wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wetenschappelijk werk - trimester 3

Total questions: 55

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Welke stof is een geleider?

a)

Koper

b)

Plastic

c)

Rubber

d)

Hout

2.

Je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

a)

Batterij

b)

Snoer

c)

Schakelaar

d)

Weerstand

3.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampjes?

a)

Alle lampjes gaan uit.

b)

De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden.

c)

Er gebeurt helemaal niets.

d)

Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.

4.

Welke zin over deze schakeling klopt?  Het getoonde schakelschema is een:

a)

parallelschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron.

b)

parallelschakeling met 2 schakelaars en 1 spanningsbron.

c)

serieschakeling met 2 lampjes en een weerstand.

d)

serieschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron.

5.

Met welke schakeling bepaal je de spanning over het lampje en de stroomsterkte door het lampje op de juiste manier?

a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
6.

Netspanning is gelijk aan ....

a)
12 V
b)
24 V
c)
110 V
d)
230 V
e)

320 V

7.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
8.

Wat betekent het volgende symbool?

a)

Lampje

b)

Batterij

c)

Schakelaar

d)

Voltmeter

9.

Welke eenheid hoort bij spanning?

a)

Ampère

b)

Ohm

c)

Kilogram

d)

Volt

10.
27 mA = 
a)
2700 A
b)
270 A
c)
0,27 A
d)
0,027 A
11.
16 kV = 
a)
16000 V
b)
160 V
c)
0,16 V
d)
0,0016 V
12.

De stroomzin die we aanduiden op elektrische stroomkringen loopt altijd van de plus - naar de minpool.

a)

Juist

b)

Fout

13.

I is het symbool voor...

a)

Ampère

b)

Weerstand

c)

Stroomsterkte

d)

Spanning

e)

Volt

14.
Micro-organismen in ons voedsel is altijd een slechte zaak.
a)
Juist
b)
Fout
15.

Wat zijn micro-organismen?

a)

Zeer kleine organismen die microben bevatten.

b)

Zeer kleine organismen die te klein zijn om met het blote oog te zien.

16.

Hoe heet de wetenschap die zich bezighoudt met micro - organismen?

a)

Micologie

b)

Micro - biologie

c)

Microbenleer

17.

Wat zijn voorbeelden van micro - organismen? (Meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Bacterie

b)

Virus

c)

Schimmel

d)

Algen

18.

Virussen kunnen we bestrijden met antibiotica

a)

juist

b)

fout

19.

Virussen hebben een gastheer nodig om te overleven.

a)

juist

b)

fout

20.

Kraantjeswater is een:

a)

Zuivere stof

b)

Mengsel

21.

Cola is een...

a)

zuivere stof

b)

mengsel

22.

Zwembadwater is een ...

a)

zuivere stof

b)

homogeen mengsel

c)

heterogeen mengsel

23.

Welke stof hoort niet thuis in dit rijtje?

a)

lucht

b)

melk

c)

schoorsteenrook

d)

zeewater

e)

zout

24.

Vink alle heterogene mengsels aan.

a)

kraantjeswater

b)

Fanta

c)

mengsel van olie en water

d)

mengsel van zout en water

e)

groentensoep met balletjes

25.

Ik ben smal en hoog en ik sta op een voet zodat ik recht kan blijven staan. Ik besta in verschillende maataanduidingen en ik ben erg breekbaar?

(a)  

26.

welke van de 4 heeft alleen spanningsbronnen?

a)

batterij, dynamo, lamp

b)

batterij, accu, dynamo

c)

batterij, accu, HDMI kabel

d)

batterij, playstation,toaster

27.

Welke stof is GEEN geleider?

a)

Ijzer

b)

Koolstof

c)

Koper

d)

Plastic

28.

Ik heb een schakeling met 1 lamp, die veel licht geeft.

