wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvakken 5, 6 & 7

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron.

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

2.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron van Galileo Galilei?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat

3.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

4.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip humanisme?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

5.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip aflaat?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat

6.

Geleerden en kunstenaars bestudeerden tijdens de renaissance een aantal zaken. Wat bestudeerden ze niet?

a)

Teksten uit de Oudheid.

b)

De sporten uit de Oudheid.

c)

De anatomie van de mens.

d)

De schoonheid van de mens en de natuur.

7.

Wie is deze bekende persoon uit de renaissance?

a)

Leonardo da Vinci

b)

Michelangelo

c)

Erasmus

d)

Columbus

8.

Wie is deze schilder?

a)

Van Gogh

b)

Jacob van Ruysdaal

c)

Rembrandt van Rijn

d)

Jan Steen

9.
Wat is een aflaat?
a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
10.

Wie was geen beroemde wetenschapper uit de tijd van de wetenschappelijke revolutie?

a)

Copernicus

b)

Aristoteles

c)

Newton

d)

Leeuwenhoek

11.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

b)

De wetenschappelijke revolutie.

c)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

d)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

12.

Wat hebben de telescoop en de microscoop gemeen?

a)

Ze worden beide gebruikt om nauwkeurig waar te nemen

b)

Ze werden beide in de Republiek ontwikkeld

c)

Ze zijn beide uitgevonden in China

d)

Ze worden beide voor de bepaling van de breedte gebruikt.

13.

Wat betekent rationeel optimisme?

a)

Een betere samenleving door gebruik van democratie

b)

Een betere samenleving door gebruik van wetenschap

c)

een betere samenleving door gebruik van tradities

d)

een betere samenleving door gebruik van het verstand

14.
Waarom wordt de Gouden Eeuw de Gouden Eeuw genoemd?
a)
Omdat het een tijd was waarin er veel geld verdient werd.
b)
Rijke periode waarin kunst, wetenschap & techniek opbloeiden
c)
Vanwege de VOC
d)
Het was een periode waarin veel in goud werd gehandeld
15.
Waarom spreken we in de zeventiende eeuw van een wetenschappelijke revolutie? 
a)
Omdat mensen toen voor de eerste keer in aanraking kwamen met de wetenschap
b)
Omdat mensen toen niet meer geloofden in de kracht van de wetenschap
c)
Omdat mensen op een wetenschappelijke manier de wereld gingen bestuderen
d)
Omdat mensen niet meer in God geloofden, maar in de wetenschap
16.

Wat is geen kenmerk van de Verlichting?

a)

Gelijkheid

b)

Vrijheid

c)

Traditie

d)

Tegen religieus fanatisme

17.

Welke drie standen had je in de 18e eeuw in Frankrijk?

a)

Geestelijken, regenten en burgers

b)

Vorsten, regenten en burgers

c)

Geestelijken, adel en regenten

d)

Geestelijken, adel en burgers

18.

De humanisten gingen opnieuw boeken en bronnen uit de oudheid vertalen, waarom?

a)

Ze verveelden zich enorm

b)

Ze vonden dat de teksten niet goed vertaald waren

c)

Ze maakten vooral aantekeningen tijdens het lezen

d)

Ze hadden zin in een uitdaging

19.

Wat betekent Renaissance letterlijk?

a)

Wederopstanding

b)

Wedergeboorte

c)

Gedenk te sterven

d)

Herleving

20.
Leonardo da Vinci was een...
a)
uitvinder
b)
schilder
c)
wiskundige
d)
alle drie
21.

Wat wordt er bedoeld met ratio?

a)

Een nieuwe uitvinding uit de 18e eeuw

b)

De rede (gezond) verstand

c)

Dat is een ander woord voor Renaissance

d)

Dat mensen niet voor zichzelf dachten

22.

Wie zei als eerste dat de aarde om de zon heen draait?

a)

Nicolaus Copernicus

b)

Galileo Galilei

c)

Sir Isaac Newton

d)

William Parsons

23.

Wie bedacht in 1687 de zwaartekracht theorie?

a)

Nicolaus Copernicus

b)

Galileo Galilei

c)

Sir Isaac Newton

d)

Wiliam Parsons

24.

In welke eeuw begon de Verlichting?

a)

16e eeuw

b)

17e eeuw

c)

18e eeuw

d)

19e eeuw

25.

Geef aan welke kenmerken passen bij de verlichting:

a)

Gelijkheid

b)

Kennis

c)

Onwetendheid

d)

Traditie

e)

Verstand

26.

Ik ben al begonnen met leren voor de proefwerkweek

a)

Ja, net begonnen

b)

Ja, al lang bezig

c)

Nee, ik ga binnenkort beginnen

d)

Nee, ik wacht tot het allerlaatste moment :)