wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kennisbasisquizizz

Total questions: 58

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron.

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.1. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.2. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.3. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.4. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

2.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.1. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.2. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.3. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.4. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

3.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

b)

5.1. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid

c)

5.2. Het begin van de Europese expansie overzee

d)

5.3. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.4. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

4.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip humanisme?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.1. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.2. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.3. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.4. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

5.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip expansie?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.1. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.2. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.3. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.4. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

6.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

b)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De wetenschappelijke revolutie

7.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

b)

De wetenschappelijke revolutie.

c)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

d)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

8.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron (=schilderij uit de 17e eeuw van de grachtengordel)?

a)

De wetenschappelijke revolutie.

b)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

9.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip regenten ?

a)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

b)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De wetenschappelijke revolutie.

10.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip rationalisme?

a)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

b)

De wetenschappelijke revolutie.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

11.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

b)

Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

c)

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

d)

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

12.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

b)

Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

c)

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

d)

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

13.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron (=schilderij over de bestorming van de Bastille)?

a)

Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

b)

Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

c)

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme

d)

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

14.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

b)

Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

c)

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

d)

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

15.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip deïsme?

a)

Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

b)

Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

c)

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

d)

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

16.

Bij welk kenmerkend aspect hoort de volgende bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

17.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

18.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

19.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip censuskiesrecht?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

20.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

21.

1. Veel Nederlanders waren calvinistisch

2. Nederlanders waren blij met het bestuur van Filips II

a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 en 2 zijn juist

c)

1 en 2 zijn onjuist

d)

1 is onjuist, 2 is juist

22.

Waar had Luther geen kritiek op bij de katholieke kerk?

a)

Levensstijl geestelijken

b)

Verkoop aflaten

c)

Bidden

d)

Vertaling Bijbel

23.
Question Image

Match het begrip met de juiste beschrijving

a)

Expansie

1.

Uitbreiding

b)

Motief

2.

Reden om iets te doen

c)

Kolonie

3.

Vestigen in een gebied

d)

De Nieuwe Wereld

4.

Naam die gegeven wordt aan het continent Amerika

e)

Plantage

5.

Plek waar gewassen worden verbouwd, vaak door slaven

24.

Welke twee kenmerkende aspecten horen bij paragraaf 5.1: De Renaissance

a)

Het veranderende mens-en wereldbeeld van de renaissance en het begin van de wetenschappelijke belangstelling

b)

De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid

c)

Expansie van het christendom

d)

Europese Expansie

25.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron van de VOC?

a)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

b)

De wetenschappelijke revolutie.

c)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

d)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

26.

Wat past niet bij de religieuze situatie in de Republiek?

a)

Gewetensvrijheid

b)

De gereformeerde godsdienst was het belangrijkst

c)

Over het algemeen was er tolerantie

d)

Iedereen mocht zijn geloof openbaar uiten

27.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

b)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De wetenschappelijke revolutie

28.
Waarom spreken we in de zeventiende eeuw van een wetenschappelijke revolutie? 
a)
Omdat mensen toen voor de eerste keer in aanraking kwamen met de wetenschap
b)
Omdat mensen toen niet meer geloofden in de kracht van de wetenschap
c)
Omdat mensen op een wetenschappelijke manier de wereld gingen bestuderen
d)
Omdat mensen niet meer in God geloofden, maar in de wetenschap
29.

Uit welke drie machten bestaat de Trias Politica?

a)

Uitvoerlijke macht, wettelijke macht en de rechterlijke macht

b)

Wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtgevende macht

c)

Wetgevende macht, beslissings- macht en rechtsprekende macht

d)

de hoogste macht, wetgevende macht en rechtelijke macht

30.

Ancien Regimé verwijst naar

a)

De klassieke vorsten uit de tijd van de Grieken en Romeinen.

b)

De Middeleeuwse vorsten waarop de macht van koning in Frankrijk gebaseerd was.

c)

Het nieuwe bestuur, beïnvloed door de Verlichting.

d)

De oude (absolute) vorsten voor de democratische revoluties van de 18e eeuw.