Nu voeg ik een tweede lamp toe aan de schakeling (zoals in het plaatje rechts). Wat gebeurt er met het licht van de lampen?

a)

Allebei de lampen blijven even fel branden als in de schakeling links.

b)

Allebei de lampen branden niet.

c)

Allebei de lampen branden half zo fel als bij de schakeling links.

d)

Lamp 1 brand net zo fel als bij de linker schakeling, omdat het alle stroom verbruikt en lamp 2 staat uit.

29.

Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?

a)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

b)

Bij een parallel schakeling heb je slechts 1 stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

c)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Maar alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden.

d)

Bij een parallel schakeling heb je een stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden

30.
In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
a)
Waar
b)
Niet waar
31.
In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
a)
Waar 
b)
Niet waar
32.

Ik heb een serieschakeling van 2 gelijke lampjes. De bronspanning bedraagt 6V. Welk spanning zullen we over lampje 1 meten?

(a)  

33.

In deze gemengde schakeling hebben we een bronspanning van 12V. Over lampje 1 zit een spanning van 4V. Welke spanning krijgen we in lampje 3 als we weten dat lampje 2 en 3 gelijk zijn?

(a)  

34.

Bekijk de schakeling op de afbeelding. Welke bronspanning mogen we hier verwachten?

a)

22V

b)

44V

c)

48V

d)

26V

35.

Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?

a)

Als de rode draad in de plus kant zit en de zwarte draad in de min kant

b)

Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten

c)

Alleen als de stroomkring gesloten is

d)

Alle drie de antwoorden zijn juist

36.

Water is een ... ?

a)

isolator

b)

geleider

c)

weerstand

d)

geen van beide

37.

Wat is het symbool van de elektrische spanning?

a)

I

b)

U

c)

R

d)

V

38.

Micro-organismen leven

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

Darmflora zijn virussen

a)

Juist

b)

Fout

40.
Hoe planten bacteriën zicht voort?
a)
door knopvorming
b)
door deling 
c)
door zaadvorming
d)
met sporedraden
41.
Welke van onderstaande schimmels kan je NIET eten
a)
schimmelkaas
b)
champignons
c)
broodschimmel 
d)

gist

42.
Welk voedingsmiddel wordt gemaakt met behulp van schimmels?
a)
brood
b)
eieren
c)
yoghurt
43.
Welk voedingsmiddel wordt gemaakt met behulp van bacteriën?
a)
brood
b)
eieren
c)
yoghurt
44.
a)

Positief effect

b)

Negatief effect

45.
Hoe noem je een groep van miljoenen bacteriën bij elkaar?
a)
bacteriekudde
b)
bakteriegroep
c)
bacteriekolonie
d)
bacterienest
46.

Hoe kan je micro-organismen zichtbaar maken?

(geen lidwoord noteren)

(a)  

47.

Welke scheidingstechniek is afgebeeld?

a)

decanteren

b)

filtreren

c)

chromatografie

d)

adsorptie

48.

In deze wetenschap kijken we naar de vorm waarin de stof voorkomt (vast, vloeibaar of gasvormig).

a)

Fysica

b)

Chemie

49.

In deze wetenschap kijken we naar de bouwstenen van de materie (atomen en moleculen).

a)

Fysica

b)

Chemie

50.

Een atoom bestaat uit meerdere moleculen.

a)

Juist

b)

Fout

51.

CO2CO_2 is een

a)

samengestelde zuivere stof

b)

enkelvoudige zuivere stof

52.

O2O_2 is een

a)

samengestelde zuivere stof

b)

enkelvoudige zuivere stof

53.

Met welke scheidingstechniek kan je een mengsel van olie en water scheiden?

a)

Decanteren

b)

Filtreren

c)

Chromatografie

d)

Magnetische scheiding

54.

Met welke scheidingstechniek kan je plasma uit bloed scheiden?

a)

Decanteren

b)

Filtreren

c)

Centrifugeren

d)

Magnetische scheiding

55.

Met welke scheidingstechniek kan je kleurstoffen uit voeding halen?

a)

Decanteren

b)

Filtreren

c)

Chromatografie

d)

Magnetische scheiding