wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1BK Feniks hfst 3.2 - 3.4

Total questions: 25

Worksheet time: 1hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke jaartallen horen bij het tijdvak Grieken en Romeinen

a)

3000 v.C - 1000 v. C.

b)

3000 v.C. - 500 n.C.

c)

2000 v.C. - 400 n.C.

d)

500 n.C. - 1000 n.C.

2.

Romeinse tempels lijken op Griekse tempels: er zijn bijna geen verschillen.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Waar kwamen de Romeinen vandaan? (blz 58)

a)

Italië

b)

Griekenland

c)

Spanje

d)

Turkije

4.

Wat zijn 'limes' (staat niet in je boek maar is wel verteld in de les)

a)

De Romeinse grenzen

b)

Een Romeins leger

c)

Romeinse uitkijktorens

5.

Romeinen waren grote veroveraars. Welke van onderstaande landen hebben ze nooit (helemaal)kunnen veroveren? (gebruik de kaart)

a)

Spanje en Frankrijk

b)

Frankrijk en Griekenland

c)

Nederland en Ierland

d)

Italië en Spanje

6.

Rondom welke zee veroverden de Romeinen een groot rijk? (blz 58)

a)

Atlantische oceaan

b)

Oostzee

c)

Stille oceaan

d)

Middellandse zee

7.

In het grote Rijk moesten de Romeinse soldaten snel ergens kunnen zijn. Daarom legden ze veel (a)   aan. (welk woord hoort op de puntjes) (blz 58)

8.

Langs welke rivier liep de Romeinse grens in ons land (a)   (tekst B blz 58)

9.

Wat brachten Romeinen mee naar veroverden gebieden?

a)

Uitvindingen zoals glas en aquaducten

b)

Verharde wegen en stenen gebouwen.

c)

Hun taal en het Schrift

d)

Alle antwoorden zijn goed.

10.

Rond 500 v.C. hadden de Romeinen genoeg van de koningen. Rome werd een ....(blz 60)

a)

Stadstaat

b)

Keizerrijk

c)

Monarchie

d)

Republiek

11.

De leiders van de Romeinse Republiek werden geholpen door een vergadering van ongeveer 600 wijze, oude mannen. Deze vergadering heette de (a)   (blz 60)

12.
Deze man was de eerste Romeinse keizer
a)
Julius Caesar
b)
Nero
c)
Augustus
d)
Constantijn
13.

Hoe wordt de Griekse god Zeus door de Romeinen genoemd ? (tekst A blz 62)

a)

Poseidon

b)

Jupiter

c)

Julius

d)

Neptunus

14.

Een groep in de Romeinse samenleving waren de slaven.

Wat is een slaaf?

a)

een Romeinse zwaardvechter

b)

iemand die niet vrij is, maar het bezit van iemand anders

c)

een rijke man die invloed had in de politiek

d)

een arbeider die zwaar werk moest verrichten

15.

Een arme Romein woonde in een (a)   , dat is een soort flat. (blz 62)

16.
Wie is het machtigst?
 (van de onderstaande personen)
a)
Slaaf
b)
Gladiator
c)
Boer
d)
Keizer
17.

De Romeinen hadden al wc's

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Op welke TWEE afbeeldingen kan je een aquaduct zien?

a)
b)
c)
d)
19.

De Romeinen namen veel over van de Grieken.

Maar ze bedachten zelf ook dingen.

Bijvoorbeeld (a)   (blz 64)

20.

Wat wordt er bedoeld met "Romanisering"?

a)

het overnemen van de Romeinse cultuur door overwonnen volken

b)

het Romeinse rijk vergroten met het romeinse leger

21.

Hoe werden de volgelingen van Jezus genoemd ? (blz 66)

a)

Palestijnen

b)

Gelovigen

c)

Christenen

d)

Joden

22.

Twee uitspraken:

1) Jezus was een Joodse man.

2) Mensen die geloven dat Jezus de Messias is, heten christenen

a)

Alleen uitspraak 1 is juist

b)

Alleen uitspraak 2 is juist

c)

Beide uitspraken zijn juist

d)

Beide uitspraken zijn fout

23.

Wat deed Nero op de plek van de brand? (Rome) (bron 17)

a)

Een arena bouwen 

b)

Nieuwe huizen bouwen

c)

Een paleis bouwen

d)

Gewoon zo laten

24.

Waarom werden de problemen in het West-Romeinse rijk steeds groter? (blz 68)

a)

1. Elke nieuwe keizer zorgde voor ruzie.

2. Volken van buiten Rome vielen het rijk binnen.

b)

1. Elke nieuwe keizer wilde heel veel belasting.

2. Er waren grote hongersnood.

c)

1. Er was een grote vulkaanuitbarsting.

2. De Romeinse soldaten waren zat van het vechten.

d)

1. De Romeinse soldaten wilden niet meer zo ver van huis wonen.

2. De mensen in Rome werden Christen.

25.

Wat is er gebleven van de Romeinen..... kies de juiste antwoorden.

a)

Het Christendom.

b)

Kennis van Griekse en Romeinse geleerden.

c)

De kalender.

d)

Het houden van vee.

e)

Ruilhandel