wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eindexamen - Nask 2 - Mavo 4

Total questions: 151

Worksheet time: 3hrs 34mins

Name
Class
Date
1.
Welke stoffen komen vrij bij een volledige verbranding?
a)
CO
b)
CO2
c)
H2O
d)
N2O
2.
Welke stoffen kunnen vrijkomen bij een onvolledige verbranding?
a)
C
b)
CO
c)
CO2
d)
CO3
3.
Welke elementen vindt je in een koolwaterstof?
a)
C
b)
O
c)
H
d)
N
4.
Koolstofmonoxide komt vrij bij een…
a)
Volledige verbranding
b)
Onvolledige verbranding
5.
De rationele naam van aargas is…
a)
Methaan
b)
Ethaan
c)
Propaan
d)
Butaan
6.

De formule van methaan is…

(a)  

7.

De formule van ethaan is…

(a)  

8.

De formule van propaan is…

(a)  

9.

De formule van butaan is…

(a)  

10.
C4H8 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
11.
C8H16 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
12.
C24H48 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
13.
C58H116 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
14.
C4H8 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
15.
C8H18 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
16.
C24H50 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
17.
C58H118 is een…
a)
Alkaan
b)
Alkeen
18.

Polymeer is een ander woord voor…

(a)  

19.
Thermoplasten
a)
kun je vervormen als je ze opwarmt
b)
ontleden als je ze opwarmt
20.
Thermoharders
a)
kun je vervormen als je ze opwarmt
b)
ontleden als je ze opwarmt
21.
Thermoplasten
a)
kun je recyclen
b)
kun je niet recyclen
22.
Thermoharders
a)
kun je recyclen
b)
kun je niet recyclen
23.

Een polymeer bestaat uit

(a)  

24.

Uit meerdere monomeren kun je een (…) maken

(a)  

25.

KCA betekent

(a)  

26.

GFT betekent

(a)  

27.

Noem een verbrandingsverschijnsel

(a)  

28.
De brandvoorwaarden zijn
a)
Vuur
b)
Brandbare stof
c)
Voldoende zuurstof
d)
Ontbrandingstemperatuur
29.

Een stof die een reactie versnelt heet een

(a)  

30.
Hoe blus je een vlam-in-de-pan?
a)
Brandweer bellen
b)
Branddeken
c)
Water
d)
Deksel erop
31.

Een verbranding is een reactie met

(a)  

32.
CH4 + 2 O2 -> CO2 + H2O is een…
a)
Ontledingsreactie
b)
Verbrandingsreactie
33.
CaCO3 -> CaO + CO2 is een…
a)
Ontledingsreactie
b)
Verbrandingsreactie
34.
H2O -> H2 + O2 is een…
a)
Ontledingsreactie
b)
Verbrandingsreactie
35.
H2 + O2 -> H2O is een…
a)
Ontledingsreactie
b)
Verbrandingsreactie
36.

Ontleding dmv licht heet

(a)  

37.

Ontleding dmv warmte heet

(a)  

38.

Ontleding dmv elektriciteit heet

(a)  

39.
Een oxide is een stof die (…) in de formule bevat
a)
N
b)
C
c)
H
d)
O
40.
CuO is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
41.
Na2O is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
42.
Fe2O3 is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
43.
Al2O3 is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
44.
SO2 is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
45.
CO2 is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
46.
P2O5
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
47.
NO is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
48.
H3P is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
49.
H2S is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
50.
MgO2 is een…
a)
Metaaloxide
b)
Niet-metaaloxide
c)
Geen oxide
51.
Hoe kun je waterstof aantonen?
a)
Met een gloeiende houtspaander
b)
Met kalkwater
c)
Door op te vangen en aan te steken
d)
Met wit kopersulfaat
52.
Hoe kun je zuurstof aantonen?
a)
Met een gloeiende houtspaander
b)
Met kalkwater
c)
Door op te vangen en aan te steken
d)
Met wit kopersulfaat
53.
Hoe kun je koolstofdioxide aantonen?
a)
Met een gloeiende houtspaander
b)
Met kalkwater
c)
Door op te vangen en aan te steken
d)
Met wit kopersulfaat
54.
Hoe kun je water aantonen?
a)
Met een gloeiende houtspaander
b)
Met kalkwater
c)
Door op te vangen en aan te steken
d)
Met wit kopersulfaat
55.
Welke waarneming doe je als je waterstof opvangt en aansteekt?
a)
Je hoort een blafje
b)
Deze wordt troebel
c)
Hij gaat feller gloeien/branden
d)
Hij wordt blauw
56.
Welke waarneming doe je als je zuurstof bij een gloeiende houtspaander houdt?
a)
Je hoort een blafje
b)
Deze wordt troebel
c)
Hij gaat feller gloeien/branden
d)
Hij wordt blauw
57.
Welke waarneming doe je als je koolstofdioxide door kalkwater leidt?
a)
Je hoort een blafje
b)
Deze wordt troebel
c)
Hij gaat feller gloeien/branden
d)
Hij wordt blauw
58.
Welke waarneming doe je als je water aan kopersulfaat toevoegt?
a)
Je hoort een blafje
b)
Deze wordt troebel
c)
Hij gaat feller gloeien/branden
d)
Hij wordt blauw
59.

