wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal thema 6

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een ander woord voor de ontvoerder?

a)

de commissaris

b)

de evacué

c)

de vedette

d)

de kidnapper

2.

Emma kijkt geobsedeerd naar de zanger op het podium. Wat betekent 'geobsedeerd'?

a)

Met alle aandacht

b)

Met veel aandacht

c)

Met een beetje aandacht

d)

Met geen aandacht

3.

Later bleek dat de buschauffeur niet op de weg had gelet. Welke zin past het best bij de buschauffeur?

a)

Hij besloot het hazenpad te kiezen

b)

Hij draaide er zijn hand niet voor om

c)

Hij had het zekere voor het onzekere genomen

d)

Hij was in gebreke gebleven

4.

Terloops vertelde hij ook dat hij slecht had geslapen. Wat betekent terloops?

a)

Vooraf

b)

Tussendoor

c)

Achteraf

5.

De nieuwe president had zijn overwinning te danken aan zijn campagne. Wat is een campagne?

a)

Een doordachte actie

b)

Een enthousiast team

c)

Een mooie recensie

d)

Een vrolijk uiterlijk

6.

Welke zin is juist geschreven?

a)

Branco schoonmaakt huizen van anderen.

b)

Branco maakt huizen van anderen schoon.

7.

Welke zin is juist geschreven?

a)

Het staat vol om een doekje door de wastafel te halen.

b)

Het volstaat om een doekje door de wastaffel te halen.

c)

Het volstaat om een doekje door de wastafel te halen.

d)

Gisteren volstaat het om een doekje door de wastafel te halen.

8.

De volgende zin is juist geschreven. Met een uitkering komt hij bijna niet rond.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Wat vul je in op de puntjes? als of dan? Hij heeft zijn les beter geleerd ... ik.

(a)  

10.

Wat vul je in op de puntjes? als of dan? Toch geeft de juf hem hetzelfde cijfer ... mij.

(a)  

11.

Wat vul je in op de puntjes? als of dan? Ik ben blijer met mijn cijfer ... hij.

(a)  

12.

In welke vorm staat de volgende zin? De broodtrommel wordt door Pim vergeten.

a)

Bedrijvende zin

b)

Lijdende zin

13.

Maak van de volgende zin een lijdende zin. Anniko snijdt een appel doormidden.

(a)  

14.

Maak van deze zin een bedrijvende zin. Een boterham wordt aan Gilda gegeven door Thom.

(a)  

15.

Wat is de taalfout in de volgende zin? Jonas is me beste vriend.

a)

Jonas

b)

is

c)

me

d)

vriend

16.

Verbeter de taalfout in de volgende zin. Hun hebben samen gevoetbald.

(a)  

17.

Verbeter de volgende taalfout. Hallo, is dit jou tas?

(a)  

18.

Wat zijn van de volgende woorden scheidbare werkwoorden? aantrekken, aanvaarden, mislukken, misslaan, lesgeven, liefhebben

a)

aantrekken, mislukken, lesgeven, liefhebben

b)

aantrekken, aanvaarden, lesgeven, liefhebben

c)

aanvaarden, mislukken, misslaan, liefhebben

d)

aantrekken, misslaan, lesgeven, liefhebben

19.

Is het dikgedrukte woord juist gespeld? Het waterpijl in de grond zakt elk jaar een beetje.

a)

waar

b)

niet waar

20.

Is het dikgedrukte woord juist gespeld? Het medicijn werkt steeds een beetje minder.

a)

Waar

b)

Niet waar