wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

present, perfect or past? Dutch regular verbs

Total questions: 16

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Peter (bellen) een uurtje geleden dat hij wat later komt.

(a)  

2.

Heb jij de kinderen van school (ophalen) ?

(a)  

3.

Marjan heeft het huis weer helemaal (stofzuigen) .

(a)  

4.

Sandra (betalen) nu de rekening in het restaurant.

(a)  

5.

De jongen heeft het nieuwe gerecht (proeven).

(a)  

6.

Wij (bestellen) gisteravond een hamburger bij Burger King.

(a)  

7.

Hoeveel heb je voor het eten (betalen)?

(a)  

8.

Jack (versieren) zo de kamer voor het feest van vanavond.

(a)  

9.

Wij ( verrassen) ze gisteren met onze komst.

(a)  

10.

Ik heb je dat al drie keer (vertellen).

(a)  

11.

Ik (onderschatten) vorige week de moeilijkheid van het examen.

(a)  

12.

Wij (sporten) vroeger vier keer per week.

(a)  

13.

Hij is vorig jaar naar Leiden (verhuizen).

(a)  

14.

Hij (oplossen) gisteren als eerste het raadsel.

(a)  

15.

Heb jij je huiswerk voor morgen al (afmaken)?

(a)  

16.

Is het allemaal (lukken)?

(a)