Font size
Worksheets1NED_TRIM2
Total questions: 115
Worksheet time: 2hrs 45mins
Welke zin is goed?
De klant heeft contant betaald.
De klant heeft contant betaalt.
De klant heeft contant betaaldt.
Welke zin is goed?
De kleuring heeft het grijze haar gedekd.
De kleuring heeft het grijze haar gedekt.
De kleuring heeft het grijze haar gedekdt.
Welke zin is goed?
De klant is van stoel gewisseld.
De klant is van stoel gewisselt.
De klant is van stoel gewisseldt.
Welke zin is goed?
Zij heeft de klant gepermanend.
Zij heeft de klant gepermanent.
Zij heeft de klant gepermanendt.
Welke zin is goed?
De blondeerpoeder heeft irritatie veroorzaakd.
De blondeerpoeder heeft irritatie veroorzaakt.
De blondeerpoeder heeft irritatie veroorzaakdt.
Welke zin is goed?
Het haar wordt eerst gewatergolfd.
Het haar wordt eerst gewatergolft.
Het haar wordt eerst gewatergolfdt.
Welke zin is goed?
Ik heb de oude rollers weggegooid.
Ik heb de oude rollers weggegooit.
Ik heb de oude rollers weggegooidt.
Welke zin is goed?
Mimi heeft het wondje opengekrabd.
Mimi heeft het wondje opengekrabt.
Mimi heeft het wondje opengekrabdt.
Welke zin is goed?
Het haar is gedroogd onder de droogkap.
Het haar is gedroogt onder de droogkap.
Het haar is gedroogdt onder de droogkap.
Welke zin is goed?
Het haar is enorm beschadigd.
Het haar is enorm beschadigt.
Het haar is enorm beschadigdt.
Welke zin staat in de voltooide tijd?
Gisteren liep ik op straat.
Liep ik gisteren op straat?
Ik heb gisteren op straat gelopen.
Welke zin staat in de voltooide tijd?
Gisteren had ik gitaarles.
Ik ben naar gitaarles geweest.
Had ik gisteren gitaarles?
Welke zin staat in de voltooide tijd?
Karel is naar huis gegaan.
Ging Karel naar huis?
Karel ging naar huis.
Welke zin staat in de voltooide tijd?
Gingen jullie op vakantie?
Wij gingen op vakantie.
Ik ben op vakantie geweest.
Welke zin staat in de voltooide tijd?
Anne slaapt morgen bij haar buurmeisje.
Anne heeft bij haar buurmeisje geslapen.
Sliep Anne bij haar buurmeisje?
Wat is het hulpwerkwoord?
Het heeft de hele dag geregend.
geregend
heeft
hele
Wat is het hulpwerkwoord?
Jullie worden naar school gebracht.
worden
gebracht
naar
Wat is het hulpwerkwoord?
Ik heb koekjes gebakken.
gebakken
heb
ik
Wat is het hulpwerkwoord?
De meisjes worden door moeder geroepen.
meisjes
geroepen
worden
Wat is het hulpwerkwoord?
Ik heb 100 Euro gewonnen.
Euro
gewonnen
heb
Moet je de zin letterlijk of figuurlijk opvatten?
'De tandarts voelde aan Stefs tand.'
letterlijk
figuurlijk
Moet je de zin letterlijk of figuurlijk opvatten?
'Hij begeeft zich in een wespennest.'
letterlijk
figuurlijk
Moet je de zin letterlijk of figuurlijk opvatten?
'Tijdens de gure winter liet men de daklozen in de kou staan.'
letterlijk
figuurlijk
In welke zinnen wordt het woord 'zwaar' letterlijk gebruikt?
Kun jij dit tillen? Die stapel boeken is echt wel zwaar.
Spreken ze je naam verkeerd uit? Daar moet je niet zo zwaar aan tillen.
De vorige training vond ik echt wel zwaar.
De dronken chauffeur kreeg een zware boete.
In welke zinnen wordt het woord 'zwaar' figuurlijk gebruikt?
