wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tekstverbanden

Total questions: 70

Worksheet time: 1hrs 10mins

Name
Class
Date
1.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Ik ga straks eerst naar huis, dan ga ik mijn huiswerk maken en daarna ga ik tv-kijken.

a)

Opsommend

b)

Chronologisch

c)

Redengevend

d)

Doel-middel

2.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Hij blijft langer weg dan normaal, dus er zal wel iets aan de hand zijn.

a)

Redengevend

b)

Samenvattend

c)

Concluderend

d)

Oorzakelijk

3.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Ik heb je verhaal gelezen, maar je opdracht nog niet nagekeken.

a)

Tegenstellend

b)

Toelichtend

c)

Vergelijkend

d)

Voorwaardelijk

4.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Net als zij heeft hij jarenlang in het buitenland gewoond.

a)

Vergelijkend

b)

Toegevend

c)

Oorzakelijk

d)

Opsommend

5.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Hij viel van zijn fiets, doordat hij teveel gedronken had.

a)

Doel-middel

b)

Toelichtend

c)

Oorzakelijk

d)

Voorwaardelijk

6.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Als ik niet ga, gaat zij ook niet!

a)

Redengevend

b)

Doel-middel

c)

Tegenstellend

d)

Voorwaardelijk

7.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'daardoor'?

a)

Tegenstellend

b)

Oorzakelijk

c)

Chronologisch

d)

Toegevend

8.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'samengevat'?

a)

Samenvattend

b)

Concluderend

c)

Toelichtend

d)

Opsommend

9.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'evenals'?

a)

Vergelijkend

b)

Redengevend

c)

Voorwaardelijk

d)

Oorzakelijk

10.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'toch'?

a)

Tegenstellend

b)

Voorwaardelijk

c)

Opsommend

d)

Concluderend

11.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'bijvoorbeeld'?

a)

Toegevend

b)

Toelichtend

c)

Vergelijkend

d)

Opsommend

12.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'indien'?

a)

Voorwaardelijk

b)

Tegenstellend

c)

Concluderend

d)

Doel-middel

13.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'vervolgens'?

a)

Toelichtend

b)

Samenvattend

c)

Chronologisch

d)

Vergelijkend

14.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'kortom'?

a)

Concluderend

b)

Doel-middel

c)

Voorwaardelijk

d)

Oorzakelijk

15.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'bovendien'?

a)

Redengevend

b)

Opsommend

c)

Vergelijkend

d)

Toelichtend

16.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'want'?

a)

Redengevend

b)

Toelichtend

c)

Opsommend

d)

Samenvattend

17.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'om te ...'?

a)

Chronologisch

b)

Doel-middel

c)

Voorwaardelijk

d)

Toelichtend

18.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'hoewel'?

a)

Oorzakelijk

b)

Chronologisch

c)

Concluderend

d)

Toegevend

19.

Lees de korte inhoud van het boek. Duid vervolgens aan welk tekstverband de inhoud uitdrukt.

De stotteraar - Charles Lewinsky

Stotteraar Johannes Hosea Stärckle vertrouwt volledig op de macht van het geschreven woord. Hij begaat een ‘ongelukkige onzorgvuldigheid’, waardoor hij in de gevangenis terechtkomt.

a)

chronologisch

b)

opsommend

c)

beschrijvend

d)

vergelijkend

e)

oorzaak-gevolg

20.

De zon - Colin Stuart

De zon is de ster in het planetenstelsel waar ook onze eigen planeet, de aarde, deel van uitmaakt. Deze ster vormt het centrum van dat stelsel. Als de zon aan de horizon staat, vormt ze verreweg het helderste object aan de hemel. Ze is verantwoordelijk voor het daglicht op onze planeet.

Dit boek vertelt je alles wat je altijd al over de zon wilde weten.

a)

chronologisch

b)

opsommend

c)

beschrijvend

d)

vergelijkend

e)

oorzaak-gevolg

21.

