WorksheetsHerhalingsles GW 5de jaar
Total questions: 56
Worksheet time: 28mins
Wat is niet juist?
De anatomie van het brein kunnen we onderverdelen in:
3 hersengebieden
3 soorten breinen
4 hersenkwabben
de PFC en het limbisch systeem
1. De hersenstam situeert zich in de laagste hersengebieden.
2. Het limbisch systeem zit in hoogste hersengebied.
1 en 2 zijn waar
1 is waar
2 is niet waar
1 is niet waar
2 is waar
1 en 2 zijn niet waar
Wat hoort niet bij het limbisch systeem?
emoties
amygdala
grote hersenen
De prefrontale cortex situeert zich in
de frontaalkwab van de hoogste hersengebieden
de occipitaalkwab van de hoogste hersengebieden
in de hersenstam
in de witte en grijze stof
Wat past niet bij een neuron?
hersencel
cortex
zenuwcel
100000
1. Witte stof zorgt communicatie en verbindingen.
2. Grijze stof staat voor informatie ontvangen
1 en 2 zijn waar
1 is waar
2 is niet waar
1 is niet waar
2 is waar
1 en 2 zijn niet waar
Welk onderdeel van een neuron staat voor het doorsturen van info d.m.v. elektrische signalen van de ene zenuwcel naar de andere
cellichaam
dendriet
axon
Welk onderdeel van een neuron staat voor het doorsturen van info d.m.v. elektrische signalen van de ene zenuwcel naar de andere
cellichaam
dendriet
axon
1. Een dendriet heeft synaptische receptoren.
2. Een axon heeft synapsen aan het uiteinde.
1 en 2 zijn waar
1 is waar
2 is niet waar
1 is niet waar
2 is waar
1 en 2 zijn niet waar
Welke uitspraak hoort niet bij een neurotransmitter?
het is een signaalstof die het brein zelf aanmaakt
adrenaline
het wordt aangemaakt in de klieren
door calcium vrijgelaten in synaptische spleet
Serotonine en GABA zijn inhibitorische neurotransmitters.
Niet waar, het zijn stimulerende neurotransmitters.
Niet waar, serotonine is een stimulerende en GABA een remmende.
Waar.
GABA piekt bij kinderen en volwassenen, waardoor we visuele informatie snel en efficiënt kunnen verwerken.
Niet waar, GABA zorgt juist voor minder focus.
Niet waar, enkel bij kinderen.
Niet waar, het gaat hier om dopamine.
Waar.
NAH staat voor:
niet-aangeboren hoofdletsel
niet-aangeboren hersenletsel
non-actieve hersenen
niet-aantoonbare hersenschade
een tijdelijke toestand van diepe bewusteloosheid waarin de hersenen rusten en opgelopen schade proberen te herstellen
coma
vegetatieve toestand
locked-in patiënt
We starten met het ontwikkelen van het objectieve zelf om dan vervolgens over te gaan naar de ontwikkeling van het subjectieve zelf.
waar
niet waar
1. Het zelfconcept is aangeboren.
2. Een synoniem voor zelfconcept is zelfbeeld.
1 en 2 zijn waar
1 is waar
2 is niet waar
1 is niet waar
2 is waar
1 en 2 zijn niet waar
De ontwikkeling van het subjectieve zelf gaan als volgt:
fysiologische rijping > sensomotorische ontwikkeling > ontstaan zelfgevoel
ontstaan zelfgevoel > fysiologische rijping > sensomotorische ontwikkeling
Het sensomotorisch egocentrisme bij het subjectieve zelf staat voor
dat het kind een lichamelijk besef heeft van het eigen bestaan
dat het kind beseft dat er een onderscheid is tussen zichzelf en de buitenwereld
het feit dat het kind alles waarneemt vanuit zijn eigen perspectief
Na het prille zelfbesef komt de psychologische geboorte. Dit betekent dat:
Het besef van een onderscheid tussen zichzelf en anderen.
Het kind zich bewust is van het feit dat hij los staat van zijn omgeving.
Het zelfgevoel ontwikkelt zich bij kinderen tussen
1-4m
8-15m
vanaf 15m
Het pril zelfbesef ontwikkelt zich bij kinderen tussen
1-4m
8-15m
vanaf 15m
Het zelfbesef ontwikkelt ontstaat in deze periode:
1-4m
8-15m
vanaf 15m
Het objectieve zelf staat voor
het besef dat het kind zichzelf als eenheid ziet, los van de omgeving.
het bewustzijn van het eigen lichaam
het besef van het onderscheid tussen zichzelf en anderen
Het objectieve zelf kan opgesplitst worden in 2 stadia:
zelfherkenning en empathie
theory of mind en false-belief test
spiegeltest en de TOM-test
The Sally & Anne test is een voorbeeld van een
spiegeltest
TOM-test
false belief-test
Welk woord hoort niet bij het subjectieve zelf?
zelfgevoel
lichaam
hersenstam
grote hersenen
Welk woord hoort niet bij het objectieve zelf?
zelfbesef
geest
zelfgevoel
grote hersenen
een leerproces waarbij de mens normen, waarden en gedachten van verschillende mensen/groepen overneemt
identiteit
identificatie
socialisatie
Wat is een synoniem voor inhibitie?
zelfbeheersing
stimulatie
activering
uitvoerend
Wat past er niet bij de marshmallowtest?
