wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VMBO BB Examen, Het lichaam in stand houden

Total questions: 30

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een functie van de peristaltische bewegingen van de darmen.

a)

Voedsel kneden

b)

Voedsel mengen met verteringssappen

c)

Voedsel verplaatsen

2.

Hoe heet deel 4?

a)

Hart

b)

Maag

c)

Lever

d)

Dunne darm

3.

Hoe heet deel 5?

a)

Hart

b)

Maag

c)

Lever

d)

Dunne darm

4.

Maagzuur helpt bij het afbreken van eiwitten in de maag.

Wat is een andere functie van maagzuur op.

a)

Afbreken vetten

b)

Maken van gal

c)

Afbreken van bacteriën

5.

Darmsap bevat verteringsenzymen.

Maakt de blinde darm darmsap? En maakt de dunne darm darmsap?

a)

Alleen de blinde darm

b)

Alleen de dunne darm

c)

Beide maken darmsap

d)

Ze maken beide geen darmsap

6.

In de dikke darm breken bacteriën onverteerde voedselresten af. Daarbij komen veel gassen vrij. Deze gassen kunnen zich ophopen in het laatste deel van de darmen. Als iemand een wind laat, komen deze gassen via de anus naar buiten.

 

Hoe heet dit deel tussen de dikke darm en de anus?

a)

Blinde darm

b)

Endeldarm

c)

Slokdarm

d)

Twaalfvingerige darm

7.

Hoe heet het orgaan dat gal maakt?

a)

Galblaas

b)

Lever

c)

Maag

8.

Wat is de functie van gal?

a)

Afbreken van vetten

b)

Vet in kleine stukjes verdelen

c)

Verteren van vetten

9.

Een vegetariër eet geen vlees.

Welke voedingsstof zal een vegetariër via andere voedingsmiddelen moeten binnenkrijgen om voldoende bouwstoffen voor zijn spieren binnen te krijgen?

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vetten

d)

Vitaminen

10.

Welke voedingsmiddelen bevatten veel vitamines en mineralen?

a)

Graanproducten

b)

Groente en Fruit

c)

Olie en vetten

d)

Vlees, vis, melk, eieren

11.

Welke twee groepen voedingsmiddelen bevatten veel voedingsvezels?

a)

Graanproducten

b)

Groente en Fruit

c)

Olie en vetten

d)

Vlees, vis, melk, eieren

12.

Afgebroken koolhydraten worden in het bloed opgenomen en naar de lever vervoerd.

Hoe heet het bloedvat waardoor deze stoffen vanuit het verteringsstelsel naar de lever worden vervoerd?

a)

Leverader

b)

Leverslagader

c)

Poortader

13.

De lever heeft naast het opslaan van reservestof nog andere functies. Twee functies die organen in het lichaam kunnen hebben, zijn:

1 het afbreken van giftige stoffen; 2 het maken van gal.

 

Is 1 een functie van de lever? En is 2 een functie van de lever?

a)

Alleen 1

b)

Alleen 2

c)

Zowel 1 als 2

d)

Geen van beide

14.

In de spieren is een voorraad brandstof opgeslagen, die bij inspanning kan worden gebruikt.

Welke brandstof wordt in de spieren opgeslagen?

a)

Eiwitten

b)

Vetten

c)

Koolhydraten

15.

Met welke indicator kan je zetmeel aantonen?

a)

Jodium

b)

Kalkwater

16.

Welke verteringssappen kunnen zetmeel afbreken?

a)

Speeksel

b)

Maagsap

c)

Darmsap

17.

Hoe heet de harde, buitenste laag van tanden?

a)

Cement

b)

Glazuur

c)

Tandbeen

18.

Tot welke groep voedingsstoffen behoort suiker?

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Mineralen

19.

Sommige voedingsmiddelen kan je direct opnemen in je bloed. Deze voedingsmiddelen worden niet eerst verteerd.

Welke voedingsstoffen kan je direct opnemen in het bloed?

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vitaminen

d)

Mineralen

e)

Water

20.

Op een website wordt geadviseerd om niet te veel te eten. Te veel eten kan leiden tot overgewicht. Overgewicht heeft schadelijke gevolgen voor de gezondheid.

 

Noem zo'n schadelijk gevolg.

4 lines
21.

Teksten op sigarettenpakjes waarschuwen voor de gevolgen van roken. Eén van die gevolgen is een grotere kans op een hartinfarct . Een hartinfarct wordt veroorzaakt door verstopping van een bloedvat dat zuurstofrijk bloed naar de hartspier voert.

Hoe heet zo'n bloedvat?

a)

aorta

b)

kransader

c)

kransslagader

d)

longader

22.

Welk deel van het hart pompt het bloed rechtstreeks de grote bloedsomloop in?

a)

de linkerboezem

b)

de linkerkamer

c)

de rechterboezem

d)

de rechterkamer

23.

Mensen hebben een dubbele bloedsomloop.

Je krijgt een medicijn in je arm ingespoten. Het medicijn wordt door je bloed vervoert naar andere delen van je lichaam. Hoe vaak gaat dit medicijn door je hart, voordat het bij je hersenen aankomt?

a)

één keer

b)

twee keer

c)

drie keer

24.

Hoe heet deel P?

a)

Linkerkamer

b)

Rechterkamer

c)

Linkerboezem

d)

Rechterboezem

25.

Waar vind je de hartkleppen?

a)

Deel P

b)

Deel Q

c)

Deel R

d)

Deel S

26.

Waar start de grote bloedsomloop?

a)

Linkerkamer

b)

Rechterkamer

c)

Linkerboezem

d)

Rechterboezem

27.

Hartfalen is een aandoening waarbij de hartspier niet genoeg kracht heeft om goed te kunnen werken.

Leg uit wat het gevolg van hartfalen is voor de bloedsomloop.

4 lines
28.

Wat kan je met kalkwater aantonen?

a)

CO2

b)

Zetmeel

29.

De functies van de lever zijn bij diabetes niet veranderd.

Wat is een andere functie van de lever?

a)

Opslag vetten

b)

Opslaan van gal

c)

Giftige stoffen afbreken

d)

Afvalstoffen uit het bloed halen

30.

Om tandbederf tegen te gaan kun je een fluoridebehandeling doen.

Wat is het effect van zo’n behandeling?

............................... wordt sterker

a)

Het glazuur

b)

Het tandbeen

c)

De tandwortel