wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NW 1: trim 3

Total questions: 60

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet het orgaan dat de buikholte van de borstholte scheidt?

a)

lever

b)

middenrif

c)

longen

d)

maag

2.

Welke lichaamsholte is het grootst bij een koala?

a)

buikholte

b)

borstholte

3.

Welk orgaan hoort niet bij het transportstelsel?

a)

milt

b)

bloedvaten

c)

hart

d)

galblaas

4.

Welke long is het grootst? ( tip: denk aan de bouw van het hart )

a)

linkerlong

b)

rechterlong

5.

Welk orgaan is nummer 15?

a)

twaalfvingerige darm

b)

dikke darm

c)

blinde darm

d)

endeldarm

e)

dunne darm

6.

Welk orgaan is nummer 25?

a)

galblaas

b)

alvleesklier

c)

milt

d)

linkernier

7.

Welk orgaan is nummer 9?

a)

galblaas

b)

twaalfvingerige darm

c)

lever

d)

alvleesklier

8.

Welk orgaan is nummer 28?

a)

urineleider

b)

urinebuis

9.

Welke twee stoffen komen toe in de cel voor de celademhaling?

a)

water

b)

zuurstofgas

c)

koolstofdioxide

d)

glucose

e)

afvalstoffen

10.

Hoe heet de energie die je vindt in glucose?

a)

chemische energie

b)

thermische energie

c)

kinetische energie

11.

Welke energie wordt er gemaakt tijdens de celademhaling en wordt vervolgens via het bloedplasma vervoert doorheen het lichaam?

a)

chemische energie

b)

thermische energie

c)

kinetische energie

12.

Wat zijn de twee eindproducten van de celademhaling?

a)

water

b)

glucose

c)

zuurstofgas

d)

koolstofdioxide

13.

Via welke organen kunnen de eindproducten van de celademhaling worden afgescheiden?

a)

huid

b)

nieren

c)

longen

d)

darmen

14.

Juist of fout: "mechanische verkleining van ons voedsel gebeurt altijd via een beweging."

a)

juist

b)

fout

15.

Juist of fout: "Als je een krijtje in een glas met azijn doet, dan is dat een voorbeeld van een chemische verkleining."

a)

juist

b)

fout

16.

Als je 200 ml fruitsap drinkt, hoeveel energie krijg je dan binnen?

a)

171 kJ

b)

41 kcal

c)

8,6 gram

d)

82 kcal

e)

35 mg

17.

Hoeveel glucose zit er in 100 gram van deze koekjes?

a)

64,6 gram

b)

35,7 gram

c)

28,9 gram

18.

Wat is de totale hoeveelheid aan brandstoffen dat je terugvindt in 100 gram van deze koekjes?

a)

88,2 gram

b)

64,6 gram

c)

23,6 gram

d)

6,4 gram

19.

Duid alle voedingsstoffen aan!

a)

mineralen

b)

koolhydraten

c)

rijst

d)

een eitje

e)

eiwitten

20.

Duid alle voedingsmiddelen aan!

a)

een banaan

b)

cola

c)

glucose

d)

vitamine C

e)

een appelsien

21.

Welke stelling klopt?

a)

Zetmeel is een grote molecule, opgebouwd uit glucose.

b)

Glucose is een grote molecule, opgebouwd uit zetmeel.

22.

Dit stukje tekst gaat over ...

a)

brandstoffen

b)

bouwstoffen

c)

beschermstoffen

d)

Bob de bouwer ;)

23.

Welke voedingsstoffen horen bij bouwstoffen?

a)

eiwitten

b)

water

c)

mineralen

d)

vitamines

e)

voedingsvezels

24.

Welk voedingsmiddel bevat er het meest beschermstoffen?

a)

gehakt

b)

groentesaus

c)

pasta gewoon

d)

pasta volkoren

e)

gruyèrekaas

25.

Welke verteringssap is geen echt spijsverteringssap?

a)

speeksel

b)

galsap

c)

darmsap

d)

alvleessap

e)

maagsap

26.

In welk orgaan wordt galsap aangemaakt?

a)

galblaas

b)

twaalfvingerige darm

c)

lever

d)

alvleesklier

27.

Welk orgaan maakt geen deel uit van het spijsverteringsstelsel?

a)

alvleesklier

b)

lever

c)

nieren

d)

galblaas

e)

endeldarm

28.

Juist of fout: "Enzymen zorgen voor de mechanische verkleining van voedsel."

a)

juist

b)

fout

29.

In welke organen heb je zowel chemische als mechanische verkleining van voedsel?

a)

mond

b)

slokdarm

c)

maag

d)

dunne darm

e)

endeldarm

30.

Welke darm helpt er bij het afbreken van plantenvezels?

a)

slokdarm

b)

twaalfvingerige darm

c)

blinde darm

d)

dikke darm

e)

endeldarm

31.

