wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tekstanalyse Havo 4

Total questions: 24

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Uiteenzetting

a)

Informeren

b)

Opiniëren

c)

Overtuigen

d)

Activeren

e)

Amuseren

2.

Betoog

a)

Informeren

b)

Opiniëren

c)

Overtuigen

d)

Activeren

e)

Amuseren

3.

Column

a)

Informeren

b)

Opiniëren

c)

Overtuigen

d)

Activeren

e)

Amuseren

4.

Beschouwing

a)

Informeren

b)

Opiniëren

c)

Overtuigen

d)

Activeren

e)

Amuseren

5.

De hoofdgedachte van een betoog is de (a)   van de schrijver

6.

De mening van de schrijver staat centraal in een beschouwing.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Wat is het verschil tussen het onderwerp van de tekst en de hoofdgedachte van een tekst?

4 lines
8.

Wat zijn de 2 functies van een inleiding?

4 lines
9.

Een goede alinea bevat één hoofdgedachte die in één zin geformuleerd is: de (a)   . Dit is meestal de eerste zin van een alinea, soms de tweede zin (als de eerste zin een structurerende of verbindende zin is) of in een enkel geval de laatste zin.

10.

Welk signaalwoord hoort NIET bij het redengevend tekstverband?

a)

immers

b)

namelijk

c)

doordat

d)

omdat

11.

Mits, als, indien en tenzij horen bij het (a)   verband

12.

Welk signaalwoord hoort NIET bij het tekstverband doel-middel?

a)

wanneer

b)

opdat

c)

zodat

d)

waarvoor

13.

Desondanks, evenwel, nochtans en daarentegen horen bij het (a)   tekstverband.

14.

Het is voor iedereen goed om op een teamsport te zitten, want dat is de beste manier om te leren samenwerken.

a)

Feitelijk argument

b)

Waarderend argument

15.

Er komen nog steeds veel jongeren met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis terecht. Daarom vind ik dat de verkoop van alcohol aan jongeren strenger bestraft moet worden.

a)

Feitelijk argument

b)

Waarderend argument

16.

Ik zou voorlopig geen nieuwe schaatsen kopen; het is jaren geleden dat er langer dan enkele dagen natuurijs heeft gelegen.

a)

Feitelijk argument

b)

Waarderend argument

17.

Mijn vader wil het begin van de voetbalcompetitie niet missen. Daarom gaan we deze zomer niet op vakantie. De competitie begint dit jaar namelijk al begin augustus

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

c)

Meervoudige nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten

d)

Meervoudige nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten

18.

Nederlandse scholieren zitten gemiddeld ruim drie uur per dag op hun mobieltje. Veel scholieren zijn dus verslaafd aan hun mobieltje. Daarom zouden mobiele telefoons voor jongeren verboden moeten worden.

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

c)

Meervoudige nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten

d)

Meervoudige nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten

19.

De volgende keer nemen we een andere loodgieter: we hebben uren zitten wachten voordat hij er was en de rekening was ook nog eens belachelijk hoog.

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

c)

Meervoudige nevenschikkende argumentatie met onafhankelijke argumenten

d)

Meervoudige nevenschikkende argumentatie met afhankelijke argumenten

20.

Haar nieuwe baas komt uit Limburg. Hij zal dus wel met een zachte g praten.

a)

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg

b)

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap

c)

Argumentatie op basis van voor- en nadelen

d)

Argumentatie op basis van voorbeelden

e)

Argumentatie op basis van vergelijking

21.

Vorige week organiseerde de dorpscommissie nog een bingo-avond voor bejaarden. Ze doet goed werk voor de gemeenschap.

a)

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg

b)

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap

c)

Argumentatie op basis van voor- en nadelen

d)

Argumentatie op basis van voorbeelden

e)

Argumentatie op basis van vergelijking

22.

Leerkrachten in het basisonderwijs zouden evenveel moeten verdienen als docenten op middelbare scholen. Ze doen immers hetzelfde werk.

a)

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg

b)

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap

c)

Argumentatie op basis van voor- en nadelen

d)

Argumentatie op basis van voorbeelden

e)

Argumentatie op basis van vergelijking

23.

Op welke manier zou je nog willen oefenen met tekstanalyse

a)

Extra uitleg over argumenteren

b)

Extra uitleg over leesvaardigheid (tekstdoelen, tekstverbanden etc.)

c)

Eindexamens oefenen en die bespreken

d)

Anders (vul in bij de volgende vraag)

24.

Is iets anders dat je zou willen behandelen in de lessen tekstanalyse?

4 lines