wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie HAVO 1 Thema 3 Organen en cellen B4

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?
a)
Kern
b)
Celmembraan
c)
Celwand
d)
Cytoplasma
2.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
3.

Wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?

a)

Plastiden

b)

Bladgroenkorrels

c)

Zetmeelkorrels

d)

Kleurstofkorrels

4.

Wanneer je bij microscopie een tekening maakt, noteer je enkele gegevens. Welke?

a)

Titel, vergroting, bijzonderheden, naam, docent en datum.

b)

Naam, klas, school, docent en vak.

c)

Vergroting, klas, naam, leerjaar, docent en vergroting.

d)

Vak, klas, naam, vloeistof en totale vergroting.

5.
Wat heb je niet nodig bij het maken van een preparaat?
a)
Prepareernaald
b)
Vloeistof
c)
Voorwerpglas
d)
Microscoop
6.

Wat is onjuist?

a)

Een weefsel bestaat uit cellen met gelijke vorm en functie met tussencelstof.

b)

Een vacuole en de celwand geven een cel stevigheid.

c)

Cytoplasma bestaat uit water.

d)

Celmembraan komt zowel in dierlijke als plantaardige cellen voor.

7.

Wat heb je nodig om bij wangslijmvliescellen een celkern, membraan en organellen te zien?

a)

Microscoop, 10x4 vergroting en goed scherp stellen.

b)

Microscoop, 10x4 vergroting en methyleenblauw.

c)

Microscoop, 10x40 vergroting en goed scherp stellen.

d)

Microscoop, 10x40, goed scherp stellen en methyleenblauw.

8.

Als de aarde bij een aardappelplant gedeeltelijk wegspoelt, kan een aardappel boven de grond komen.

Het gedeelte boven de aarde wordt groen. Dit komt doordat plastiden in elkaar overgaan.

Welke verandering bij plastiden treedt op in een deel van een aardappel dat boven de grond komt?

a)

Bladgroenkorrels worden zetmeelkorrels.

b)

Kleurstofkorrels worden zetmeelkorrels.

c)

Zetmeelkorrels worden kleurstofkorrels.

d)

Zetmeelkorrels worden bladgroenkorrels.

9.

Een celwand behoort niet tot de cel, maar is tussencelstof.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Deze cellen hebben cytoplasma.

a)

Dierlijke cel

b)

Plantaardige cel

c)

Beide soorten cellen

d)

Allebei niet

11.
Deze cellen hebben een celmembraan.
a)
Dieriljke cellen
b)
Plantaardige cellen
c)
Beide de soorten cellen
d)
Allebei niet
12.
Deze cellen hebben organellen.
a)
Dierlijke cellen
b)
Plantaardige cellen
c)
Bacteriële cellen
d)
Dierlijke en plantaardige cellen
13.

Deze cellen hebben een celwand.

a)

Dierlijke cellen

b)

Plantaardige cellen

c)

Allebei de soorten cellen

d)

Allebei niet

14.
Deze cellen vormen intercellulaire holtes.
a)
Dierlijke cellen
b)
Plantaardige cellen
c)
Allebei de soorten cellen
d)
Allebei niet
15.
Deze cellen hebben een grote centrale vacuole.
a)
Dierlijke cellen
b)
Plantaardige cellen
c)
Allebei de soorten cellen 
d)
Allebei niet
16.
Deze cellen kunnen plastiden hebben.
a)
Dierlijke cellen
b)
Plantaardige cellen
c)
Allebei de soorten
d)
Allebei niet
17.
Deze cellen kunnen weefsels vormen.
a)
Dierlijke cellen
b)
Plantaardige cellen
c)
Allebei de soorten
d)
Allebei niet
18.

Hoe heet het glaasje dat op het voorwerp komt te liggen bij een preparaat?

a)

Dekglaasje

b)

Objectglaasje

c)

Voorwerpglaasje

d)

Preparaatglaasje

19.

Wat voor soort cel is te zien op het plaatje?

a)

Dierlijke cel

b)

Plantencel

20.

Welke celonderdelen heeft een dierlijke cel allemaal? Selecteer alle onderdelen!

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Cytoplasma

d)

Celmembraan