31.
Question Image

Koppel de gevolgen aan de revolutie

a)

Franse

1.

In eerste instantie een radicale democratie, blijft instabiel en wordt keizerrijk

b)

Bataafse

2.

Korte periode een democratie, maar na 5 jaar weer een koninkrijk

c)

Amerikaanse

3.

Wordt een parlementaire democratie met een president aan het hoofd

32.

Welke kenmerkende aspect heeft te maken met de afschaffing van slavernij.

a)

Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

b)

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

c)

Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

d)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

33.

Bij welk kenmerkend aspect hoort de volgende bron?

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

34.

Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze afbeelding

a)

de sociale kwestie

b)

de industriële revolutie en de opkomst van de industriële samenleving

c)

de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionnalisme en feminisme

d)

democratische revoluties

35.

Check door de tijd heen:

Zet de volgende tijdvakken in de goede volgorde

a)

Ontdekkers en Hervormers

b)

Regenten en Vorsten

c)

Pruiken en Revoluties

d)

Burgers en Stoommachines

e)

Wereldoorlogen

1)
2)
3)
4)
5)
36.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip parlementair stelsel

a)

De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

b)

Discussies over de ‘sociale kwestie’.

c)

De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.

d)

De opkomst van emancipatiebewegingen.

e)

Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces

37.

​ (a)   van de feministische beweging waren bijvoorbeeld dat de vrouw een betere positie kreeg in de ​ (b)   . Vrouwen kregen ​ (c)   over hun kinderen. Steeds meer meisjes gingen naar de ​ (d)   en uitendelijk krijgen vrouwen kiesrecht in ​ (e)  

Choose from the below words
Gevolgen
maatschappij
medezeggenschap
universiteit
1917
1848
werk
kroeg
oorzaken
Oorzaken
38.

Welk woord/begrip past het beste bij de afbeelding?

a)

Superioriteitsgevoel

b)

Industrialisatie

c)

Kolonisatie

d)

Emancipatie

39.

Welke twee kenmerkenden aspecten passen bij de Eerste Wereldoorlog?

a)

het voeren van twee wereldoorlogen

b)

het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme, fascisme en nationaalsocialisme

c)

verwoesting op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering

d)

de crisis van het wereldkapitalisme

e)

de rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie

40.

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorden

a)

Eerste Wereldoorlog

b)

Roaring Twenties

c)

Beurskrach

d)

Economische wereldcrisis

e)

New deal

1)
2)
3)
4)
5)
41.

Match het begrip met de juiste beschrijving

a)

Autoritair

1.

Bestuur met harde hand, niet democratisch

b)

Antisemitisme

2.

Jodenhaat

c)

Persoonsverheerlijking

3.

Leider wordt opgehemeld

d)

Propaganda

4.

Het willen beïnvloeden van een groep mensen

e)

Fascisme

5.

Stroming die anti-democratisch is met een sterke leider aan de macht

42.

Match het begrip aan de definitie

a)

Collaboratie

1.

Meewerken met de bezetter

b)

Capitulatie

2.

Overgeven

c)

Holocaust

3.

Massale vervolging van Joden

d)

Nationaalsocialisme

4.

Racistische variant van het fascisme

e)

Hongerwinter

5.

Periode van grote honger na de bevrijding van Zuid-Nederland

43.

Wat willen de Duitsers bereiken met de nazificatie van Nederland?

a)

Bevolking van Nederland overtuigen van de nazi-ideologie

b)

Alle Nederlanders vervangen door nazi's

c)

De nazi's uit Nederland weghalen

d)

De Hitlerjügend invoeren in Nederland

44.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


-Proclamatie van de Republiek Indonesië door Soekarno op 17-08-1945-

a)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

b)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

c)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

d)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

e)

De Duitse bezetting van Nederland.

