Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2N tijdvak quiz pruiken en revoluties

Total questions: 22

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Waarom waren de meeste boeren arm?

a)

Zij moesten veel belasting betalen

b)

Zij kregen niet genoeg salaris

c)

De oogst mislukte regelmatig

d)

Zij hadden nauwelijks rechten

2.

Wie hoefden geen belasting te betalen?

a)

burgers en adel

b)

geestelijken en burgers

c)

adel en geestelijken

d)

geestelijken en burgers

3.

Wat is absolutisme?

a)

De vorst heeft niets te zeggen

b)

De vorst zijn wil is wet, hij moet naar niemand luisteren

c)

De vorst zijn macht is gebonden aan het parlement

d)

De vorst heeft een ceremoniële functie

4.

Welk kenmerk past NIET bij de Verlichting?

a)

Geleerden gaan er vanuit dat mensen kunnen groeien en kunnen leren

b)

Geleerden vinden dat kerkleiders de mensen dom en onwetend houden

c)

Mensen volgen de adviezen op van anderen en denken niet voor zichzelf

d)

Er werden vragen gesteld over de manier waarop de samenleving werd bestuurd

5.

Montesquieu was de bedenker van de...

a)

Natuurwetten

b)

Staten-Generaal

c)

Trias politica

d)

Verlichting

6.

Wat was geen oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

Kritiek op standensamenleving

b)

Armoede en hongersnood

c)

Toenemende inspraak Franse bevolking

d)

Gebrek aan inspraak burgerij

7.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

8.

Waarmee begon de Franse Revolutie?

a)

Met de Bestorming van de Bastille

b)

Met het koningschap van Lodewijk XVI

c)

Met de ondertekening van de Franse grondwet

d)

Met de onthoofding van Lodewijk XVI

9.

Frankrijk kreeg een grondwet. Wat was de belangrijkste regel in die wet?

a)

De Derde Stand hoefde geen belasting meer te betalen.

b)

Iedereen heeft gelijke rechten.

c)

Frankrijk heeft geen koning meer.

d)

De adel en geestelijken moesten nu ook belasting betalen

10.

Welke groep mensen steunde de staatsgreep tegen Willen V?

a)

De Orangisten

b)

De Patriotten

c)

De radicalen

d)

De derde stand

11.

Waarom waren de patriotten ontevreden met Willem V?

(Er zijn er twee goed)

a)

Ze vonden Napoleon een betere leider.

b)

Ze waren geïnspireerd door de verlichting en de Amerikaanse Revolutie.

c)

De vrouw van Willem V was Engels en de Republiek was in oorlog met Engeland.

d)

Willem V ging meer regeren volgens het absolutisme

12.

Wat was de oorzaak voor de oorlog tussen Amerika en Engeland?

a)

De Boston Thea Party die thee in de zee gooit.

b)

George Washington wilde de Amerikaanse kolonie uitbreiden.

c)

De Fransen wilden met de Amerikanen samenwerken.

d)

De Britten verhoogde extreem de belastingen op thee en suiker.

13.

We spreken over de Amerikaanse revolutie. Wat is een revolutie?

a)

Een snelle, ingrijpende verandering

b)

Een langzame, geleidelijke verandering

14.

Volgens John Locke mocht het volk de koning afzetten als hij geen rekening hield met de belangen van het volk.

a)

Goed

b)

Fout

15.

Wie schrijft in 1848 een nieuwe grondwet?

(a)  

16.

Grondwet van voor of na 1848?

Het parlement heeft weinig te zeggen

a)

voor 1848

b)

na 1848

17.

Grondwet van voor of na 1848?

Iedereen krijgt dezelfde grondrechten

a)

voor 1848

b)

na 1848

18.

Waarom beslist Willem II uiteindelijk dat er een nieuwe grondwet moet komen

a)

Hij is bang voor revolutie

b)

Hij raakt overspannen en levert macht in

c)

Thorbecke zet hem onder druk

d)

Hij moet dat van het parlement

19.

Wat is de naam van de beweging die zich inspande voor afschaffing van de slavernij?

(a)  

20.

Door welke ideeën vond men dat de slavernij afgeschaft moest worden. Meerdere antwoorden goed

a)

Slavernij was niet meer winstgevend

b)

Slaven zijn gelijk aan blanken en moesten betaald krijgen

c)

Slaven mogen ook in vrijheid leven

d)

Er waren steeds minder slaven beschikbaar

21.

Bij welke revolutie hoort deze afbeelding?

a)

Franse Revolutie

b)

Amerikaanse Revolutie

c)

Bataafse Revolutie

22.

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde

a)

Grondwet Thorbecke

b)

Oprichting Nationale Vergadering

c)

Napoleon keizer van FR

d)

Afschaffing slavernij

1)
2)
3)
4)