NEW
Font size
Worksheetsverzorgingsstaat
Total questions: 37
Worksheet time: 19mins
Een verzorgingsstaat is gebaseerd op twee belangrijke waarden. Welke waarden zijn dat?
Gezondheid en gelijke kansen
Werkgelegenheid en solidariteit.
Solidariteit en gelijkwaardigheid
Vrijheid en gelijkheid.
Wat zijn de drie terreinen waaraan de overheid in een verzorgingsstaat het meeste geld uitgeeft?
Onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid.
Gezondheidszorg, sociale zekerheid en collectieve voorzieningen.
Sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.
Werkgelegenheid, collectieve voorzieningen en gezondheidszorg.
In een verzorgingsstaat
kan een burger sociale grondrechten afdwingen bij de rechter.
is gezondheidszorg belangrijker dan onderwijs.
is de solidariteitsgedachte een belangrijk uitgangspunt.
Wat is geen wettelijke verplichting binnen de Nederlandse verzorgingsstaat?
Tot je zestiende naar school gaan.
Belasting betalen over inkomen.
Een zorgverzekering hebben
Vakbondslidmaatschap
De kern van de verzorgingsstaat is de solidariteitsgedachte. Dat wil zeggen dat:
je bereid bent om risico’s met elkaar te delen.
de overheid een basisinkomen voor burgers financiert.
de overheid verplicht is om iedereen evenveel financiële hulp te bieden.
burgers gezondheidszorg onderling met elkaar regelen.
Het grootste gedeelte van de kosten voor de verzorgingsstaat wordt betaald door
ambtenaren
werknemers en uitkeringsinstanties
werknemers en werkgevers
de europese unie
Wat wordt bedoeld met het begrip solidariteit?
.
A. Iedereen moet zich houden aan de wetten van het land.
B. Mensen zorgen voor elkaar en delen middelen om ongelijkheid tegen te gaan.
C. De overheid moet zich zo min mogelijk bemoeien met burgers.
D. Mensen moeten zich vooral richten op hun eigen belang
Welke politieke stroming past het beste bij het idee dat de overheid ongelijkheid moet tegengaan door actief beleid te voeren?
A. Liberalisme
e
B. Conservatisme
C. Sociaaldemocratie
D. Rechts-populisme
Wat houdt de participatiesamenleving in?
A) De overheid neemt de volledige zorg voor burgers op zich.
B) Burgers nemen meer verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en omgeving.
C) De overheid bepaalt hoe burgers hun leven moeten inrichten.
D) Bedrijven krijgen een grotere rol in het sociale beleid van de staat.
Vraag
Welke politieke stroming past het beste bij de visie van de participatiesamenleving?
A) Socialisme – omdat het volledige zorg door de staat ondersteunt.
B) Liberalisme – vanwege het pleidooi voor minimale overheidsbemoeienis.
C) Communisme – omdat het streeft naar volledige gelijkheid door overheidscontrole.
Welke politieke stroming past het beste bij de visie van de participatiesamenleving?
A) Socialisme – omdat het volledige zorg door de staat ondersteunt.
b) Communisme – omdat het streeft naar volledige gelijkheid door overheidscontroles.
C) Confessionalisme – omdat het eerst inzet op samenwerking in het maatschappelijk middenveld.
Wat is een belangrijk doel van de overheid met onderwijsbeleid?
A. Alleen de slimste leerlingen laten doorstromen naar het hoger onderwijs.
B. Zorgen dat alle leerlingen zo snel mogelijk gaan werken.
.
C. Zorgen voor een goed opgeleide beroepsbevolking.
D. Alleen vakken als taal en rekenen verplicht stellen
Vraag 2:
Waarom wil de overheid ongelijkheid in het onderwijs terugdringen?
A. Omdat iedereen dezelfde opleiding moet volgen.
B. Zodat iedereen gelijke kansen krijgt om zijn of haar talenten te ontwikkelen.
C. Omdat leerlingen dan minder vaak naar school hoeven.
D. Omdat dat goedkoper is voor de overheid.
Hoe draagt goed onderwijs bij aan de samenleving volgens de overheid?
