wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K4 Thema Voeding en Vertering Bs 2+3

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Deze voedingstof is bouwstof en brandstof maar geen reservestof of beschermende stof.
a)
Eiwitten
b)
Koolhydraten
c)
Vetten
d)
Water
2.
Enzymen zorgen ervoor dat.....
a)
De verteringsreactie wordt versneld
b)
De voedingstoffen door het verteringsstelsel worden geduwd
c)
Vet met water kan mengen
d)
Bacteriën worden gedood
3.

Tik alle plantaardige voedingsmiddelen aan.

a)

Eieren

b)

Spinazi

c)

Zonnebloemolie

d)

Zalmfilet

4.

Tik alle dierlijke voedingsmiddelen aan

a)

Eieren

b)

Melk

c)

Biefstuk

d)

Brood

5.

Welke beschrijving past het beste bij: Deze stoffen leveren energie voor beweging, het op peil houden van de temperatuur en groei, ontwikkeling & herstel

a)

Brandstoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Reservestoffen

d)

Beschermende stoffen

6.

Welke beschrijving past het beste bij: Deze stoffen zorgen voor de vorming van cellen en weefsels (vooral bij groei, ontwikkeling en herstel van het lichaam)

a)

Brandstoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Reservestoffen

d)

Beschermende stoffen

7.

Welke beschrijving past het beste bij: Deze stoffen zorgen ervoor dat je gezond blijft

a)

Brandstoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Reservestoffen

d)

Beschermende stoffen

8.

Vul in: Voedingsvezels zijn alle onverteerbare stoffen in [****'] voedsel

a)

plantaardig

b)

dierlijk

9.

Welke voedingsstof past het beste bij: vooral brandstof maar ook bouwstof en bij een teveel als reservestof. Ze worden opgeslagen onder de huid.

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vetten

d)

Mineralen

10.

Welke voedingsstof past het beste bij: vooral als brandstof maar ook als bouwstof en reservestof. Komt bijvoorbeeld in suikers en brood voor.

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Vetten

d)

Mineralen

11.

Welke voedingsstof past het beste bij: heeft als functie bouwstof en beschermende stof. Er bestaan verschillende varianten zoals A, C, D, K, Etc.

a)

Koolhydraten

b)

Water

c)

Vitaminen

d)

Mineralen

12.
Bij de persoon in de afbeelding is sprake van grondstofwisseling.
a)
Juist
b)
Niet juist
13.
Bij de persoon in de afbeelding is sprake van grondstofwisseling.
a)
Juist
b)
Niet juist
14.
In het vak van vlees, vis en zuivel  zit(ten) veel
a)
vetten
b)
zetmeel
c)
voedingsvezel
d)
eiwitten
15.
Het vocht uit het vak met drinken is vooral voor
a)
bouwstoffen
b)
brandstoffen
c)
goede darmwerking
d)
de smaak van je eten