Font size
WorksheetsTaalverzorging 3 volledig
Total questions: 42
Worksheet time: 30mins
Mijn vader ... (verdienen, t.t.) meer dan €2000,- per maand.
(a)
Gisteren heeft mijn moeder mij ... (overhoren, v.d.)
overgehoord
overhoord
overhoort
overhoren
Mijn docent ... (onthouden, t.t.) de namen van alle kinderen erg goed.
onthoud
onthield
onthoudt
onthout
Acey en Djona ... (wandelen, t.t.) in de pauze naar de Aldi voor een stokbrood.
wandelen
wandelt
wandel
wandelden
... (worden, t.t.) jij morgen veertien jaar?
Wordt
Word
word
Werd
Het haardvuur ... (branden, t.t.) al urenlang.
brandde
brant
brandt
brand
Taner ... (vertellen, t.t.) altijd de leukste verhalen.
(a)
Het vliegtuig ... (landen, t.t.) om half zeven 's avonds.
(a)
Agda ... (raden, v.t.) in één keer het goede antwoord.
raden
radde
raadde
rade
Ashley ... (pesten, v.t.) haar broertje de hele dag.
peste
pestte
pesten
pestten
Jake en Noufel ... (verraden, v.t.) elkaar niet nadat ze moesten nablijven.
verraden
verraadden
verraatten
verraadde
Lenthe en Jailey ... (herhalen, v.t.) alle begrippen nog eens voor de toets.
herhalen
herhaalde
herhaalte
herhaalden
Adam ... (handelen, v.t.) in namaakkleding.
handelt
handeld
handelden
handelde
De luchtballon … (zweven, v.t.) uren boven ons huis
(a)
Tijdens de voetbal ... (kneuzen, v.t.) Xiano zijn duim.
(a)
Meneer Blom heeft ... (lesgeven, v.d.) over spelling en grammatica.
(a)
Kevin, Chris, Aye en Illya hebben hoger dan een acht ... (halen, v.d.) voor hun toets.
(a)
Voor haar verjaardag heeft Fleur sieraden ... (krijgen, v.d.).
gekrijgt
krijgen
gekregen
gekrijgen
Jamie heeft Kaylee ... (overhalen, v.d.) om mee te gaan naar de Aldi.
(a)
Walter en Gijs hebben in de pauze een broodje ... (kopen, v.d.).
(a)
Mohamed heeft vandaag extra lang ... (slapen, v.d.)
(a)
Selecteer de stellingen die waar zijn.
De persoonsvorm is altijd een werkwoord
De persoonsvorm is altijd onderdeel van het werkwoordelijk gezegde.
De persoonsvorm kan uit meerdere woorden bestaan
De persoonsvorm is altijd een zelfstandig naamwoord
Selecteer de stellingen die waar zijn.
Het onderwerp kan uit meerdere woorden bestaan
Het onderwerp geeft antwoord op de vraag: wie/wat + wwg
Het onderwerp is altijd een mens of een naam van een mens.
Het onderwerp kan nooit uit meerdere woorden bestaan.
Wat is het onderwerp in de zin: "Rojda kijkt mee op de computer van meneer Blom."?
De computer
Rojda
meneer Blom
kijkt mee
Wat klopt over de zin: "Na de les van meneer Blom hebben Jack en Jim hun stoel aangeschoven."?
meneer Blom is het onderwerp
Jack en Jim is het onderwerp
hebben aangeschoven is het wwg
hebben is de pv
Wat is het lijdend voorwerp in de zin: "Mijn moeder heeft een ijsje voor mij gekocht."?
Mijn moeder
een ijsje
heeft
heeft, gekocht
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin: "Q-Chen heeft Thuraya al een tijdje niet gezien."?
Q-Chen
heeft, gezien
heeft
gezien
Wat is het lijdend voorwerp in de zin: "Fatima heeft Merve gisteren nog gezien."?
Merve
Fatima
heeft, gezien
gisteren
Wat is het onderwerp in de zin: "De rode trui van mijn broer is al een tijdje kwijt."?
De rode trui
mijn broer
De rode trui van mijn broer
is
Benoem de persoonsvorm in de zin: "Mijn vader hield altijd erg van wandelen en fietsen."
(a)
Wat is het lijdend voorwerp in de zin: "Rion en Ömer hebben twee zakken chips gekocht in de winkel."?
Rion en Ömer
hebben, gekocht
twee zakken chips
in de winkel
Selecteer zwakke werkwoorden.
fietsen
lopen
maken
stoppen
Selecteer sterke werkwoorden.
knippen
wandelen
hebben
zwemmen
Benoem bijvoeglijk naamwoorden in de zin: "De jongen haalde zijn kleine broertje op, met zijn rode fiets.".
jongen, broertje, fiets
kleine, rode
haalde op
jongen, broertje
Selecteer zelfstandige naamwoorden in de zin: "Lisa gaat uit eten in haar favoriete restaurant."
Lisa
gaat
favoriete
restaurant
Selecteer zelfstandige naamwoorden.
grote
Justin
paddenstoel
klaslokaal
Selecteer situaties waarin je een hoofdletter gebruikt.
Aan het begin van de zin
Bij namen
Bij talen
Bij maanden
Kies het bijvoeglijke naamwoord in de zin: "Fries is erkend als een officiële taal".
Fries
taal
is, erkend
officiële
Wat is het onderwerp in de zin: "De slaapkamer van mijn broertje wordt volgende week verbouwd"?
(a)
Wat klopt over de zin: "Katja heeft een nieuwe fiets gekregen."?
Katja is het onderwerp
heeft, gekregen is het werkwoordelijk gezegde
nieuwe fiets is het lijdend voorwerp
heeft is de persoonsvorm
In de hoek van het lokaal ... (staan, v.t.) een boekenkast.
(a)
Alicia ... (bedenkt, v.t.) een goede oplossing voor het probleem.
(a)