Welke darm zorgt voor het onttrekken van water aan het voedsel?

a)

slokdarm

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

blinde darm

e)

dikke darm

32.

In welke darm gebeurt er absorptie?

a)

blinde darm

b)

dunne darm

c)

dikke darm

d)

endeldarm

33.

Welk orgaan zorgt voor het afsluiten van je luchtpijp tijdens het doorslikken van je voedsel?

a)

strotklep

b)

huigje

34.

Kringspieren die samentrekken, die maken de darm ...

a)

dunner en langer

b)

korter en dikker

35.

Naar welke kleine voedingsstof worden eiwitten chemisch afgebroken?

a)

glycerol

b)

verzuren

c)

glucose

d)

aminozuren

36.

In welke organen wordt zetmeel chemisch afgebroken?

a)

mond

b)

slokdarm

c)

maag

d)

twaalfvingerige darm

e)

dunne darm

37.

Door welke spijsverteringssappen kunnen eiwitten afgebroken worden?

a)

speeksel

b)

maagsap

c)

galsap

d)

alvleessap

e)

darmsap

38.

Duid alle kleine voedingsstoffen aan!

a)

zetmeel

b)

glycerol

c)

vetzuren

d)

glucose

e)

vetten

39.

Welke spijsverteringssappen worden er ter hoogte van de twaalfvingerige darm toegevoegd aan het voedsel? ( dus niet aangemaakt, maar toegevoegd )

a)

maagsap

b)

speeksel

c)

alvleessap

d)

galsap

40.

Welke voedingsstof wordt voor het eerst chemisch afgebroken in de dunne darm?

a)

vetten

b)

eiwitten

c)

zetmeel

41.

Afbeelding A gaat over ...

a)

inademen

b)

uitademen

42.

Juist of fout: "Doordat er lucht in je longen komt, worden je longen groter en vergroot het volume van je borstholte."

a)

juist

b)

fout

43.

Juist of fout: "Bij de borstademhaling wordt het middenrif naar beneden getrokken, waardoor het volume van je borstholte vergroot en er lucht wordt aangezogen."

a)

juist

b)

fout

44.

Bij de borstademhaling trekken de tussenribspieren samen, waardoor je borstkas naar voor en naar boven beweegt. Je longen volgen die beweging en daardoor wordt er lucht aangezogen.

a)

juist

b)

fout

45.

Orgaan nummer 8 is ...

a)

luchtpijptak

b)

longtak

c)

longtakje

46.

Welke stof(fen) worden er opgenomen in de longblaasjes vanuit de haarvaatjes?

a)

waterdamp

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstofgas

47.

Juist of fout: "Er komt zuurstofrijk bloed toe rond de longblaasjes."

a)

juist

b)

fout

48.

Wat vind je niet terug in het bloedplasma?

a)

fibrinogeen

b)

water

c)

glucose

d)

glycerol

e)

zuurstofgas

49.

Welk woord kun je niet linken aan rode bloedcellen?

a)

hemoglobine

b)

ijzer

c)

zuurstofgas

d)

fagocytose

e)

erytrocyt

50.

Welk woord kun je NIET linken aan witte bloedcellen.

a)

fagocytose

b)

celvraat

c)

immuniteit

d)

fibrinogeen

e)

leukocyt

51.

Welke woord kun je NIET linken aan bloedplaatjes.

a)

fibrinogeen

b)

bloedstolling

c)

fibrinedraden

d)

trombocyten

e)

fagocytose

52.

Wat zijn de functies van bloedplasma?

a)

bloedstolling

b)

bestrijding ziekteverwekkers

c)

thermoregulatie

d)

oplossen en vervoeren van stoffen

e)

transport van zuurstofgas

53.

Wat is GEEN kenmerk van een ader?

a)

kleppen

b)

dik spierweefsel

c)

gaat van de organen naar het hart

54.

Welke holte van het hart is het MEEST gespierd?

a)

linker boezem

b)

rechter boezem

c)

linker kamer

d)

rechter kamer

55.

Hoe heten de bloedvaten die het hart voorzien van zuurstofgas en glucose?

a)

aorta's

b)

kransaders

c)

kransslagaders

56.

Hoe heten de kleppen die zitten tussen de boezems en de kamers?

a)

klepvliezen

b)

halve maanvormige kleppen

57.

Welk orgaan is nummer 10?

a)

aorta

b)

longader

c)

longslagader

d)

bovenste holle ader

58.

Juist of fout: "De longaders komen toe in de linkerboezem."

a)

juist

b)

fout

59.

Als de linkerkamer samentrekt, dan komt het bloed terecht in de ...

a)

aorta

b)

longslagader

c)

linkerboezem

d)

rechterkamer

60.

De onderste holle ader vervoert ...

a)

zuurstofrijk bloed

b)

zuurstofarm bloed