wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kies Thema 7

Total questions: 14

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een voorbeeld van een vaste last?

a)

Eén paar schoenen kopen

b)

Een wasmachine kopen

c)

De huur betalen

d)

Een telefoon kopen

2.

Als je budgetteert maak je een ...

a)

overzicht van je inkomsten

b)

overzicht van je uitgaven

c)

overzicht van je geleende geld

d)

overzicht van je inkomsten en uitgaven

3.

Wat is een consument?

a)

Iemand die een product maakt

b)

Iemand die een product verkoopt

c)

Iemand die een product koopt

4.

Wat zijn vaste lasten?

a)

Uitgaven die je af en toe doet

b)

Uitgaven die je maar één keer hoeft te doen

c)

Uitgaven die je regelmatig moet doen

d)

Uitgaven die je vrijwillig doet

5.

Wat is een verzekering?

a)

Een overeenkomst waarbij jij regelmatig een bedrag betaalt en de verzekeraar bepaalde kosten vergoedt

b)

Een overeenkomst waarbij je een product gratis krijgt

c)

Een overeenkomst waarbij je een product tegen een lage prijs krijgt

d)

Een overeenkomst waarbij de verzekeraar regelmatig geld van jou krijgt

6.

Wat is het doel van Fairtrade?

a)

Om mensen uit te buiten voor goedkope producten

b)

Om mensen te dwingen producten te kopen

c)

Om mensen een goede prijs te geven voor de producten die ze maken

d)

Om mensen te laten werken zonder dat ze betaald krijgen

7.

Wat betekent duurzaamheid?

a)

Dat iets zo veel mogelijk winst oplevert voor het bedrijf

b)

Dat iets zo goedkoop mogelijk is

c)

Dat iets zo snel mogelijk geproduceerd kan worden

d)

Dat iets zo min mogelijk schade toebrengt aan het milieu, dieren en mensen

8.

Wat is een multinational?

a)

Een bedrijf dat alleen in één land opereert

b)

Een bedrijf dat producten in verschillende landen maakt en verkoopt

c)

Een bedrijf dat alleen maar biologische producten verkoopt

d)

Een bedrijf dat alleen maar Fairtrade producten verkoopt

9.

Wat is een keurmerk?

a)

Een bewijs dat een product alleen maar Fairtrade is

b)

Een bewijs dat een product zo goedkoop mogelijk is geproduceerd

c)

Een bewijs dat een product alleen maar in Nederland is gemaakt

d)

Een bewijs dat een product aan bepaalde eisen voldoet

10.

Je hebt geld geleend. Bij het terugbetalen van het bedrag betaal je een percentage hier bovenop. Dit extra bedrag noem je ook wel (a)  

11.

Wat is een schuld?

a)

Een bedrag dat je moet terugbetalen, omdat je het hebt geleend

b)

Een bedrag dat je krijgt als je geld leent aan iemand anders

c)

Een bedrag dat je moet betalen als je geld uitleent aan iemand

12.

Dit is een voorbeeld van een ...

(a)  

13.

Dit is een voorbeeld van een ...

a)

fairtrade bedrijf

b)

multinational

c)

duurzame bedrijf

d)

inkomst

14.

Dit is een voorbeeld van een

a)

duurzame bedrijf

b)

multinational

c)

verzekering

d)

Fairtrade bedrijf