wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 kader grammatica zinsdelen H6

Total questions: 19

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

De waterstand bezorgt gemeentewerken deze zomer veel problemen.


de persoonsvorm is

a)

de waterstand

b)

bezorgt

c)

gemeentewerken

d)

deze zomer

e)

veel problemen

2.

De waterstand bezorgt gemeentewerken deze zomer veel problemen.


het onderwerp is

a)

de waterstand

b)

bezorgt

c)

gemeentewerken

d)

deze zomer

e)

veel problemen

3.

De waterstand bezorgt gemeentewerken deze zomer veel problemen.


het gezegde is

a)

de waterstand

b)

bezorgt

c)

gemeentewerken

d)

deze zomer

e)

veel problemen

4.

De waterstand bezorgt gemeentewerken deze zomer veel problemen.


het lijdend voorwerp is

a)

de waterstand

b)

bezorgt

c)

gemeentewerken

d)

deze zomer

e)

veel problemen

5.

De waterstand bezorgt gemeentewerken deze zomer veel problemen.


het meewerkend voorwerp is

a)

de waterstand

b)

bezorgt

c)

gemeentewerken

d)

deze zomer

e)

veel problemen

6.

De waterstand bezorgt gemeentewerken deze zomer veel problemen.


de bijwoordelijke bepaling is

a)

de waterstand

b)

bezorgt

c)

gemeentewerken

d)

deze zomer

e)

veel problemen

7.

De aanvoerder was tevreden met de uitslag.


de aanvoerder

Dit zinsdeel is

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

meewerkend voorwerp

8.

De aanvoerder was tevreden met de uitslag.


was

Dit zinsdeel is

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

meewerkend voorwerp

9.

Die overtreding kostte hem weer een gele kaart.


welk zinsdeel is

die overtreding

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

meewerkend voorwerp

10.

Die overtreding kostte hem weer een gele kaart.


welk zinsdeel is

kostte

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

meewerkend voorwerp

11.

Die overtreding kostte hem weer een gele kaart.


welk zinsdeel is

hem

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

meewerkend voorwerp

12.

Die overtreding kostte hem weer een gele kaart.


welk zinsdeel is

een gele kaart

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

meewerkend voorwerp

13.

Waarom zou die chirurg zo onbetrouwbaar zijn?


Welk zinsdeel is

zou

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

bijwoordelijke bepaling

14.

Waarom zou die chirurg zo onbetrouwbaar zijn?


Welk zinsdeel is

die chirurg

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

bijwoordelijke bepaling

15.

Waarom zou die chirurg zo onbetrouwbaar zijn?


Welk zinsdeel is

zou zijn

a)

persoonsvorm

b)

onderwerp

c)

gezegde

d)

lijdend voorwerp

e)

bijwoordelijke bepaling

16.

Door de terugspeelbal van de spits werd de tegenstander gisteravond geveld.


persoonsvorm

a)

door de terugspeelbal van de spits

b)

werd

c)

de tegenstander

d)

gisteravond

e)

geveld

17.

Door de terugspeelbal van de spits werd de tegenstander gisteravond geveld.


onderwerp

a)

door de terugspeelbal van de spits

b)

werd

c)

de tegenstander

d)

gisteravond

e)

geveld

18.

Door de terugspeelbal van de spits werd de tegenstander gisteravond geveld.


gezegde

a)

door de terugspeelbal van de spits

b)

werd

c)

de tegenstander

d)

gisteravond

e)

geveld

19.

Door de terugspeelbal van de spits werd de tegenstander gisteravond geveld.


bijwoordelijke bepaling

a)

door de terugspeelbal van de spits

b)

werd

c)

de tegenstander

d)

gisteravond

e)

geveld