Font size
WorksheetsHerhalingsquiz 3de trimester (Matrix 1)
Total questions: 49
Worksheet time: 1hrs 29mins
Reken uit:
254=
(a)
Reken uit:
(92)2=
(a)
Reken uit:
(−85)0=
(a)
Reken uit:
5−22=
(a)
Reken uit:
4324=
(a)
Reken uit:
−6260=
(a)
Reken uit op een kladblad:
ggd (27, 54) =
(a)
Reken uit op een kladblad:
kgv (24,40) =
(a)
Reken uit op je kladblad:
3014⋅(−9)=
(a)
Reken uit op je kladblad:
7−6+2=
(a)
Reken uit op je kladblad:
−3:116=
(a)
Reken uit op je kladblad:
24−8+1512−1218=
(a)
Reken uit op je kladblad:
7−5:7−33=
(a)
Reken uit op je kladblad:
304−40−28=
(a)
Reken uit op je kladblad:
4411⋅7−24⋅(−21)⋅5−1=
(a)
Reken uit op je kladblad:
2518:(−6)=
(a)
Reken uit. Noteer je antwoord als een decimaal getal.
−7,4+12,9=
(a)
Reken uit. Noteer je antwoord als een decimaal getal.
−9,6−4,8=
(a)
Reken uit. Noteer je antwoord als een decimaal getal.
−6,4 : 0,2=
(a)
Reken uit. Noteer je antwoord als een decimaal getal.
0,11 ⋅ (−1,2)=
(a)
Reken uit met de volgorde van bewerkingen.
Maak je berekeningen op een kladblad.
65:31⋅54−432=
(a)
Reken uit met de volgorde van bewerkingen.
Maak je berekeningen op een kladblad.
(1+31)⋅(2−31)2=
(a)
Het omgekeerde van 3−2 is:
(a)
Het tegengestelde van 3−2 is:
(a)
Het omgekeerde van 0 is:
(a)
Het tegengestelde van 0 is:
(a)
Reken uit:
Noteer als één bewerking en reken op je kladblad uit.
Het vijfvoud van 41 van 32 is
(a)
Duid de eigenschap aan die wordt toegepast.
Het optellen is associatief in Q.
Het vermenigvuldigen is commutatief in Q.
Het optellen is commutatief in Q.
Het vermenigvuldigen is associatief in Q.
Het vermenigvuldigen is distributief t.o.v. het optellen in Q.
Duid de eigenschap aan die wordt toegepast.
Het optellen is associatief in Q.
Het vermenigvuldigen is commutatief in Q.
Het optellen is commutatief in Q.
Het vermenigvuldigen is associatief in Q.
Het vermenigvuldigen is distributief t.o.v. het optellen in Q.
Duid de eigenschap aan die wordt toegepast.
Het optellen is associatief in Q.
Het vermenigvuldigen is commutatief in Q.
Het optellen is commutatief in Q.
Het vermenigvuldigen is associatief in Q.
Het vermenigvuldigen is distributief t.o.v. het optellen in Q.
Los de vergelijking op je kladblad op.
x−52=101
(a)
Los de vergelijking op je kladblad op.
65−x=2
(a)
Los de vergelijking op je kladblad op.
72x=145
(a)
Los de vergelijking op je kladblad op.
5−3x=24
(a)
Geef de juiste benaming van de merkwaardige rechte in de driehoek:
e is een ...
(a)
Geef de juiste benaming van de merkwaardige rechte in de driehoek:
f is een ...
(a)
Geef de juiste benaming van de merkwaardige rechte in de driehoek:
g is een ...
(a)
Geef de juiste benaming van de merkwaardige rechte in de driehoek:
d is een ...
(a)
Geef de correcte wiskundige benaming voor de aangeduide elementen.
O is een ...
(a)
Geef de correcte wiskundige benaming voor de aangeduide elementen.
[XY] is een ...
(a)
Geef de correcte wiskundige benaming voor de aangeduide elementen.
|OS| is een ...
(a)
Geef de correcte wiskundige benaming voor de aangeduide elementen.
Ô is een ...
(a)
Geef de correcte wiskundige benaming voor de aangeduide elementen.
XT is een ...
(a)
Geef de correcte wiskundige benaming voor de aangeduide elementen.
|XT| is een ...
(a)
Bereken de omtrek van de driehoek.
(a)
Bereken de oppervlakte van de driehoek.
(a)
Bereken de omtrek van de cirkel (met je rekentoestel).
Rond je antwoord af op de eenheid.
(a)
Bereken de oppervlakte van de cirkel (met je rekentoestel).
Rond je antwoord af op de eenheid.
(a)
Bereken hoeveel liter water er in een emmer kan zitten met een straal van 12,5 cm en een hoogte van 16 cm.
Rond je antwoord af op de eenheid.
(a)