Een zware stem nodigde ons uit om het spookkasteel te bezoeken.
Een kilo pluimen is net zo zwaar als een kilo lood.
Een zware jongen is een misdadiger.
In welke zinnen wordt het woord 'diep' letterlijk gebruikt?
Toen opa mijn rapport zag, slaakte hij een diepe zucht.
Laat broertje niet bij de vijverrand spelen. Het water is er erg diep.
Ik heb zo diep geslapen dat ik de wekker niet hoorde.
Speleologen willen die diepe grotten verkennen.
Dat net jij mij beschuldigt, dat raakt mij diep.
Hoofdletter?
anna
talen
werken
fiets
Hoofdletter?
zingen
antwoorden
appel
tweede wereldoorlog
Hoofdletter?
groot-brittanië
krant
feestdag
water
Hoofdletter?
jongen
rusland
geeuwen
the new york times
Welke woorden moet je met een hoofdletter schrijven?
deze man komt uit mexico
deze
man
komt
uit
mexico
Welke woorden moet je met een hoofdletter schrijven?
maria kijkt met kerstmis the grugde
maria
kijkt
met
kertsmis
the grudge
Hoofdletter?
polen
afleiding
west-vlaanderen
vredestraat
Welke woorden moet je met een hoofdletter schrijven?
leest mark elke dag het laatste nieuws?
leest
mark
elke
dag
het laatste nieuws
Waar moet je een hoofdletter schrijven? Typ de zin over.
de verenigde staten bestaat uit 50 staten en grenst aan canada en mexico.
(a)
Waar moet je een hoofdletter schrijven? Typ de zin over.
met nieuwjaar leest pieter altijd een nieuwjaarsbrief in het engels voor.
(a)
Correcte spelling?
8 januari was er iemand jarig.
Juist
Fout
Correcte spelling?
Onlangs stond er in De Standaard een artikel over de oorzaak van de aardbevingen in Turkije en syrië.
Juist
Fout
Correcte spelling?
Staat de poolster in het noorden of in het oosten?
Juist
Fout
Correcte spelling?
De Canal grande, een grote mooie rivier, loopt dwars door Venetië, waar ongeveer 400 bruggen zijn.
Juist
Fout
Correcte spelling?
De basken die hier op reis waren vanuit Noord-Spanje, merkten op dat er in Gent veel roma zijn. Dit zijn zigeuners die oorspronkelijk uit India en Iran komen.
Juist
Fout
Correcte spelling?
Gelooft je broer nog in sinterklaas of heeft hij liever de paashaas?
Juist
Fout
Correcte spelling?
Sommige moslims en christenen weten niet dat er veel gelijkenissen zijn tussen de Bijbel en de Koran.
Juist
Fout
Correcte spelling?
Een leuke film die je op Netflix kan bekijken is the life op Pi.
Juist
Fout
Correcte spelling?
De Ziekte van Parkinson is heel erg.
Juist
Fout
Correcte spelling?
Waren er meer slachtoffers bij Wereldoorlog 1 dan bij de pest in de middeleeuwen?
Juist
Fout
Correcte spelling?
Is de beschrijving bij het monument het graf van de onbekende soldaat in het Limburgs dialect?
Juist
Fout
Correcte spelling?
Kwam Koningin Mathilde naar de opening van het Smak?
Juist
Fout
Hoelang is hij al populair?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hoelang is hij al populair?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hij las het verslag aan het begin van de vergadering voor.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Het bouwen van die brug was niet gemakkelijk.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Het blussen van de brand duurde uren.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:
Tijdens de wedstrijd wordt iedereen uitvoerig beoordeeld.
werkwoordelijke gezegde
naamwoordelijk gezegde
Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:
Sommige wiskundesommen blijven lastig.
werkwoordelijke gezegde
naamwoordelijk gezegde
Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:
Gisteren bleek zijn fiets onbruikbaar.
werkwoordelijke gezegde
naamwoordelijk gezegde
Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:
De zon schijnt fel mijn slaapkamer in.
werkwoordelijke gezegde
naamwoordelijk gezegde
Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:
In mijn pauze heb ik een kopje thee gedronken.
werkwoordelijke gezegde
naamwoordelijk gezegde
Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:
Mijn nieuwe tandarts is een aardige man.
werkwoordelijke gezegde
naamwoordelijk gezegde
Wij hebben ijs gegeten
Deze fiets trapt heel zwaar.
