NEW
Font size
WorksheetsWoordsoorten
Total questions: 41
Worksheet time: 20mins
Onze leraar verbetert ons werk altijd met een groene pen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Welke auto bedoel je?
Wat is het gekleurde woordsoort?
Ze had de telefoon nog in haar hand.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'gooide'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'blikje'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wie gooide dat lege blikje? Welk woordsoort is 'lege'?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Dat zegt iets over een ander woord.
Dat zegt iets over een werkwoord.
Dat zegt iets over de staat van de zin.
Dat zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is een voorzetsel vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is het hulpwerkwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is het bepaalde lidwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Waar is het bezittelijk voornaamwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is een onbepaald rangtelwoord vetgedrukt?
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
nergens
Waar is een onbepaald hoofdtelwoord vetgedrukt?
nergens
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
In welke zin is een wederkerend voornaamwoord vetgedrukt?
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
Die soldaat moet zich elke dag wassen met koud water.
In welke zin is een koppelwerkwoord vetgedrukt?
Hij heeft zich in lange tijd niet zo enorm geschaamd.
Hij heeft zich in lange tijd niet zo geschaamd.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Waar is een zelfstandig naamwoord eigennaam, vetgedrukt?
In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.
In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.
In het café 'De halve maan', wordt wekelijks opgetreden.
nergens
Waar is een bijwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
nergens
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
‘Piep,’ zei de muis, ‘pieppiep’, maar de mus antwoordde niet.
Bijwoord
Tussenwerpsel
Bijvoeglijk naamwoord
Voorzetsel
Toen ik Helen tegenkwam, reed ze me zonder een groet voorbij.
Bijwoord
Tussenwerpsel
Zelfstandig naamwoord
Voorzetsel
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Het Kindcentrum is gesloten vanwege het Coronavirus.
gesloten
is gesloten
is
het Coronavirus
Waar hoort deze omschrijving bij:
Het belangrijkste werkwoord in de zin.
hulpwerkwoord
zelfstandig werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
Waar hoort deze omschrijving bij:
woorden die een plaats, tijd of reden aangeven (om, van, door)
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
voorzetsel
aanwijzend voornaamwoord
Wat is het aanwijzend voornaamwoord in:
Wat ga jij deze zomervakantie doen?
wat
deze
zomervakantie
ga doen
Waar of niet waar:
Eigennamen behoren tot de zelfstandige naamwoorden.
Waar
Onwaar
Waar of niet waar:
De woorden de en het zijn onbepaalde lidwoorden.
Waar
Niet waar
Waar of niet waar:
In de zin "Een van ons helpt mee" is een een lidwoord.
Waar
Niet waar
Waar of niet waar:
Een bijvoeglijk naamwoord staat altijd vóór een zelfstandig naamwoord.
Waar
Niet waar
Waar of niet waar:
Een bezittelijk voornaamwoord staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.
Waar
Niet waar
Waar of niet waar:
In elke zin staat een hulpwerkwerkwoord.
Waar
Niet waar
