wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen

Total questions: 101

Worksheet time: 3hrs 22mins

Name
Class
Date
1.

De grondwet van 1848 is geschreven door een?

a)

Feminist

b)

Confessioneel

c)

Liberaal

d)

Socialist

2.

De liberale grondwetsherziening werd ingevoerd in

a)

1848

b)

1850

c)

1852

d)

1854

3.

Waaruit blijkt dat Nederland een rechtsstaat is?

a)

De rechten van de burgers worden bepaald door het staatshoofd.

b)

De rechten van de burgers zijn vastgelegd in wetten.

c)

De regering heeft geen invloed op de wetgevende macht.

d)

De regering heeft invloed op uitspraken van de rechters.

4.

Vrijheid van godsdienst wordt ingevoerd.

a)

1848

b)

1917

c)

1941

d)

1983

5.

Willem II heeft politieke onschendbaarheid gekregen.

a)

1848

b)

1917

c)

1941

d)

1983

6.

Bij welke politieke stroming hoort mvr. W. Drucker

a)

Confessionelen

b)

Socialisten

c)

Feministen

7.

Bij welke politieke stroming hoort dhr. Troelstra

a)

Confessionelen

b)

Feministen

c)

Socialisten

8.

In 1865 brak bij koeien in Nederland de veepest uit. Deze ziekte is besmettelijk én dodelijk voor koeien. Minister Thorbecke zei toen dat de bestrijding van de veepest door de boeren zelf geregeld moest worden en niet door de regering. Deze uitspraak van Thorbecke past bij een uitgangspunt van een politieke stroming in de negentiende eeuw.

a)

Liberalen

b)

Socialisten

c)

Confessionelen

d)

Conservatieven

9.

In 1848 kwam er vrijheid van onderwijs. Welke twee groepen in de samenleving stichtten hierna hun eigen, bijzondere scholen? Noteer de letters van de twee juiste antwoorden.

a)

liberalen

b)

protestanten

c)

rooms-katholieken

d)

socialisten

10.

In dit jaar werd het censuskiesrecht afgeschaft

a)

1885

b)

1886

c)

1887

d)

1888

11.

Kiesrecht afhankelijk van het betaalde bedrag aan belastingen

a)

Censuskiesrecht

b)

Caoutchouc-artikel

12.

Het plaatje van Enschede uit 1850 past het beste bij de volgende begrippen

a)

Sociale kwestie

b)

Verstedelijking

c)

Modern imperialisme

d)

Industrialisatie

13.

De overheid dient zo min mogelijk te bemoeien met het privéleven van de burgers

a)

Socialisten

b)

Liberalen

c)

Confessionelen

d)

Conservatieven

14.

''Laten we zo min mogelijk veranderen of het zelfs terug draaien naar hoe het vroeger was''

a)

Confessionelen

b)

Liberalen

c)

Socialisten

d)

Conservatieven

15.

Het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs in de 19e eeuw is dat...

a)

Openbaar onderwijs wel werd gefinancierd door de overheid

b)

Bijzonder onderwijs wel werd gefinancierd door de overheid

16.

Wie zien hier

a)

Abraham Kuyper

b)

Pieter Jelle Troelstra

c)

Herman Schaepman

d)

Johan Rudolp Thorbecke

17.

Welke van de onderstaande partijen is socialistisch

a)

SDAP

b)

ARP

c)

Liberale Unie

d)

RKVP

18.

Dit zijn twee belangrijke Nederlandse feministen van de Eerste Feministische golf

a)

Wilhemina Drucker

b)

Aletta Jacobs

c)

Dolle Mina

d)

Selma Leydesdorff

19.

De invoering van het algemeen kiesrecht vond plaats in

a)

1917

b)

1913

c)

1919

d)

1925

20.

De invoering van algemeen mannenkiesrecht vond plaats in

a)

1919

b)

1917

c)

1913

d)

1925

21.

De Eerste Feministische golf vond plaats rond

a)

1850

b)

1880

c)

1900

d)

1920

22.

Het plaatje past het beste bij de volgende politieke stroming

a)

Liberalisme

b)

Socialisme

c)

Confessionelen

d)

Conservatieven

e)

Feminsten

23.

Van wanneer tot wanneer duurde de Eerste wereldoorlog?

a)

2 november 1915 tot 11 november 1918

b)

28 juni 1914 tot 11 november 1918

c)

2 november 1914 tot 9 november 1918

d)

28 februari 1914 tot 11 maart 1918

24.

De geallieerden tijdens WO1 bestonden uit: (3)

a)

Rusland

b)

Italië

c)

Engeland

d)

België

e)

Frankrijk

25.