45.

In ​ (a)   wordt een bloedige ​ (b)   gevoerd, wanneer ze onafhankelijk willen worden van ​ (c)   . Uiteindelijk ​ (d)   de Europeanen de onafhankelijkheid. Rond 1965 is vrijwel heel ​ (e)   vrij van Europese kolonisatie.

Choose from the below words
Algerije
onafhankelijkheidsoorlog
Frankrijk
erkennen
Afrika
Marokko
Vietnam
Azië
Engeland
Nederland
46.

In welk antwoord horen alle begrippen bij het kapitalisme?

a)

éénpartijstaat, democratie, vrije markt economie, privébezit

b)

privébezit, democratie, productiemiddelen van de staat, winst

c)

winst, vrije markt economie, democratie, privébezit productiemiddelen

d)

vrije markt economie, éénpartijstaat, privébezit, productiemiddelen van de staat

47.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


Bob Dylan: The times they are changing:

'Kom vaders en moeders

kom hier en hoor toe

wij zijn jullie praatjes en wetten zo moe

Je zoons en je dochters die haatten gezag

je moraal die verveelt ons al tijden

en vlieg op als de wereld van nu je niet mag

want er komen andere tijden.

De streep is getrokken, de vloek is gelegd

op alles wat vals is en krom en onecht.

Jullie mooie verleden was bloedig en laks,

wij zullen die fouten vermijden.

En de man bovenaan is de laagste van straks,

want er komen andere tijden.

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

48.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- Op 12 april 1983 brengt het ANP het volgende bericht:

STRAATSBURG

Met 50 stemmen voor en 19 tegen heeft het Europese Parlement in het Franse Straatsburg besloten een Europese vlag te gaan voeren.

De Griekse communisten vonden dat het parlement belangrijker zaken had om zich mee bezig te houden, terwijl socialisten wel het belang ervan kenden, maar zich afvroegen of symbolen serieuze strijd tegen werkloosheid kunnen vervangen.

Toch besloten de Europarlementariërs de vlag die de Raad van Europa, een samenwerkingsverband van de 21 democratische West Europese landen, sinds 1955 voert, over te nemen. Twaalf gouden sterren op een blauw veld zullen in de toekomst wapperen boven alle officiële gebouwen van de EG. Een eigen vlag die het parlement voordien gebruikte, met de letters "EP" is voortaan taboe. -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

49.

Match the following

a)

Einde van de koude oorlog

1.

Polen

b)

Gastarbeiders om te helpen met wederopbouw

2.

Marrokko

c)

Landen gaan naar voormalig moederland

3.

Suriname

d)

Mensen vluchten voor een conflict in hun regio

4.

Syrië

50.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

b)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

c)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

d)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

e)

De Duitse bezetting van Nederland.

51.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

- Goebbels roept in februari 1943 de totale oorlog uit tijdens een rede in het sportpaleis -

a)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

b)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

c)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

d)

Het voeren van twee wereldoorlogen

e)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

52.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

53.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- gezinshereniging van twee gezinnen van gastarbeiders in Spakenburg. (11 september 1968).

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

54.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- Het Verdrag van Maastricht (1992) -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

55.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het volgende begrip?


- gemeenschappelijke markt -

a)

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

b)

De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.

c)

De eenwording van Europa.

d)

De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

e)

De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

56.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

b)

Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

c)

Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

d)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

e)

De Duitse bezetting van Nederland.

57.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


-hongerwinter-

a)

De crisis van het wereldkapitalisme.

b)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

c)

Het voeren van twee wereldoorlogen.

d)

De Duitse bezetting van Nederland.

e)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.

58.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?


- Hiroshima na de val van de atoombom (1945) -

a)

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

b)

De crisis van het wereldkapitalisme.

c)

De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

d)

De Duitse bezetting van Nederland.

e)

Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaalsocialisme.