wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Doelstellingen 1

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Over welke soort doelstelling gaat het?

Leerlingen kunnen het verschil uitleggen tussen serie- en parallelschakelingen.

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algmene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

2.

Over welke soort doelstelling gaat het?

Leerlingen tonen interesse voor wat er omgaat in hun leefmilieu

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algemene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

3.

Over welke soort doelstelling gaat het?

Leerlingen kunnen met behulp van de stelling van pythagoras onbekenden berekenen in rechthoekige driehoeken.

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algemene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

4.

Over welke soort doelstelling gaat het?

In de volgende les zal de leraar het begrip democratie aanbrengen.

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algemene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

5.

Over welke soort doelstelling gaat het?

Leerlingen kunnen zelfstandig werken.

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algemene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

6.

Over welke soort doelstelling gaat het?

Leerlingen kunnen rekenen met machten.

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algemene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

7.

Over welke soort doelstelling gaat het?

Leerlingen kunnen de instrumentele culturele vaardigheden toepassen.

a)

globale doelstelling

b)

leerplandoel of algemene doelstelling

c)

lesdoel

d)

geen doelstelling

8.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

Leerlingen kunnen beschrijven hoe we aan gegevens kunnen komen over het dagelijks leven van de mens in de prehistorie.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

9.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

Leerlingen zijn bereid hun eigen doen en laten tijdens het uitvoeren van een groepsopdracht aan kritiek van de deelnemende groepsleden te onderwerpen.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

10.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

Leerlingen kunnen een taart garneren, waarbij gebruik wordt gemaakt van slagroom en vruchtjes.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

11.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

Leerlingen kunnen de vier rekenkundige hoofdbewerkingen: optellen,

aftrekken, delen en vermenigvuldigen toepassen op decimale getallen.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

12.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

(Leerlingen kunnen een model maken van de dwarsdoorsnede van een dijk.)

a. Leerlingen kunnen delen van de dwarsdoorsnede van een dijk bespreken.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

13.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

(Leerlingen kunnen een model maken van de dwarsdoorsnede van een dijk.)

b. Leerlingen kunnen een houten model maken van de dwarsdoorsnede van een dijk op basis van een schets.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

14.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

Leerlingen durven tijdens een discussie hun persoonlijke visie naar voor te

brengen en zijn bereid deze visie indien nodig te herzien.

a)

C

b)

DAS

c)

PM

15.

Orden onderstaande doelstelling naargelang het/de persoonlijkheidsgebied(en) waarop deze betrekking heeft.

          C (Cognitief) - DAS (dynamisch, affectief, sociaal) - PM (Psychomotorisch)

Leerlingen kunnen een vrije handstand uitvoeren, waarbij de benen gestrekt

zijn zonder daarbij hulp te krijgen van een medeleerling.

a)

C

b)

DAS

c)

PM