A. Het zorgt ervoor dat jongeren langer thuis blijven wonen.
B. Het vermindert criminaliteit in rijke wijken.
C. Het helpt bij het opleiden van mensen die nodig zijn op de arbeidsmarkt.
D. Het voorkomt dat mensen gaan stemmen.
Wat is géén doel van de overheid met het onderwijs?
A. Iedereen voorbereiden op deelname aan de samenleving.
B. Jongeren helpen hun talenten te ontwikkelen.
C. Alleen onderwijs geven aan kinderen met rijke ouders.
D. Gelijke kansen bieden voor alle leerlingen.
Als iemand langdurig en onbetaald zorgt voor een familielid of bekende die hulp nodig heeft, dan is er sprake van:
A. Jeugdzorg
B. Mantelzorg
C. Thuiszorg door een professional
b
D. Vrijwilligerswerk voor een sportclu
Wie zijn er in Nederland (mede)verantwoordelijk voor het regelen en betalen van de zorg, volgens de vrije markt gedachte?
A. De politie
s
B. De voedsel- en warenautoriteit
C. Zorgverzekeraars
D. Woningcorporatie
Obesitas en diabetes worden vaak gezien als voorbeelden van:
A. Milieuproblemen
B. Leefstijlziekten
C. Erfelijke aandoeningen die iedereen krijgt
D. Besmettelijke ziektes
Waaruit worden sociale voorzieningen betaald?
A. Premies van werknemers
B. Donaties van bedrijven
C. Belastinggeld van de overheid
D. Eigen bijdragen van patiënten
Waaruit worden sociale verzekeringen betaald?
A. Toeslagen van de overheid
B. Loterijgelden
C. Premies die mensen betalen via hun loon
D. Belastingen op producten
Wat is het vangnet onder het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid?
A. De AOW
B. De zorgverzekering
C. De bijstand
D. De WW (werkloosheidsuitkering)
Wat is een voorbeeld van een sociale verzekering?
A. Bijstand
B. Huurtoeslag
C. AOW (Algemene Ouderdomswet)
D. Zorgtoeslag
Hoe noemen we het als de overheid maatregelen neemt die achterstandsgroepen bevoordelen?
A. Positieve discriminatie
B. Rechtsongelijkheid
C. Belastingontduiking
D. Ongelijke kansen
Wat is een doel van de sociale zekerheid?
A. De rijkste groep beschermen tegen belasting
B. Alleen mensen die werken ondersteunen
C. Mensen beschermen tegen verlies van inkomen door werkloosheid of ziekte
D. Het verkleinen van de overheidsuitgaven
Wat is typerend voor een corporatistische verzorgingsstaat?
A. De overheid laat de zorg volledig over aan de vrije markt.
B. De sociale voorzieningen zijn even hoog als in een sociaaldemocratische verzorgingsstaat.
C. Er is nauwe samenwerking tussen overheid, werkgevers en vakbonden.
D. Burgers zijn volledig zelf verantwoordelijk voor hun eigen zorg.
Hoe verhoudt het niveau van sociale voorzieningen zich in een corporatistische verzorgingsstaat?
A. Lager dan in een liberale verzorgingsstaat
B. Tussen het niveau van een liberale en een sociaaldemocratische verzorgingsstaat
C. Exact gelijk aan dat van een communistische verzorgingsstaat
D. Volledig afhankelijk van de winst van bedrijven
Welke van onderstaande waarden past het best bij een corporatistische verzorgingsstaat?
A. Onafhankelijkheid van de overheid
B. Vrije concurrentie en marktwerking
C. Samenwerking en overleg tussen maatschappelijke partijen
D. Zo min mogelijk sociale zekerheid voor burgers
Wat houdt het begrip ‘solidariteit’ in?