Wat wordt op deze afbeelding afgebeeld?

a)

Triple Entente

b)

Ingeleverd grondgebied van Frankrijk

c)

Triple Alliantie

d)

Von Schlieffenplan

26.

Wat was de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog?

a)

Duitsland viel België binnen

b)

Rusland verklaarde Servië altijd te helpen

c)

Opstand van Servische nationalisten in Sarajevo

d)

Moord op kroonprins van Oostenrijk-Hongarije Frans Ferdinand

27.

Welke nieuwe wapens werden er tijdens WO I voor het eerst gebruikt? Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

Tank

b)

Geweer

c)

Mitrailleur

d)

Mosterdgas

e)

Bajonet

28.

Hoe heet de vredesovereenkomst van WO I?

a)

Vrede van Parijs

b)

Verdrag van Potsdam

c)

Verdrag van Versailles

d)

Vrede van Lyon

29.
Wanneer ben je neutraal?
a)
Als je geen mening hebt
b)
Als je wel een mening hebt, maar die niet zegt
c)
Als je niet meevecht en geen partij kiest in een oorlog
d)
Als je jouw mening alleen opschrijft
30.
Wanneer was WOI?
a)
van 1914-1918
b)
van 1940-1945
c)
van 1900-1950
d)
lang geleden
31.
Een afspraak tussen landen waarin staat dat ze elkaar zullen helpen en steunen als er één wordt aangevallen heet:
a)
Neutraal
b)
Bondgenootschap
c)
Vriendjespolitiek
d)
oorlog
32.
Wie kreeg de schuld van de Eerste Wereldoorlog?
a)
Frankrijk
b)
Servie en Rusland
c)
Engeland
d)
Duitsland
33.
liefde voor het eigen volk noemen we
a)
nationalisme
b)
militarisme
c)
modern-imperialisme
d)
wapen wedloop
34.
Grote waarde toekennen aan het leger noemen we:
a)
nationalisme
b)
Militarisme
c)
Modern-imperialisme
d)
wapenwedloop
35.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht? 
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
36.

Waar stond de Eerste Wereldoorlog bekend om?

a)

Loopgraven

b)

Uitvinding van de AK-47

c)

Uitvinding van de Kalashnikov

d)

Holocaust

e)

Verdrag van Parijs

37.
Nederland was neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog
a)
ja 
b)
neen 
38.

Deze kaart is gemaakt

a)

Voor de Eerste Wereldoorlog

b)

Na de Eerste Wereldoorlog

39.

De donkergroene landen staan bekend als

a)

De Centralen

b)

De Geallieerden

c)

De Neutralen

40.

Welk land zou hier als Neutraal worden afgebeeld?

a)

Spanje

b)

Nederland

c)

Denemarken

d)

Duitsland

41.

land met erfelijk staatshoofd (2)

a)

Monarchie

b)

Koninkrijk

c)

Republiek

d)

Rechtsstaat

42.

Ander woord voor parlement

a)

Regering

b)

Tweede Kamer

c)

Staten-Generaal

d)

Kabinet

43.

Willem Alexander is

a)

Premier

b)

Minister-president

c)

Volksvertegenwoordiger

d)

Staatshoofd

44.

koninkrijk met grondwet

a)

Constitutionele monarchie

b)

Dictatuur

c)

Parlement

d)

Rechtsstaat

45.

De Staten Generaal bestaat uit

a)

Eerste Kamer

b)

Tweede Kamer

c)

Regering

d)

Staatshoofd

46.

grondrechten die recht geven op steun van de overheid

a)

Klassiek grondrecht

b)

Sociaal grondrecht

47.

rechten in de grondwet die bescherming tegen de overheid garanderen (ook wel vrijheidsrechten)

a)

Klassiek grondrecht

b)

Sociaal grondrecht

48.

Deze 'Kamer' wordt rechtstreeks gekozen

a)

Tweede Kamer

b)

Eerste Kamer

49.
Een bestuursvorm waarbij één persoon of een kleine groep aan de macht is noem je.. 
a)
Democratie
b)
Dictatuur
50.

Welke man is hier afgebeeld?

a)

Chroetsjov

b)

Brezjnev

c)

Stalin

d)

Gorbatsjov

51.
Hoe heet de zwarte lijn die je ziet lopen over de kaart?
a)
Berlijnse Muur
b)
Blokkade van Berlijn
c)
IJzeren Gordijn
d)
Scheiding Oost en West Europa
52.
Welk begrip hoort bij de afbeelding?
a)
Wapenwedloop
b)
Cuba Crisis
c)
Containment
d)
Koude Oorlog
53.
Wanneer was de bouw van de Berlijnse Muur?
a)
1989
b)
1945
c)
1946
d)
1961
54.
Uit welk jaar komt deze afbeelding?
a)
1961 bij de bouw van de Berlijnse Muur
b)
1961 bij de val van de Berlijnse Muur
c)
1989 bij de bouw van de Berlijnse Muur
d)
1989 bij de val van de Berlijnse Muur
55.