Met een reagens kun je…

(a)  

60.

Welk effect heeft CO2 op de natuur?

(a)  

61.

Welk effect heeft NOx op de natuur?

(a)  

62.

Welk effect heeft SO2 op de natuur?

(a)  

63.

Welk effect hebben CFKs op de natuur?

(a)  

64.
Methaan is een broeikasgas
a)
Waar
b)
Niet waar
65.
Koolstofdioxide is een is een broeikasgas
a)
Waar
b)
Niet waar
66.
Lachgas is een broeikasgas
a)
Waar
b)
Niet waar
67.
Waterdamp is een broeikasgas
a)
Waar
b)
Niet waar
68.

Wat is de molecuulmassa van CH4? (1 decimaal)

(a)  

69.

Wat is de molecuulmassa van CO2? (1 decimaal)

(a)  

70.

Wat is de molecuulmassa van H2O? (1 decimaal)

(a)  

71.

Wat is de molecuulmassa van NO2? (1 decimaal)

(a)  

72.

Wat is de molecuulmassa van SO2? (1 decimaal)

(a)  

73.

Wat is de molecuulmassa van H2? (1 decimaal)

(a)  

74.

De faseovergang van vast naar vloeibaar heet

(a)  

75.

De faseovergang van vast naar gas heet

(a)  

76.

De faseovergang van vloeibaar naar vast heet

(a)  

77.

De faseovergang van vloeibaar naar gas heet

(a)  

78.

De faseovergang van gas naar vloeibaar heet

(a)  

79.

De faseovergang van gas naar vast heet

(a)  

80.
Hydrofiel is
a)
Waterlievend
b)
Watervrezend
81.
Hydrofoob is
a)
Waterlievend
b)
Watervrezend
82.
Olie is
a)
Hydrofiel
b)
Hydrofoob
83.
Benzine is
a)
Hydrofiel
b)
Hydrofoob
84.
Terpetine is
a)
Hydrofiel
b)
Hydrofoob
85.
Azijn
a)
Hydrofiel
b)
Hydrofoob
86.
Suiker
a)
Hydrofiel
b)
Hydrofoob
87.
Limonade
a)
Hydrofiel
b)
Hydrofoob
88.
Uit welke soorten water halen we in Nederland ons drinkwater
a)
Zeewater
b)
Oppervlaktewater
c)
Grondwater
d)
Drinkwater
89.
Waarom wordt water belucht?
a)
Om ijzer te verwijderen
b)
Om kalk te verwijderen
c)
Om bacteriën te doden
d)
Om vuildeeltjes te verwijderen
90.
Waarom wordt water met UV licht behandeld?
a)
Om ijzer te verwijderen
b)
Om kalk te verwijderen
c)
Om bacteriën te doden
d)
Om vuildeeltjes te verwijderen
91.
Waarom wordt water onthard?
a)
Om ijzer te verwijderen
b)
Om kalk te verwijderen
c)
Om bacteriën te doden
d)
Om vuildeeltjes te verwijderen
92.
Waarom wordt water gefilterd?
a)
Om ijzer te verwijderen
b)
Om kalk te verwijderen
c)
Om bacteriën te doden
d)
Om vuildeeltjes te verwijderen
93.
Hard water bevat
a)
veel kalk
b)
weinig kalk
c)
veel Ca2+ deeltjes
d)
weinig Ca2+ deeltjes
94.

Op welk verschil in stofeigenschap berust filtreren?

(a)  

95.

Op welk verschil in stofeigenschap berust adsorberen?

(a)  

96.

Op welk verschil in stofeigenschap berust extraheren?

(a)  

97.

Op welk verschil in stofeigenschap berust destilleren?

(a)  

98.

