WorksheetsKOK_BT_Presens (intro)
Total questions: 30
Worksheet time: 25mins
Hoeveel officiële talen spreken ze in België?
1
2
3
4
Aan welke zee ligt De Panne?
De Noordzee
De Oostzee
De Westzee
De Zuidzee
Hoeveel (a) heb jij?
- Ik heb 1 kind.
Hij verjaart (a) 18 januari.
Teken een appel.

Hij ________ naar school met de auto.
kom
komt
komen
kwam
Dat zijn Louise en Arthur. Zij _______ in Veurne.
wonen
woon
woont
woonde
Dat is Oona. Zij _____ geen Arabisch.
Spreken
Spreek
spreekt
Sprak
Mijn vriend ______ naar de radio.
luister
luistert
luisteren
ziet
Haar dochter _______ tennis.
speelt
spelen
speel
roept
Ik _________ een heerlijke spaghetti.
Kookt
kook
koken
kok
Wanneer ________ jij?
verjaart
verjaar
verjaren
verjaardag
__________ jij op zaterdag?
Strijken
Strijkt
Strijk
Strij
Mijn grootmoeder _____ in de krant.
Lezen
Lees
Leest
Luistert
Wat is de stam van 'Werken'?
(a)
Wat is de stam van 'fietsen'?
(a)
Wat is de stam van kijken?
(a)
Wat is de stam van 'voetballen'?
(a)
Wat is de stam van 'zwemmen'?
(a)
Wat is de stam van 'bakken'?
(a)
Wat is de stam van 'lopen'?
(a)
Wat is de stam van 'verjaren'?
(a)
Wat is de stam van 'spelen'?
(a)
Wat is de stam van 'reizen'?
(a)
Wat is de stam van 'sterven'?
(a)
Wat is de stam van 'verhuizen'?
(a)
De man ............................. in de tuin. (werken)
werk
werkent
werkt
werkdt
Jij .............................. elke zaterdag de krant (lezen).
leezt
lees
lezt
leest
Hij ........................... een groot brood (kopen).
kopt
koopt
koop
kopent
Jan en Mieke ............................ samen naar school.
(fietsen)
fietsen
fietsten
fietst
fiets