Georges & Rita - Leen Dendievel

Twee mensen met hetzelfde verhaal en toch ook niet. Maar hun einde loopt gelijk: Georges' verhaal loopt af zoals dat van Rita. Bij dit omkeerboek kan je kiezen welk verhaal je eerst leest.

a)

chronologisch

b)

opsommend

c)

beschrijvend

d)

vergelijkend

e)

oorzaak-gevolg

22.

Stefaan Degand

Acteur Stefaan Degand verhaalt in een bezwerend en intens proza over de liefde. Hij schrijft ook over de dood van zijn vrouw en over de rouwperiode met zijn kind. Een emotionele rollercoaster!

a)

chronologisch

b)

opsommend

c)

beschrijvend

d)

vergelijkend

e)

oorzaak-gevolg

23.

De wachtpost - Lee Child

Jack Reacher hoopt weer op het beste en houdt rekening met het ergste. Hij neemt de bus naar Nashville aan het begin van de zomer. Na enkele dagen loopt hij een groep muzikanten tegen het lijf die zijn afgezet door een gewetenloze cafébaas. Dat kan hij niet laten passeren! Vervolgens reist hij door naar Philadelphia om uiteindelijk te eindigen in de gevaarlijke suburbs van New York. Uiterst verslavend boek!

a)

chronologisch

b)

opsommend

c)

beschrijvend

d)

vergelijkend

e)

oorzaak-gevolg

24.

Welke signaalwoorden zijn dit?

enkele jaren geleden, intussen, een dag later, nadien...

a)

chronologie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

beschrijving

e)

vergelijking

25.

Welke signaalwoorden zijn dit?

maar, net als, meer dan...

a)

chronologie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

beschrijving

e)

vergelijking

26.

Welke signaalwoorden zijn dit?

verder, ten slotte, ook, en, daarnaast...

a)

chronologie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

beschrijving

e)

vergelijking

27.

Welke signaalwoorden zijn dit?

er is, er zijn, kenmerkend...

a)

chronologie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

beschrijving

e)

vergelijking

28.

Welke signaalwoorden zijn dit?

doordat, waardoor, bijgevolg, zodat...

a)

chronologie

b)

opsomming

c)

oorzaak-gevolg

d)

beschrijving

e)

vergelijking

29.

"maar"

a)

oorzaak-gevolg

b)

tegenstellend

c)

reden

d)

voorwaarde

30.

"als"

a)

voorbeeld

b)

toelichting

c)

voorwaarde

31.

"doordat"

a)

conclusie

b)

reden

c)

oorzaak-gevolg

32.

"immers"

a)

reden

b)

tijd

c)

opsomming

d)

voorwaarde

33.

"bijvoorbeeld"

a)

conclusie

b)

reden

c)

toelichting

d)

opsomming

34.

"al met al"

a)

samenvatting

b)

conclusie

c)

toelichting

d)

voorwaarde

35.

"aan de ene kant...aan de andere kant"

a)

voorbeeld

b)

oorzaak-gevolg

c)

reden

d)

tegenstelling

36.

"tenzij"

a)

voorwaarde

b)

tegenstelling

c)

reden

d)

tijd

37.

"wanneer"

a)

tijd

b)

tegenstelling

c)

voorwaarde

d)

oorzaak-gevolg

38.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?

Mijn tante houdt niet van winkelen, maar mijn moeder vindt het heel erg leuk.

a)

tijd

b)

reden

c)

tegenstelling

d)

opsomming

39.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Mijn oom is heel erg avontuurlijk. Mijn tante daarentegen is helemaal niet avontuurlijk en wil niet graag nieuwe dingen beleven.

a)

opsomming

b)

volgorde

c)

voorbeeld

d)

tegenstelling

40.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Ik heb besloten om vanmiddag naar de kapper te gaan, omdat ik mijn haren nu echt te lang vind .

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

tijd

d)

reden

41.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Eerst deed ik mijn pyjama aan en vervolgens poetste ik mijn tanden. Daarna stapte ik in bed en uiteindelijk viel ik weer in slaap.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

tijd

d)

voorbeeld

42.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Ik ben geboren in de 20e eeuw. Drie jaren later, in de 21e eeuw, is mijn broertje geboren.

a)

opsomming

b)

tijd

c)

reden

d)

tegenstelling

43.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Ik zou graag Spaans willen leren spreken, omdat ik vaak naar landen ga waar ze deze taal spreken.

a)

tegenstelling

b)

volgorde

c)

reden

d)

tijd

44.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?