50 jaar geleden
Mischel
correlatie zelfdiscipline en succes later
geen invloed van socialisatie
Wat is geen conclusie van de marshmellowtest?
correlatie zelfbeheersing en succes later
correlatie zelfbeheersing en PFC
correlatie zelfdiscipline en zelfbesef
correlatie zelfdiscipline en betrouwbare omgeving
Je kan tot meer zelfkennis komen door
interne informatie
interne + externe informatie
externe informatie
Het zelfbesef bestaat uit verschillende componenten. Wat hoort er niet bij?
authentieke
persoonlijkheid
realistische zelfwaardering
stabiele zelfpresentatie
goed opgebouwde zelfkennis
Introvert en extravert heeft te maken met
het temperament
het karakter
de intelligentie
het geslacht
Welke stelling is niet waar over temperament.
Temperament is aangeboren.
Temperament gaat over het biologisch gestuurde individuele felheid van reageren.
Een cholerisch temperament is erg opgewekt en gepassioneerd.
Een ambivert heeft zowel introverte als extraverte kenmerken.
Eysenck ontwikkelt een 3 dimensionaal temperamentenconcept.
Welke dimensie hoort hier niet bij?
extraversie
psychoticisme
neuroticisme
identiteit
1. Neurotransmitters zijn mede verantwoordelijk voor het verschil in temperament.
2. Een introvert is meer acetylcholine-gevoelig.
1 en 2 zijn waar
1 is waar
2 is niet waar
1 is niet waar
2 is waar
1 en 2 zijn niet waar
De strooptest meet
zelfbeheersing en de invloed op executieve functies
inhibitie en de invloed op de emoties
inhibitie en de invloed van kleuren
de mate van interferentie en de invloed op de gemoedstoestand
De Big Five-test bestaat uit de 5 persoonlijkheidsdimensies. Welke zijn dit?
openheid
consciëntieusheid
extraversie
altruïsme
neuroticisme
openheid
creativiteit
emotionaliteit
altruïsme
neuroticisme
ordelijkheid
consequentie
extraversie
aantrekkelijkheid
negativiteit
Welk element behoort niet tot de genderkoek?
genderexpressie
geslacht
seksuele aantrekking
interseksualiteit
1. geslacht bestaat uit sekse en gender
2. sekse kan mannelijk en vrouwelijk zijn
3. gender kan mannelijk en vrouwelijk zijn
alle stellingen zijn waar
alle stellingen zijn niet waar
1 is waar, de rest is niet waar
1 is niet waar, de rest is waar
De verschillen in gender tussen mensen
genderdiversiteit
genderdysforie
genderexpressie
Transvrouwen en transmannen
1. Er zijn vooral veel aanvragen voor transtieners.
2. Er is een uitgebreid zorgaanbod.
3. Het taboe rond transgender valt weg door rolmodellen in de media.
alle stellingen zijn waar
alle zijn stellingen zijn niet waar
1 en 3 zijn waar, 2 is niet waar
1 en 2 zij niet waar, 3 is waar
Volgens Cattell bestaat intelligentie uit 2 niveaus. Welk niveau hoort er niet bij?
redeneren
kritisch denken
informatieverwerking
In welk jaar werd de grondwet van België geschreven?
gekristalliseerde intelligentie
fluïde intelligentie
Wat hoort niet bij vloeiende intelligentie?
kortetermijngeheugen
opgeslagen informatie
piekt in adolescentie
probleemoplossend denken
Wat hoort niet bij de werking van het geheugen?
sensorisch geheugen
korte termijngeheugen
lange termijngeheugen
emotioneel geheugen
Volgens welke psycholoog omvat intelligentie 6 dimensies?
Vernon
Cattell
Spearman
Wat hoort niet bij het impliciet geheugen?
priming
procedureel geheugen
conditionering
semantisch geheugen
Het langetermijngeheugen bestaat uit:
het declaratief en het expliciet geheugen
het declaratief en het procedureel geheugen
het procedureel en het impliciet geheugen
Je bent je brein. Als je brein verandert, verandert ook je persoonlijkheid.
Waar
Niet waar
Door het hormonaal proces van synaptogenese, pruning en myelinisatie komen verscheidende aspecten van de persoonlijkheid van pubers in ontwikkeling.
Waar
Niet waar, het is een neurologisch proces.
Niet waar, pruning gebeurt enkel bij kinderen jonger dan 12 jaar.
Welk hormoon is minder actief bij tieners?
melatonine
dopamine
cortisol
De aanmaak van nieuwe verbindingen tussen de zenuwcellen.
pruning
synaptogenese
myelinisatie
het limbisch systeem is tijdelijk veel ___ dan de prefrontale cortex
passiever
actiever
De heftige emoties van tieners worden veroorzaakt door
het striatum
de amygdala
de pfc
de hersenstam
