wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Campus 2a: Les 45: Woordsoorten

Total questions: 45

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

In welke zin is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

2.

In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

3.

In welke zin is een voorzetsel vetgedrukt?

a)

Die lieve hond poepte op straat.

b)

Die lieve hond poepte op straat.

c)

Die lieve hond poepte op straat.

d)

Die lieve hond poepte op straat.

4.

In welke zin is het bepaalde lidwoord vetgedrukt?

a)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

b)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

c)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

d)

nergens

5.

In welke zin is het bezittelijk voornaamwoord vetgedrukt?

a)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

b)

nergens

c)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

d)

Heeft het leuke jongetje haar gepest?

6.

In welke zin is een onbepaald rangtelwoord vetgedrukt?

a)

Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.

b)

Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.

c)

Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.

d)

nergens

7.

In welke zin is een onbepaald hoofdtelwoord vetgedrukt?

a)

nergens

b)

Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.

c)

Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.

d)

Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.

8.

In welke zin is een zelfstandig naamwoord (eigennaam) vetgedrukt?

a)

In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.

b)

In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.

c)

In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.

d)

nergens

9.

In welke zin is een persoonlijk voornaamwoord vetgedrukt?

a)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

b)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

c)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

d)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

10.

Waar is een bijwoord vetgedrukt?

a)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

b)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

c)

nergens

d)

Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.

11.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

De vriend van Lyra, Roger, verdwijnt.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

12.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

De vriend van Lyra, Roger, verdwijnt.

a)

voorzetsel

b)

onbepaald lidwoord

c)

bepaald lidwoord

13.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

De vriend van Lyra, Roger, verdwijnt.

a)

bijwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

werkwoord

14.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

De vriend van Lyra, Roger, verdwijnt.

a)

bepaald lidwoord

b)

aanwijzend voornaamwoord

c)

voorzetsel

15.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

De vriend van Lyra, Roger, verdwijnt.

a)

tussenwerpsel

b)

persoonlijk voornaamwoord

c)

zelfstandig naamwoord

16.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Zij en haar daemon, Pantalaimon, zijn vastbesloten hem te vinden.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

voorzetsel

c)

persoonlijk voornaamwoord

17.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Zij en haar daemon, Pantalaimon, zijn vastbesloten hem te vinden.

a)

werkwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

18.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Zij en haar daemon, Pantalaimon, zijn vastbesloten hem te vinden.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

bijwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

19.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Zij en haar daemon, Pantalaimon, zijn vastbesloten hem te vinden.

a)

voorzetsel

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

aanwijzend voornaamwoord

20.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Zij en haar daemon, Pantalaimon, zijn vastbesloten hem te vinden.

a)

bijwoord

b)

werkwoord

c)

zelfstandig naamwoord

21.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Zij en haar daemon, Pantalaimon, zijn vastbesloten hem te vinden.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

onbepaald lidwoord

c)

voorzetsel

22.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Hun zoektocht leidt hen naar de bleke schoonheid van het Noorden.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

aanwijzend voornaamwoord

c)

persoonlijk voornaamwoord

23.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Hun zoektocht leidt hen naar de bleke schoonheid van het Noorden.

a)

bijwoord

b)

tussenwerpsel

c)

bijvoeglijk naamwoord

24.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Hun zoektocht leidt hen naar de bleke schoonheid van het Noorden.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

bijwoord

c)

zelfstandig naamwoord

25.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Hun zoektocht leidt hen naar de bleke schoonheid van het Noorden.

a)

voorzetsel

b)

onbepaald lidwoord

c)

bepaald lidwoord

26.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Gepantserde beren heersen over het ijs en heksenkoninginnen vliegen door de bevroren lucht.

a)

werkwoord

b)

bijwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

27.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Gepantserde beren heersen over het ijs en heksenkoninginnen vliegen door de bevroren lucht.

a)

onbepaald lidwoord

b)

voorzetsel

c)

voegwoord

28.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Gepantserde beren heersen over het ijs en heksenkoninginnen vliegen door de bevroren lucht.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijwoord

29.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Een groep wetenschappers voert er verschrikkelijk afschuwelijke experimenten uit.

a)

voorzetsel

b)

bepaald lidwoord

c)

onbepaald lidwoord

30.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Een groep wetenschappers voert er verschrikkelijk afschuwelijke experimenten uit.

a)

bijwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

zelfstandig naamwoord

31.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Een groep wetenschappers voert er verschrikkelijk afschuwelijke experimenten uit.

a)

bijwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

zelfstandig naamwoord

32.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Het gouden kompas is het eerste deel van de trilogie geschreven door Philip Pullman.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

onbepaald hoofdtelwoord

c)

bepaald rangtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

33.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Het gouden kompas is het eerste deel van de trilogie geschreven door Philip Pullman.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

bepaald rangtelwoord

c)

zelfstandig naamwoord

34.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Het gouden kompas is het eerste deel van de trilogie geschreven door Philip Pullman.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

bijwoord

c)

werkwoord

35.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Het gouden kompas is het eerste deel van de trilogie geschreven door Philip Pullman.

a)

tussenwerpsel

b)

voegwoord

c)

voorzetsel

36.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Wereldwijd zijn er meer dan tien miljoen exemplaren verkocht.

a)

bepaald hoofdtelwoord

b)

bepaald rangtelwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

37.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Wereldwijd zijn er meer dan tien miljoen exemplaren verkocht.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bezittelijk voornaamwoord

38.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Wauw, dit boek is zo spannend!

a)

voorzetsel

b)

aanspreking

c)

tussenwerpsel

39.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Wauw, dit boek is zo spannend!

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

aanwijzend voornaamwoord

40.

Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?

Wauw, dit boek is zo spannend!

a)

voorzetsel

b)

bijwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

41.

Over welk woord geeft het bijwoord info?

Marijke danst prachtig.

a)

Marijke

b)

danst

42.

Over welk woord geeft het bijwoord info?

Het is hoogstens twee uur fietsen naar het buitenverblijf

a)

fietsen

b)

twee

c)

twee uur

d)

buitenverblijf

43.

Over welk woord geeft het bijwoord info?

Oma's fiets was heel erg toegetakeld.

a)

Oma

b)

fiets

c)

heel

d)

toegetakeld

44.

Over welk woord geeft het bijwoord info?

Oma's fiets was heel erg toegetakeld.

a)

Oma

b)

fiets

c)

erg

d)

toegetakeld

45.

Over welk woord geeft het bijwoord info?

Joris draait de bal sierlijk in de hoek.

a)

Joris

b)

draait

c)

bal

d)

hoek