Wanneer werd Duitsland weer één?

a)

1990

b)

1991

c)

1989

56.
Welk land was in de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot van Duitsland
a)
Engeland
b)
Rusland
c)
Frankrijk
d)
Japan
57.
Welk begrip past goed bij deze afbeelding?
a)
Discriminatie
b)
Racisme
c)
Holocaust
d)
Jodenvervolging
58.
Hoe heette de Nederlandse organisatie die erg leek op de Duitse NSDAP?
a)
NSB
b)
Collaboratie
c)
Capitulatie
59.

Bekijk de bron.

Is de cartoonist een vóór- of tegenstander van de afgebeelde persoon?

a)

Voor

b)

Tegen

60.

Welk land heeft Hitler niet veroverd?

a)

Frankrijk

b)

Nederland

c)

België

d)

Verenigd Koninkrijk

61.
Welk land is geen geallieerd land?
a)
Nederland
b)
Oostenrijk
c)
Canada
d)
Frankrijk
62.
Wat is antisemitisme?
a)
Haat tegen polen
b)
Haat tegen Russen
c)
Haat tegen Joden
d)
Haat tegen homosexuelen
63.
Op welke datums gaven de Duitsers zich over in Nederland en de Japanners in Indonesië?
a)
10 mei en 8 augustus
b)
15 mei en 5 augustus
c)
5 mei en 15 augustus
d)
8 mei en 10 augustus
64.
Wat is 'Operatie Barbarossa'?
a)
Het aanvalsplan van Hitler tegen Polen in 1939
b)
De codenaam voor de aanval van Hilter op de SU in 1941
c)
De codenaam voor de aanval in 1941 op de Franse generaal Barbarossa
65.
Wat is D-DAY en in welk jaar vond deze dag plaats?
a)
=codenaam voor de aanval op 6 juni 1944 van de Geallieerden op Hitler.
b)
Engelse term voor de aanval van Japan op Pearl Harbour in 1941
c)
=code naam voor de aanval van Duitsland op Polen in 1939
66.

Deze bron vertelt je meer over..

a)

De Blitzkrieg

b)

Het bombardement op Rotterdam

c)

D-Day

d)

Operatie Market Garden/ de slag om Arnhem

67.

Waar is bijgaande afbeelding een goed voorbeeld van?

a)

racisme

b)

propaganda

c)

censuur

d)

antisemitisme

68.
Samenwerking met de bezetters heette...
a)
Coöperatie
b)
Coöptatie
c)
Collaboratie
d)
Compromis
69.
Wat was een mogelijke deportatieroute, zoals op deze bron?
a)
Van Auschwitz naar Westerbork
b)
Van de Hollandsche Schouwburg naar Treblinka
c)
Van Sobibor naar Vught
d)
Van Westerbork naar Bergen-Belsen
70.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Propaganda
b)
Persoonsverheerlijking
c)
Nationalisme
d)
Indoctrinatie
71.

Welke drie landen hoorden bij de As-mogendheden

a)

Japan

b)

Italië

c)

Duitsland

d)

Engeland

e)

Frankrijk

72.

Welke landen hoorden in 1945 bij de geallieerden

a)

Verenigde Staten

b)

Duitsland

c)

Sovjet-Unie

d)

Frankrijk

e)

Oostenrijk

73.
Wat is het hoofddoel van de VN?
a)
De milieuvervuiling bestrijden.
b)
Oorlogen in de toekomst voorkomen.
c)
De internationale criminaliteit bestrijden.
d)
Natuurrampen voorkomen.
74.

Bij welke politieke stroming hoort deze poster? En waaraan zie je dat?

a)

Liberalen. Aan de sterke man op de poster.

b)

Confessionelen. Aan de hemel op de achtergrond.

c)

Socialisten. Aan de rode kleuren en de sterke arbeider.

75.
Wat was het uitgangspunt van de liberalen?
a)
vrijheid
b)
gelijkheid
76.
Wie hebben er niet geholpen bij de bevrijding van Nederland?
a)
Engelsen
b)
Russen
c)
Amerikanen
d)
Canadezen
77.
Wat was het uitgangspunt van de protestanten?
a)
gelijkheid
b)
bijbel
78.
Welk begrip past bij de afbeelding?
a)
harmoniemodel
b)
wederopbouw
c)
bevrijdingsdag
d)
verzuiling
79.

