wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M02 Bouwen vanaf de fundering 3

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat kun je zeggen over een voegmortel (voegspecie)?

a)

het is aardvochtig met weinig water

b)

het is aardvochtig zonder cement

c)

het is plastische mortel met veel kalk

d)

het moet de zelfde samenstelling hebben als de metselmortel

2.

Hoever moet je de voeg uitkrabben?

a)

15 mm

b)

10 mm

c)

25 mm

d)

5 mm

3.

Wat is geen naam van een steiger?

a)

kamersteiger

b)

rolsteiger

c)

systeemsteiger

d)

utiliteitssteiger

4.

Voordat je een rollaag gaat metselen zijn 2 dingen heel erg belangrijk, welke?

a)

breedte van de rollaag bepalen en de koppenmaat

b)

de breedte van de rollaag bepalen en het verband

c)

hoogte van de rollaag bepalen en de lagenmaat

d)

hoogte van de rollaag bepalen en verdeling van de stenen

5.

Waarvoor gebruik je de lange voegspijker?

a)

voor de lintvoegen

b)

voor de stootvoeg

c)

voor een dikke voeg

d)

voor een dilatatievoeg

6.

Wat is het aller belangrijkste met het werken op een (rol)steiger?

a)

dat je de juiste werkkleding draagt

b)

dat je de steiger zo snel mogelijk opbouwd

c)

dat je de steiger zo snel mogelijk verwijderd

d)

dat je zorgt voor je eigen veiligheid en de veiligheid van anderen

7.

Welke direct risico is er verbonden aan het werken op en rond een steiger?

a)

gehoorschade

b)

gevaar door inademen van fijnstof

c)

je kan wat op je hoofd krijgen

8.

Wat doe je direct na het metselen voordat de specie verhard is?

a)

de muur met een zachte handveger schoonvegen

b)

de speciebaarden weghalen

c)

de voegen uitkrabben

d)

het metselwerk voegen

9.

Waar kun je een ladder voor gebruiken?

a)

om een brug van de ene steiger naar de andere te maken

b)

om een steigervloer te maken

c)

om op je werkplek te komen

10.

Wat is pointeren van de voegen?

a)

doorstrijken met een pointmaster

b)

platvol voegen en kloppen met een harde bezem

c)

schaduwvoeg aanbrengen

d)

voegen uitkrabben

11.

Waarmee kun je het gewicht boven een muuropening (deurkozijn) niet opvangen?

a)

met een betonlatei

b)

met een halfsteens rollaag

c)

met een stalen hoeklijn

d)

met een stalton latei

12.

Welke soort voegen is juist voor metselwerk?

a)

dilatatie voeg

b)

dilatatie voeg

c)

ingewassen voeg

d)

platvolle voeg

13.

Wat metselden ze vroeger in plaats van een latei boven een muuropening?

a)

een boog

b)

een ezelsrug

c)

een steunbeer

14.

Waarom pas je nu nog rollagen toe?

a)

het is goedkoper dan een latei

b)

het is sneller te maken

c)

het is veel eenvoudiger uit te voeren

d)

het ziet er mooi uit

15.

Wat mag je zeker niet doen bij het werken met een steiger?

a)

een schrikvloer aanbrengen

b)

een stabisator aanbrengen

c)

kantplanken aanbrengen

d)

te zwaar belasten