WorksheetsHavo 2 - De Verlichting + De Franse Revolutie
Total questions: 12
Worksheet time: 9mins
Wat wordt op de afbeelding afgebeeld? Noem alleen het begrip.
(a)
Welke standen zitten op de rug van de oude man?
De Eerste en Tweede stand
De Eerste en Derde stand
De Tweede en Derde stand
Het Ancien Régime gaat o.a. over een samenleving die is ingedeeld in standen. Welk onderdeel hoort verder bij het Ancien Régime?
Democratie
Een vorst met absolute macht
Grondrechten voor alle mensen
Scheiding van de machten (Trias politica)
Noem het begrip dat bij deze omschrijving hoort:
Manier van denken waarin geloof en traditie plaatsmaken voor logisch en verstandelijk redeneren. Aanhangers waren kritisch over kerk, bestuur en samenleving en wilden deze verbeteren.
(a)
Welke combinatie is juist?
A: Jean-Jacques Rousseau
B: Charles de Montesquieu
1: Trias Politica (Scheiding van de machten)
2: Democratie
A=1
B=2
A=2
B=1
Welk begrip hoort bij deze omschrijving:
Discussie over problemen in de samenleving waaraan een groot deel van de bevolking meedoet.
(a)
Welke stelling(en) is/zijn juist?
I: Kerk en bestuur waren tolerant naar nieuwe ideeën over bestuur.
II: Ondanks strenge censuur konden ideeën van de Verlichting goed verspreiden dankzij het publiek debat.
Beide stellingen zijn juist
Beide stellingen zijn onjuist
Alleen stelling I is juist
Alleen stelling II is juist
Wat is geen oorzaak van de Franse Revolutie?
geldtekort van de Franse staat
grote ongelijkheid en onrechtvaardigheid van het ancien régime
Het aannemen van een nieuwe grondwet waarin staat dat iedereen gelijk is
het ontstaan van verlichte ideeën over de samenleving en het bestuur
In welk jaar begon de Franse Revolutie?
(a)
Hieronder staan 2 veranderingen tijdens de Franse Revolutie. Welke is een politieke verandering en welke een sociale verandering?
A: De nieuwe grondwet betekende een einde aan de absolute macht van Lodewijk XVI
B: Alle Fransen kregen dezelfde rechten en plichten, ongeacht tot welke stand zij eerder behoorden
A = sociale verandering
B = politieke verandering
A = politieke verandering
B = sociale verandering
A & B zijn allebei politieke veranderingen
A & B zijn beide sociale veranderingen
Welke reden(en) dat de revolutie ontspoort is/zijn juist?
I: Fransen zijn ontevreden over het slechte verloop van oorlogen met het buitenland (bijv. Oostenrijk)
II: Armen waren er niets op vooruitgegaan en hadden nog steeds geen politieke invloed.
Alleen reden I is juist
Alleen reden II is juist
Beide redenen zijn onjuist
Beide redenen zijn juist
Door de ontevredenheid komen de radicalen aan de macht onder leiding van Robespierre. Iedereen die gematigd is of een vijand van de revolutie lijkt wordt onthoofd middels de guillotine. Ongeveer 40.000 Fransen vinden zo de dood.
Hoe wordt deze periode van de Franse Revolutie genoemd?
(a)