Wat is Amerikanisering?

a)

Het proces waarbij landen minder op Amerika gaan lijken

b)

Het proces waarbij landen de Amerikaanse manier van leven overnemen

c)

Het idee dat Amerika slecht is

d)

Het idee dat Amerika het beste land ter wereld is

80.

Wat is een jongerencultuur?

a)

Een land waarin jongeren de baas zijn

b)

Een cultuur waarin niemand iets doet

c)

Een cultuur alleen voor jongeren die zich afzet tegen hun ouders

81.

Wat is de tweede feministische golf?

a)

Een golf van vrouwen die voor de 2de keer een winkelcentrum bestormen

b)

Een golf waarin vrouwen strijden voor gelijke rechten

c)

Een speciale golf in het golfslagbad

82.

Waar streden vrouwen in de Tweede feministische golf niet voor

a)

Meer en betere kinderopvang

b)

Gelijke lonen

c)

Kiesrecht

d)

Gelijke opleidingskansen

83.

Wat is de wederopbouw?

a)

De herstelperiode na de Tweede Wereldoorlog

b)

Het opnieuw bouwen van door rebellen gesloopte gebouwen

c)

Periode na de Tweede wereldoorlog waarin Duitsland werd heropgevoed

84.

Door wie werd het Marshallplan ingevoerd?

a)

Nederland

b)

De Sovjet-Unie

c)

De Verenigde Staten

d)

Engeland

85.

Wat hield het Marshallplan in?

a)

Om schulden van Duitsland te innen

b)

Om de vernietigde landen in Europa te helpen met de wederopbouw

c)

Om de Amerikaanse economie te stimuleren

86.

De eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog ging het economisch zeer slecht in Amerika.

a)

Waar

b)

Niet waar

87.

In welk jaar ontstond er een economische wereldcrisis?

a)

1918

b)

1919

c)

1929

d)

1933

88.

Wat was de Vrede van Versailles?

a)

Vredesverdrag na de Frans-Duitse oorlog.

b)

Vredesverdrag na de Eerste Wereldoorlog.

c)

Vredesverdrag na de Tweede Wereldoorlog.

d)

Vredesverdrag na de Koude Oorlog.

89.

Hoe heette de partij van de nazi's?

a)

DP

b)

NSDAP

c)

Communisten

d)

Fascisten

90.

Wat betekent het woord interbellum?

a)

Tijd van de Crisis

b)

Tijd tussen oorlogen

c)

Tijd van staatsgrepen

d)

Geen idee

91.

Wat past het beste bij het begrip communisme?

a)

Vrijheid

b)

Nationalisme

c)

Extreem rechts

d)

Extreem links Gelijkheid

92.

Wat is geen kenmerk van het fascisme?

a)

Racisme

b)

1 Sterke leider

c)

Geweld is goed

d)

Nationalisme

93.

Welk begrip hoort bij: De overheid die jou wil overtuigen dat hun idee het beste en waarheid is.

a)

propaganda

b)

nationaalsocialisme

c)

kapitalisme

d)

communisme

94.

Wat schafte Hitler af toen hij aan de macht was, waardoor hij als enige de macht had?

a)

democratie

b)

sociologie

c)

pandemie

d)

filosofie

95.

In welk jaar kwam Hitler in Duitsland aan de macht?

a)

1919

b)

1929

c)

1933

d)

1939

96.
Aan welk land stond Duitsland geen gebied af bij de Vrede van Versailles?
a)
Nederland.
b)
Polen.
c)
België.
d)
Frankrijk. 
97.
De BRD, Bondsrepubliek Duitsland hoort bij West-Duitsland
a)
Juist
b)
Onjuist
98.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Koude Oorlog
b)
Kolonisatie
c)
Dekolonisatie
d)
Nederlands Indie
99.
Uit welk jaar komt deze afbeelding?
a)
1961 bij de bouw van de Berlijnse Muur
b)
1961 bij de val van de Berlijnse Muur
c)
1989 bij de bouw van de Berlijnse Muur
d)
1989 bij de val van de Berlijnse Muur
100.
In welke periode in uit de 20e eeuw ontstond de jongerencultuur? (5.4)
a)
Jaren '50
b)
Jaren '60
c)
Jaren '70
d)
Jaren '80
101.

Welk begrip past bij deze uitspraak: In mijn buurt wonen mensen uit zestig verschillende landen, reuze gezellig, maar toch wel een beetje te veel van het goede.

a)

individualisering

b)

verzorgingsstaat

c)

poldermodel

d)

multiculturele samenleving