wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Fotosynthese en verbranding

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In deze afbeelding zie je twee stadia uit de levenscyclus van een boonplant. Welke van deze planten stelt een volwassen boonplant voor?

a)

Geen van beide planten

b)

Alleen plant 1

c)

Alleen plant 2

d)

Beide planten

2.

Welke stoffen heeft een plant nodig om fotosynthese te laten plaatsvinden?

a)

Glucose en koolstofdioxide

b)

Glucose en zuurstof

c)

Water en koolstofdioxide

d)

Water en zuurstof

3.

In deze afbeelding zie je een kas met planten. Op welk moment van de dag zal de hoeveelheid zuurstof in de kas het grootst zijn?

a)

Er is altijd ongeveer evenveel zuurstof aanwezig

b)

Aan het begin van de ochtend is de hoeveelheid zuurstof het grootst

c)

Midden op de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

d)

Aan het einde van de dag is de hoeveelheid zuurstof het grootst

4.

Hoe komt een plant die op het land groeit aan water? En hoe aan koolstofdioxide?

a)

Water wordt uit de bodem opgenomen, koolstofdioxide uit de lucht

b)

Water wordt uit de lucht opgenomen, koolstofdioxide uit de bodem

c)

Water en koolstofdioxide worden beide uit de bodem opgenomen

d)

Water en koolstofdioxide worden beide uit de lucht opgenomen

5.

Water + 1 + licht --> 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

6.

Hoe heet het deel van de plantencel waar licht wordt opgenomen?

(a)  

7.

Huidmondjes zitten vooral

a)

aan de bovenkant van het blad

b)

aan de onderkant van het blad

c)

aan beide kanten evenveel

d)

in de vaatbundels van het blad

8.

Wat maken planten door fotosynthese?

a)

Zuurstof (oxygen)

b)

Water

c)

Suikers

d)

Zuurstof (oxygen) en Suikers

9.

het onderdeel van de plantencel dat betrokken is bij de fotosynthese is:

a)

de vacuole

b)

de celwand

c)

de bladgroenkorrels

d)

cytoplasma

10.

In welk deel wordt koolstofdioxide opgenomen en zuurstof afgegeven?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Wortels

c)

Huidmondjes

d)

De stengels

11.

Welke stoffen zijn nodig voor verbranding?

a)

Koolstofdioxide en glucose

b)

Zuurstof en glucose

c)

Zuurstof en koolstofdioxide

d)

Glucose

12.

Welke stoffen ontstaan er bij verbranding?

a)

Koolstofdioxide en water

b)

Koolstofdioxide en zuurstof

c)

Zuurstof en glucose

d)

Glucose

13.

Waarom doet een plant (lees organisme) aan verbranding? Het organisme gebruikt de energie....

a)

...om te kunnen dansen

b)

...om te kunnen groeien (bewegen)

c)

...om te kunnen ademen

d)

...om te kunnen voelen

14.

De molecuulformule voor glucose wordt aangeduid als: C6H12O6. Uit welke atomen bestaat dit molecuul?

a)

Water, koolstofdioxide en stikstof

b)

Waterstof, zuurstof en koolstof

c)

Water, zuur, koolstof

d)

Waterstof, zuurstof, koolstofdioxide

15.

De molecuulformule voor glucose wordt aangeduid als: C6H12O6. Welk atoom is het meest aanwezig in dit molecuul?

a)

Water

b)

Waterstof

c)

Zuurstof

d)

Koolstof