Omdat mijn buren een hele mooie en fijne auto hebben , wil ik zo'n zelfde auto.

a)

reden

b)

voorbeeld

c)

volgorde

d)

tegenstelling

45.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Mijn moeder wil groenten en fruit kopen. Verder brood en daarnaast wat broodbeleg en tot slot een paar toetjes.

a)

tijd

b)

opsomming

c)

voorbeeld

d)

reden

46.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Ten eerste vind ik het heel erg leuk om naar school te gaan en ten tweede leer ik er veel van.

a)

voorbeeld

b)

tijd

c)

reden

d)

opsomming

47.

Een chronologisch verband beschrijft gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

48.

In een toelichtend verband wordt extra informatie gegeven, vaak in de vorm van een voorbeeld.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

49.

Ten eerste, ten tweede en ten slotte zijn signaalwoorden die passen bij een tegenstellend verband.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

50.

Doordat, daardoor, als gevolg van en dankzij zijn signaalwoorden die passen bij een oorzakelijk verband.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

51.

Dus, daarom, kortom en al met al zijn signaalwoorden die passen bij een concluderend tekstverband.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

52.

In vergelijking met, evenals en vergeleken met zijn signaalwoorden die passen bij een toelichtend tekstverband.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stellig is onjuist

53.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?

a)

ook

b)

maar

c)

eerst

d)

doordat

54.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?

a)

maar

b)

tevens

c)

dan

d)

als

55.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband voorbeeld?

a)

zo

b)

net als

c)

omdat

d)

bovendien

56.

Ten eerste, ten tweede, om te beginnen. ZIjn voorbeelden van een

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Voorbeeld (toelichting)

57.

Tegenover, maar, hoewel zijn voorbeelden van een

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Voorbeeld (toelichting)

58.

Welke signaalwoord hoort bij een opsomming?

a)

Bovendien

b)

Echter

c)

Bijvoorbeeld

59.

aan de ene kant … aan de andere kant, daarentegen.och, aan de ene kant … aan de andere kant, daarentegen. Zijn voorbeelden van een

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Voorbeeld (toelichting)

60.

Ik zit op school....... ik wil graag overgaan

a)

of

b)

want

c)

hoewel

d)

maar

61.

ik ga vast over, .... ik mijn best doe

a)

tenzij

b)

hoewel

c)

mits

d)

terwijl

62.

Ik krijg een mooi cadeau, ........ ik blijf zitten

a)

want

b)

tenzij

c)

mits

d)

zodat

63.

ik heb goed mijn best gedaan, ..... ik ga vast over

a)

of

b)

maar

c)

want

d)

dus

64.

Ik wil graag overgaan, ...... ik heb geen zin om mijn best te doen

a)

want

b)

dus

c)

maar

d)

en

65.

Ik maak huiswerk, ....... mijn broertje tv kijkt

a)

terwijl

b)

hoewel

c)

tenzij

d)

mits

66.

Ik maak huiswerk, ...... mijn favoriete serie op tv is

a)

mits

b)

hoewel

c)

zodat

d)

want

67.

Ik doe erg mijn best, ..... ik zal overgaan

a)

mits

b)

zodat

c)

tenzij

d)

als

68.

Met welk signaalwoord kun je 1 zin van deze 2 zinnen maken?

Je hebt nog niet gereageerd

Je hebt het wel beloofd

a)

tenzij

b)

hoewel

c)

terwijl

d)

mits

69.

Met welk signaalwoord kun je 1 zin van deze 2 zinnen maken?

Ik kom vandaag wat later

ik moet naar de tandarts

a)

maar

b)

terwijl

c)

omdat

d)

tenzij

70.

Doordat er een ongeluk gebeurd was, misten wij het vliegtuig

Wat is het tekstverband?

a)

Reden

b)

Oorzaak

c)

Voorwaarde

d)

Tegenstelling