wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LOWAN: thema 7

Total questions: 66

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.
a)

de winkel

b)

de slagerij

c)

de bakkerij

2.
a)

de slagerij

b)

de kledingwinkel

c)

de supermarkt

d)

de snackbar

3.
a)

de slagerij

b)

de bakkerij

4.
a)

de bakkerij

b)

de slagerij

5.
a)

de winkel

b)

de snackbar

c)

de supermarkt

d)

de markt

6.
a)

de bibliotheek

b)

de bioscoop

c)

de winkel

7.
a)

de supermarkt

b)

de winkel

c)

de markt

d)

de slagerij

8.
a)

de disco

b)

de slagerij

c)

de bakkerij

d)

de kerk

9.
a)

de kerk

b)

de moskee

10.
a)

de kerk

b)

de moskee

11.
a)

de bibliotheek

b)

de bioscoop

c)

het theater

12.
a)

de bioscoop

b)

het cafe

c)

het voetbalveld

13.
a)

de winkel

b)

de slagerij

c)

het hotel

d)

het cafe

14.
a)

het zwembad

b)

de winkel

c)

het cafe

d)

het hotel

15.
a)

het voetbalveld

b)

de sportzaal

16.
a)

het voetbalveld

b)

de sportzaal

17.
a)

het voetbalveld

b)

de tuin

c)

het park

d)

de sportzaal

18.
a)

het station

b)

het zwembad

c)

de bushalte

d)

het ziekenhuis

19.
a)

de bushalte

b)

het station

c)

het ziekenhuis

20.
a)

het station

b)

het zwembad

c)

de bushalte

d)

de sportzaal

21.
a)

het station

b)

de bushalte

c)

het tankstation

22.
a)

de brandweer

b)

de brandweerwagen

c)

de politieagent

23.
a)

de brand

b)

de regen

c)

de politieagent

24.
a)

de politieagent

b)

de brandweer

25.
a)

de ambulance

b)

de brandweerwagen

26.
a)

de ambulance

b)

de brandweerwagen

27.
a)

het noodnummer

b)

de ambulance

c)

de politie

28.
a)

de stoep

b)

de weg

c)

de straat

d)

de rotonde

29.
a)

de stoep

b)

de straat

c)

de weg

30.
a)

de weg

b)

de straat

c)

de stoep

31.
a)

de weg

b)

de stoep

c)

de straat

d)

het fietspad

32.
a)

de motor

b)

de scooter

c)

de fiets

d)

de step

33.
a)

de fiets

b)

de motor

c)

de scooter

34.
a)

de scooter

b)

de motor

c)

de fiets

35.
a)

de vrachtwagen

b)

de bus

c)

de motor

d)

de auto

36.
a)

de bus

b)

de vrachtwagen

c)

de trein

d)

de auto

37.
a)

de trein

b)

de vrachtwagen

c)

de bus

d)

de scooter

38.
a)

de bus

b)

de vrachtwagen

c)

de trein

d)

de auto

39.
a)

het verkeersbord

b)

het verkeerslicht

40.
a)

de rotonde

b)

het kruispunt

41.
a)

het zebrapad

b)

de weg

c)

de straat

d)

de stoep

42.
a)

het kruispunt

b)

de rotonde

43.
a)

het verkeersbord

b)

het verkeerslicht

44.
a)

het verkeersbord

b)

het verkeerslicht

c)

de lantaarnpaal

45.
a)

de boodschappen

b)

de winkelkar

c)

de supermarkt

46.
a)

de winkelwagen

b)

het winkelmandje

c)

de kassa

d)

de boodschappen

47.
a)

het winkelmandje

b)

de winkelwagen

c)

de kassa

d)

de boodschappen

48.
a)

de winkelwagen

b)

de kassa

c)

het winkelmandje

49.
a)

het geld

b)

de pinpas

c)

de munt

d)

het biljet

50.
a)

het geld

b)

de pinpas

c)

de munt

d)

het biljet

51.
a)

het biljet

b)

de pinpas

c)

de munt

52.
a)

de munt

b)

de pinpas

c)

de kassa

d)

het biljet

53.
a)

de prijs

b)

de portemonnee

c)

betalen

d)

het geld

54.
a)

het geld

b)

de portemonnee

c)

de pinpas

55.
a)

de pinpas

b)

het geld

c)

de ov-chipkaart

56.
a)

het ziekenhuis

b)

de supermarkt

c)

betalen

d)

de bank

57.
a)

pinnen

b)

het geld

c)

het biljet

58.
a)

het geld

b)

pinnen

c)

betalen

d)

slapen

59.
a)

lopen

b)

fietsen

c)

rijden

d)

rennen

60.
a)

rijden

b)

rennen

c)

lopen

d)

fietsen

61.
a)

kijken

b)

bidden

c)

dansen

d)

(op)bellen

62.
a)

rijden

b)

reizen

c)

fietsen

63.
a)

kijken

b)

slapen

c)

dansen

d)

bidden

64.
a)

lopen

b)

dansen

c)

rennen

d)

rijden

65.
a)

wachten

b)

dansen

66.
a)

lopen

b)

rijden

c)

boodschappen doen

d)

fietsen