Zij is vaak ziek
Jullie zijn laat.
Mijn broer is geslaagd.
De tuin wordt morgen omgespit.
Je zou toch niet komen?
Mijn schoenen knellen.
Hebben zij de toets wel gemaakt?
De ramen zijn vies.
Zij moeten worden gezeemd
Dit lijkt me heel duur.
Oma is gevallen.
Zij heeft haar heup gebroken.
Zij zal moeten worden geopereerd.
Die film duurt 160 minuten.
Feit
Mening
Dit waren de saaiste uren uit mijn leven!
Feit
Mening
Gamen is tijdverlies.
Feit
Mening
Brussel is de hoofdstad van België.
Feit
Mening
Het is een mooie zonsondergang.
Feit
Mening
Moslims doen hun schoenen uit als ze de moskee binnengaan.
feit
mening
Een DOZIJN rode rozen zijn twaalf rozen.
feit
mening
Je moet respect hebben voor anderen
feit
mening
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Ik ga alle boodschappen op mijn lijstje … .
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Ik kreeg het … veel te oefenen op evenwichtsoefeningen.
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Op basis van welke criteria ga je mijn opdracht … ?
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Jouw … van de gebeurtenissen wijkt af van de zijne.
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Als je de spellingregels goed …, maak je weinig fouten.
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Alle aanwezigen worden … op de lijst.
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Voor ik aan mijn huiswerk begin, … ik alle taken en lessen.
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Als je voldoende fruit en groenten eet, zijn vitamines … .
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Je mag de namen van je buren op alfabetische volgorde … .
(a)
Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.
Moeten we de namen van historische figuren ook … schrijven?
(a)
Vul aan in de verleden tijd:
Waarom (a) (reageren) je niet op mijn bericht?
Vul aan in de verleden tijd:
Ik (a) (beantwoorden) gisteren al mijn mails.
Vul aan in de verleden tijd:
Wat (a) (vragen) jullie hem?
Vul aan in de verleden tijd:
Bo (a) (verrassen) me met een lekkere taart.
Vul aan in de verleden tijd:
Hij (a) (verliezen) zijn duur horloge.
Vul aan in de verleden tijd:
Oom en tante (a) (verwennen) dat kereltje vroeger altijd.
Vul aan in de verleden tijd:
Mijn huid (a) (verbanden) gelukkig nog nooit.
Vul aan in de verleden tijd:
Janne (a) (stofzuigen) de kattenmand.
Vul aan in de verleden tijd:
De kat (a) (haasten) zich naar buiten.
Vul aan in de verleden tijd:
De auto (a) (crashen) tegen een lantaarnpaal.
Vul aan met het voltooid deelwoord:
De leraar was (a) (verbazen) over het knappe werk.
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Word jij ook (a) (verwennen)?
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Heb jij al in zeewater van meer dan 25 °C (a) (zwemmen)?
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Ik heb dat toch nooit (a) (beweren)!
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Alexander heeft koffie (a) (morsen).
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Eva heeft een paard (a) (kopen).
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Ik heb die vuile sokken (a) (wassen).
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Wat is hier (a) (gebeuren)?
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Heeft de kat dat boek (a) (vernielen)?
Vul aan met het voltooid deelwoord:
Jasper heeft me met opruimen (a) (helpen).
Vul aan in de tegenwoordige tijd:
Het Amazonewoud (a) (branden) heviger dan ooit.
Vul aan in de tegenwoordige tijd:
Brazilië (a) (detecteren) sinds begin dit jaar al 83 329 branden.