A. Dat iedereen evenveel geld verdient, ongeacht opleiding of werkervaring.
B. Dat mensen elkaar steunen en verantwoordelijkheid dragen voor elkaar.
C. Dat de overheid alle belangrijke beslissingen voor burgers bepaalt.
D. Dat iedereen alleen verantwoordelijk is voor zijn eigen inkomen.
Wat wordt bedoeld met de term dominante cultuur?
A. De cultuur die door de meeste mensen in een land wordt gevolgd.
B. De cultuur die de meeste invloed heeft op normen en waarden.
C. De cultuur die het langst bestaat binnen een samenleving.
.
D. De cultuur van mensen met de meeste economische macht
Wat zijn twee voorbeelden van de Nederlandse dominante cultuur?
A. Vrijheid van meningsuiting en gelijkheid van mannen en vrouwen.
B. Het vieren van religieuze feesten uit andere landen.
C. Het dragen van traditionele kleding bij officiële gelegenheden.
.
D. Het spreken van regionale talen binnen Nederland
Welke situatie laat zien dat de Nederlandse dominante cultuur tijdsafhankelijk is?
A. Vroeger bleven veel vrouwen thuis, nu werken de meeste vrouwen.
B. Veel Nederlanders vieren jaarlijks Koningsdag in april.
C. De meeste kinderen gaan in Nederland naar school.
D. Veel gezinnen eten ’s avonds samen aan tafel.
Wat wordt bedoeld met het begrip referentiekader?
A. Alle kennis, ervaringen, normen en waarden die iemand heeft.
B. De regels en wetten die gelden binnen een land.
C. De afspraken die mensen maken binnen een gezin.
D. De mening die iemand heeft over een ander.
Hoe kan een verschil in referentiekader leiden tot wederzijds onbegrip tussen ouder en kind?
A. De ouder en het kind kijken samen naar dezelfde filmpjes.
B. De ouder vindt telefoongebruik storend, het kind vindt het normaal gedrag.
C. De ouder gebruikt ook dagelijks sociale media op de telefoon.
D. Het kind maakt duidelijke afspraken over schermtijd met de ouder.
Is de Nederlandse cultuur individualistisch of collectivistisch?
A. Individualistisch, omdat persoonlijke vrijheid en zelfontplooiing centraal staan.
B. Collectivistisch, omdat groepsbelang altijd boven eigen belang staat.
C. Collectivistisch, omdat familie-eer belangrijker is dan persoonlijke keuze.
D. Individualistisch, omdat mensen hun eigen keuzes maken en zelfstandig beslissen.
Waarom wordt de Nederlandse cultuur als feminien gezien?
A. Omdat mannen en vrouwen volledig aparte culturen en rollen hebben.
B. Omdat mannen en vrouwen volledig gescheiden leven in de maatschappij.
C. Omdat er duidelijke scheiding is tussen mannelijke en vrouwelijke taken.
D. Omdat er geen duidelijke scheiding is en de culturen van mannen en vrouwen verweven zijn..
Waarom past het strengere toelatingsbeleid bij het Nederlandse restrictieve beleid?
A. Omdat immigranten nu strengere voorwaarden moeten voldoen om in Nederland te verblijven.
B. Omdat immigranten vrijer mogen kiezen waar ze in Nederland gaan wonen.
C. Omdat er minder regels gelden voor immigranten die in Nederland willen werken.
D. Omdat de overheid meer financiële steun biedt aan immigranten in Nederland.
Waarom bemoeilijkt een strengere bewijsvoering voor gezinshereniging de naleving van mensenrechten?
A. Omdat immigranten sneller in aanmerking komen voor gezinshereniging dan eerder.
B. Omdat asielzoekers minder rechten krijgen bij gezinshereniging dan eerder toegestaan.
C. Omdat de overheid nu meer begeleiding biedt aan immigranten bij gezinshereniging.
D. Omdat asielzoekers nu automatisch meer rechten krijgen dan voorheen toegestaan.
