Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verwijswoorden 2TKL

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Waarnaar verwijst 'Zij'?

- De telefoons van huisartsen rinkelen de hele dag door. Zij moeten mensen met covid-19 helpen.

(a)  

2.

Waarnaar verwijst 'ze'?

- De bejaarden van een verzorgingstehuis in Zweden namen deel aan een spel. Daarin moesten ze elanden neerschieten.

(a)  

3.

Waarnaar verwijst 'Die'?

- Imke Courtois selecteerde acht kinderen. Die zijn allemaal erg goed in hun eigen sport.

(a)  

4.

Waarnaar verwijst 'Dat'?

- Iedereen op school heeft een B-bot. Dat is een pratende robot

(a)  

5.

Waarnaar verwijst 'dat'?

- De kunstenaar beeldt iets uit. Het werk dat zij/hij maakt is tastbaar.

(a)  

6.

Welk woord in de volgende zin is een verwijswoord?

- Twee weken lang werd er vergaderd, tot alle landen akkoord waren. Dat was erg moeilijk. Want elk land wou voor zichzelf haalbare doelen stellen.

a)

Dat

b)

Want

7.

Welk woord is in de volgende zin een verwijswoord?

- Het leukste wat ik ooit las, is een jongerenkrant. 

(a)  

8.

Welk woord is in de volgende zin een verwijswoord?

- Het enige wat ik nog moet lezen, is de volgende alinea.  

(a)  

9.

Waarnaar verwijst 'die'?

- Micheline was de eerste Belgische vrouw die een gouden medaille won op de Olympische Spelen.

(a)  

10.

Waarnaar verwijst 'dit'?

- ‘Kunnen zijn wie je bent’. Veel jongeren vinden dit belangrijk.

(a)  

11.

Waarnaar verwijst 'dat'?

- Het is een boek dat ik zelf als kind had willen lezen!

(a)  

12.

Waarnaar verwijst 'die'?

- Schilderijen die 500 jaar oud zijn, zien er anders uit dan schilderijen die 100 jaar oud zijn.

(a)