Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voortplanting 4.1 4.2

Total questions: 23

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je de geslachtskenmerken die komen tijdens de puberteit?

a)

Primaire geslachtskenmerken

b)

Secundaire geslachtskenmerken

c)

Puberteitskenmerken

d)

Groeispurt

2.
Waar vindt de bevruchting plaats?
a)
Baarmoeder
b)
Eierstok
c)
Baarmoederslijmvlies
d)
Eileider
3.
Waar vindt de innesteling van een bevruchte eicel plaats?
a)
Eileider
b)
Baarmoederslijmvlies
c)
Baarmoedermond
d)
Vagina
4.

rond welk dag is een vrouw het meest vruchtbaar?

a)

2 weken na de eerste ongesteldheidsdag

b)

2 weken na de menstruatie cyclus

c)

4 dagen voor de laatste ongesteldheidsdag

d)

tijdens de ongesteldheid

5.

Wordt het slijmvlies van de baarmoeder tijdens de menstruatie dikker?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Hoeveel dagen duurt een menstruatiecyclus ongeveer?

a)

10

b)

14

c)

28

d)

35

7.
Op welke dag van de menstruatie vindt gemiddeld de eisprong plaats?
a)
10
b)
12
c)
14
d)
16
8.
Op welke dag vindt op de afbeelding de eisprong plaats? 
a)
21 April
b)
22 April
c)
23 April 
d)
24 April 
9.

Iris had op 3 maart haar eerste dag van de menstruatie. Op welke dag zal haar eerstevolgende eisprong vermoedelijk zijn?

a)

14 maart

b)

17 maart

c)

31 maart

d)

24 maart

10.
Nisa is op 1 maart voor het eerst ongesteld. Wanneer vindt haar volgende menstruatie weer plaats?
a)
29 Maart
b)
30 Maart
c)
31 Maart
d)
1 April
11.
Britt is op 28 februari voor het eerst ongesteld. Wanneer vind haar ovulatie plaats?
a)
13 maart
b)
14 maart
c)
15 maart
d)
16 maart
12.

Op welke dag (nummer) begint de menstruatie?

a)

1

b)

4

c)

14

d)

8

13.

De menstruatie van een vrouw is een cyclus. Wat betekent dit?

a)

Dat het een keer gebeurd.

b)

Dat het steeds opnieuw gebeurd.

c)

Dat het normaal is.

d)

Dat het onregelmatig gebeurd.

14.

Wat is de ovulatie

a)

Menstruatie

b)

Eisprong

c)

Eilancering

d)

Bevruchting

15.

Wat is menstrueren?

a)

Afstoten van baarmoederslijmvlies

b)

Afstoten van de eicel

c)

Afstoten van hormonen

d)

Afstoten van vervelende gevoelend

16.

Is de balzak een primaire of secundaire geslachtskenmerk?

a)

Primaire

b)

Secundaire

17.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
18.
Wat is niet waar over het maagdenvlies?
a)
Het is een vliesje dat de vagina afsluit
b)
Het kan bloeden bij de eerste keer gemeenschap
c)
Het is een randje langs de vagina
d)
Het is een slijmvlies
19.

Wat is nummer 5?

a)

Baarmoeder

b)

Blaas

20.

In welk nummer worden de eicellen geproduceerd?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

21.

Welke van onderstaande geslachtskenmerken van de vrouw zijn primaire geslachtskenmerken?

a)

Borsten

b)

Schaamlippen

c)

Vagina

d)

Brede heupen

e)

Schaamhaar

22.

Wat zijn voorbeelden van primaire geslachtskenmerken bij een man?

a)

Penis en balzak

b)

brede schouders en baardgroei

c)

Balzak en teelbal

d)

Zware stem en groter worden van penis en balzak.

23.

Welk hormoon speelt een grote rol bij de secundaire mannelijke geslachtskenmerken?

a)

adrenaline

b)

testosteron

c)

oestrogenen

d)

progesteron