenrijk

d)

Zwitserland

11.

Door welk land stroomt de Rijn als vierde?

a)

Duitsland

b)

Nederland

c)

Oostenrijk

d)

Zwitserland

12.

Op welk plaatje zie je een krib?

a)

1

b)

2

c)

3

13.

Wat hoort bij een natuurlijke rivier?

a)

smal

b)

splitsingen

c)

eilandjes in de rivier

d)

diep in het midden

e)

verplaatst zich niet

14.

Wat hoort bij een ingedamde rivier?

a)

smal

b)

splitsingen

c)

eilandjes in de rivier

d)

diep in het midden

e)

verplaatst zich niet

15.

Wat voor rivier heeft een zomerbed en een winterbed?

a)

een natuurlijke rivier

b)

een ingedamde rivier

16.

Wat is breder?

a)

een winterbed

b)

een zomerbed

17.

Wat is lager?

a)

een zomerdijk

b)

een winterdijk

18.

Welke drie rivieren zijn regenrivieren?

a)

Theems

b)

Schelde

c)

Seine

d)

Rijn

19.

Waar liggen de Alpen?

a)

Bij nummer 1

b)

Bij nummer 2

c)

Bij nummer 3

d)

Bij nummer 4

20.

Waar liggen de Ardennen?

a)

Bij nummer 1

b)

Bij nummer 2

c)

Bij nummer 3

d)

Bij nummer 4

21.

Waar liggen de Pyreneeën?

a)

Bij nummer 1

b)

Bij nummer 2

c)

Bij nummer 3

d)

Bij nummer 4

22.

Waar liggen de Kaukasus?

a)

Bij nummer 1

b)

Bij nummer 2

c)

Bij nummer 3

d)

Bij nummer 4

23.

Waar ligt de Seine?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

e)

nummer 5

24.

Waar ligt de Po?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

e)

nummer 5

25.

Waar ligt de Schelde?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

e)

nummer 5

26.

Waar ligt de Theems?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

e)

nummer 5

27.

Waar ligt de Oostzee?

a)

nummer 2

b)

nummer 3

c)

nummer 4

d)

nummer 5

e)

nummer 6