Op welk verschil in stofeigenschap berust indampen?

(a)  

99.

Op welk verschil in stofeigenschap berust bezinken en afschenken?

(a)  

100.

Water uit rivieren of meren heet

(a)  

101.

Water uit de grond heet

(a)  

102.

Water in zeeën of oceanen heet

(a)  

103.

Wat is de reactievergelijking voor het maken van ijzer uit ijzererts

(a)  

104.

Wat is de reactievergelijking voor het maken van aluminium uit bauxiet

(a)  

105.

Geef de formule van waterstofchloride incl fase

(a)  

106.

Geef de formule van salpeterzuur incl fase

(a)  

107.

Geef de formule van zwavelzuur incl fase

(a)  

108.

Geef de formule van koolzuur incl fase

(a)  

109.

Geef de formule van azijnzuur incl fase

(a)  

110.

Geef de formule van zoutzuur incl fase

(a)  

111.

Geef de formule van verdund salpeterzuur incl fase

(a)  

112.

Geef de formule van verdund zwavelzuur incl fase

(a)  

113.

Geef de formule van koolzuurhoudend water incl fase

(a)  

114.

Geef de formule van verdund azijnzuur incl fase

(a)  

115.

De formule HCl (g) staat voor

(a)  

116.

De formule HNO3 (l) staat voor

(a)  

117.

De formule H2SO4 (l) staat voor

(a)  

118.

De formule H2CO3 (aq) staat voor

(a)  

119.

De formule HAc (l) staat voor

(a)  

120.

De formule H+ (aq) + Cl- (aq) staat voor

(a)  

121.

De formule H+ (aq) + NO3- (aq) staat voor

(a)  

122.

De formule 2 H+ (aq) + SO42- (aq) staat voor

(a)  

123.

De formule 2 H+ (aq) + CO32- (aq) staat voor

(a)  

124.

De formule H+ (aq) + Ac- (aq) staat voor

(a)  

125.

Geef de formule ammoniak incl fase

(a)  

126.

Geef de formule van ammonia incl fase

(a)  

127.

Geef de formule van kalkwater incl fasen

(a)  

128.

Geef de formule van natronloog

(a)  

129.
Welke van de volgende deeltjes zijn basisch?
a)
H+
b)
OH-
c)
O2-
d)
CO32-
e)
NH3
130.
Welke van de volgende deeltjes is zuur?
a)
H+
b)
OH-
c)
O2-
d)
CO32-
e)
NH3
131.
Een zure oplossing heeft een
a)
Hoge pH
b)
Neutrale pH
c)
Lage pH
132.
Een basische oplossing heeft een
a)
Hoge pH
b)
Neutrale pH
c)
Lage pH
133.
Water heeft een
a)
Hoge pH
b)
Neutrale pH
c)
Lage pH
134.

De grondstof waaruit metalen gewonnen worden heet

(a)  

135.

Een legering is

(a)  

136.
Edele metalen reageren
a)
Heftig met water en/of zuurstof
b)
Enigszins met water en/of zuurstof
c)
Niet met water en/of zuurstof
137.
Onedele metalen reageren
a)
Heftig met water en/of zuurstof
b)
Enigszins met water en/of zuurstof
c)
Niet met water en/of zuurstof
138.
Zeer ondele metalen reageren
a)
Heftig met water en/of zuurstof
b)
Enigszins met water en/of zuurstof
c)
Niet met water en/of zuurstof
139.

Wat is de formule van ijzererts

(a)  

140.

Wat is de formule van aluin

(a)  

141.

Wat is de formule van roest

(a)  

142.

Een troebel mengsel van twee vloeistoffen die niet met elkaar mengen noem je een

(a)  

143.

Een troebel mengsel van een vast stof en een vloeistoffen die niet met elkaar mengen noem je een

(a)  

144.

Een mengsel van vaste deeltjes in een gas noem je

(a)  

145.

Een mengsel van vloeibare deeltjes in een gas noem je een

(a)  

146.

Een helder mengsel van een stof die opgelost is in een andere stof noem je een

(a)  

147.

Suspensies kun je scheiden door middel van

(a)  

148.
Een mengsel heeft een
a)
Kookpunt
b)
Kooktraject
149.
Een zuivere stof heeft een
a)
Kookpunt
b)
Kooktraject
150.
Welke van de volgende metalen zijn giftig?
a)
Cadmium
b)
Zilver
c)
Lood
d)
Calcium
e)
Kwik
151.

Hoe noem je een legering met kwik?

(a)