Worksheetsmeervouden en werkwoordspelling
Total questions: 20
Worksheet time: 6mins
dictee
dictees
dictee's
dicteeën
pyama
pyamas
pyama's
pyamaas
zebra
zebra's
zebraas
zebras
tante
tanten
tants
tantes
tantes/tanten
penalty
penalty's
penaltys
penalties
penalti's
televisie
televisieën
televisiën
televisies
cadeau
cadeaus
cadeaux
cadeau's
genie
geniën
genieën
genies
technologie
technologieën
technologiën
technologies
fee
fees
feeën
feën
moskee
moskees
moskeeën
moskeën
museum
museums
musea
musei
musea/museums
grens
grensen
grenzen
grens'
Als je bij de Aldi je dagelijkse boodschappen haalt, weet je zeker dat je geld __ (besparen)
Ik kan me niet voorstellen dat Johan zoiets dom __ (beweren) heeft.
Toen de speler de bal naast het doel schoot, __ de fans van de tegenpartij.
juichten
juichtten
juichden
juichdden
(worden)__ je vader echt benoemd tot directeur?
Tegen zessen was Marleen nog snel naar de winkel __ (racen)
geracet
geract
geraced
geracd
De brug bleef erg lang openstaan voor plezierjachten en daarom moest het wegverkeer lang __ (wachten)
Vul in en leg uit (in een volledige zin) waarom de twee werkwoorden in deze twee zinnen anders eindigen:
1. Als Karel doet wat hij __ (beloven) heeft, zit de kaart morgen al bij je in de bus.
2. Als Stefan iemand iets __ (beloven), kun je erop rekenen dat hij zijn belofte nakomt.
