wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling extra oefenen

Total questions: 30

Worksheet time: 15hrs 0mins

Name
Class
Date
1.
  1. Noteer het juiste verwijswoord

Geef mij maar een ice tea. Ik kom het u zo brengen.

a)

ik verwijst naar mij

b)

ice tea verwijst naar mij

c)

geef verwijst naar brengen

d)

het verwijst naar een ice tea

2.

Plotseling stapte de man naar voren. Maar gelukkig pakte ik.......meteen vast.

a)

hem

b)

de man

c)

het

d)

de haren

3.

Vul het verwijswoord met passend voorzetsel in.


De juf praat over het weekend. Ze praat .........

a)

snel

b)

tegen

c)

daarover

4.

Zij ligt op het ligbed in het water. Zij ligt ..........

a)

erop

b)

eronder

c)

ervoor

5.
Welk woord is fout gespeld?
a)
contribusie
b)
contributie
6.
Welk woord is fout gespeld?
a)
narcissen
b)
narsissen
7.
Welk woord is goed gespeld?
a)
tvprogramma
b)
tv-programma
c)
tv-progamma
8.
Welk woord is goed gespeld?
a)
perzikken
b)
perziken
9.
Welk woord is fout gespeld?
a)
stopwatch
b)
stopwats
10.

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?


De juffen vinden het saai zonder de kinderen op school

a)

De juffen

b)

vinden

c)

het saai

d)

zonder kinderen

11.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?


Juffrouw Anne kan de Bossche bollen niet vinden.

a)

de Bossche bollen

b)

kan vinden

c)

Juffrouw Anne

d)

kan niet vinden

12.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?


Gisteren ging juffrouw Toiny met juffrouw Hanneke wandelen in het bos.

a)

ging

b)

juffrouw Hanneke

c)

in het bos

d)

juffrouw Toiny

13.

Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin?

Besteed je veel lira's in het populaire Turkije?

a)

Besteed

b)

veel

c)

lira's

d)

Besteed veel

14.

Vul aan: Rit....

a)

iaal

b)

ueel

c)

ieel

15.

Vul aan: Potent....

a)

iaal

b)

ueel

c)

ieel

16.

Vul aan: Procent....

a)

iaal

b)

ueel

c)

ieel

17.
Vul het werkwoord 'beantwoorden' in op de puntjes. (t.t.)
De meester ... de vraag.
a)
beantwoort
b)
beantwoorde
c)
beantwoordt
d)
beantwoord
18.
Vul het werkwoord 'tekenen' in op de puntjes. (voltooid deelwoord)
Annemarie heeft een mooie draak ...
a)
getekend
b)
getekent
c)
tekende
d)
getekendt
19.
Vul het werkwoord 'beantwoorden' in op de puntjes. (voltooid deelwoord)
Is je vraag nu ...?
a)
beantwoort
b)
beantwoord
c)
beantwoordt
20.
Vul het werkwoord 'besturen' in op de puntjes. (t.t.)
Jan ... de radiografisch bestuurbare auto.
a)
bestuurt
b)
bestuurd
c)
bestuurdt
d)
bestuurde
21.
Vul het werkwoord 'vinden' in op de puntjes. (t.t.)
... je deze quiz leuk?
a)
vind
b)
vint
c)
vindt
d)
vond
22.

Ik ben met (...) op stap

a)

hen

b)

hun

c)

zij

23.

(...) jij ook wel eens moe van al dat huiswerk

a)

Word

b)

Wordt

24.

Alles (...) ik heb, geef ik aan (...)

a)

wat + jouw

b)

dat + jouw

c)

wat + jou

d)

dat + jou

25.

De groep (...) ik wandel, heeft afgezegd.

a)

met wie

b)

waarmee

26.

Ik ga met (...) leerlingen op pad

a)

negentien

b)

19

27.

Dit is (...) laptop

a)

Alex

b)

Ale'x

c)

Alex'

28.

Dit is (...) laptop

a)

Yassines

b)

Yassine's

c)

Yassines'

29.

De juiste samentrekking van 'vriend + dienst'

a)

vriendedienst

b)

vriendendienst

c)

vrienddienst

d)

vriendsdienst

30.

De juiste samentrekking van 'hond + hok'

a)

hondenhok

b)

hondehok

c)

hondhok

d)

hondshok